António de Oliveira Salazar
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
António de Oliveira Salazar (Santa Comba Dão, 28 april 1889 – Lissabon, 27 juli 1970) was tussen 1932 en 1968 de leider van Portugal. Hoewel hij afkomstig was uit een arm gezin, kon de leergierige Salazar toch studeren en promoveerde hij in de rechten. In 1921 richtte hij de Katholieke Centrumpartij op en was hij gedurende korte tijd lid van de volksvertegenwoordiging. Het parlementaire stelsel bevredigde hem echter niet. Daarna was hij hoogleraar en werd financieel expert. In 1926 werd hij door de militaire regering van generaals tot minister van Financiën benoemd, teneinde een eind te maken aan de slechte financiële toestand in Portugal. Na onenigheid met collega's en de weigering van de regering om hem volmachten te geven, trad hij af. In april 1928, toen Portugal vrijwel bankroet was, werd hij opnieuw minister van Financiën, nu met volmachten.
Hij bleef tot 1940 minister van Financiën, in 1932 werd Salazar echter tevens minister-president. Een jaar later voerde hij een nieuwe grondwet in. De politiek van Salazar was een mengeling van katholiek corporatisme en autoritarisme. In 1934 sloeg hij een gezamenlijke fascistische (nationaal-syndicalistische) en links-marxistische coup tegen zijn regering af. Sindsdien was ook de fascistische Nationaal-Syndicalistische Partij verboden. Van 1936 tot 1944 was hij tevens minister van Oorlog en van 1936 tot 1947 minister van Buitenlandse Zaken.
Politieke ideologieën zoals liberalisme, socialisme, fascisme, het uit Spanje overgewaaide anarchistisch syndicalisme en ook de parlementaire democratie werden onderdrukt. Hetzelfde gold voor de communistische beweging. Daartegenover stond echter dat de arbeiders en de werkgevers in harmonie hun problemen moesten oplossen in corporatistische vakorganisaties. In Portugal stonden de merendeels katholieke arbeiders ideologisch positief tegenover het corporatisme. Tijdens de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) verleende Portugal diensten aan Franco. Na de overwinning van Franco sloten Spanje en Portugal het Iberisch Pact, dat de vrede in Zuidwest-Europa moest garanderen en de Portugees-Spaanse alliantie versterken.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef Salazar strikt neutraal. Hij drong ook herhaaldelijk bij de Spaanse Falange aan op het behouden van de neutraliteit. Ondanks een zeker autoritair karakter van zijn regime, stond hij de geallieerden toe om militaire bases in te richten op de Azoren. Tijdens de oorlog bood Salazars Portugal gastvrijheid aan vervolgde joden en politieke vluchtelingen uit de gebieden onder de Asmogendheden; na de oorlog vluchtten Kroatische en Duitse officieren via Lissabon naar Zuid-Amerika. Na de oorlog werd hij door de westerse landen gezien als een bondgenoot in de strijd tegen het communisme. De na de oorlog gehouden halfvrije verkiezingen werden door zijn Nationale Unie, de eenheidsbeweging van Portugal, gewonnen.
Na het overlijden van de Portugese president generaal Carmona, was Salazar van 18 april tot 19 juni 1951 waarnemend staatshoofd.
Hoewel de Verenigde Staten na afloop van de Tweede Wereldoorlog aanstuurden op algehele ontmanteling van de koloniale rijken van hun Europese partners, wist Portugal daar aanvankelijk aan te ontkomen. In de jaren 1960 ontstond er namelijk een politiek vacuüm in Afrika. Het ene postkoloniale bewind na het andere kwam ten val, vaak met als gevolg een vergrote Russische invloed. Amerika was beducht dat Moskou heel Afrika, met al zijn natuurlijke rijkdommen zou gaan beheersen en ging in zee met onder andere Zuid-Afrika, alle apartheid ten spijt. De Portugese kolonies Angola en Mozambique waren zeer strategisch gelegen in dit krachtenveld en konden zeker op Zuid-Afrikaanse en -wat minder openlijk- op Amerikaanse steun rekenen.
Door zijn kolonialisme raakte de regering van Salazar toch deels in een internationaal isolement. De nog in de kinderschoenen staande Europese Gemeenschap moest niets van het ondemocratische en kolonialistische bewind hebben. Er was veel steun voor de bevrijdingsbewegingen, niet alleen vooral ook uit het Oostblok voor bv. de MPLA van Agostinho Neto, maar ook door het Westen, via Mobutu Sese Seko in Zaïre, voor de FLNA van Holden Roberto. De strijd tegen de opstandelingen in Afrika werd voor Portugal steeds moeilijker, waardoor ook de economie tot stilstand kwam. In 1968 werd hij om gezondheidsredenen vervangen door Caetano, zonder dat de inmiddels zieke Salazar hiervan op de hoogte werd gesteld. Hij werd in de waan gelaten nog steeds premier te zijn. Er kwam steeds meer door buitenlandse sociaaldemocratische partijen gesteund verzet tegen het regime van Salazar. Er was ook een actieve Communistische partij die latere verkiezingen een aanzienlijke aanhang bleek te hebben (~10%) en door het Oostblok gesteund werd. Portugal was een strategisch belangrijk NAVO-land en De Sovjet-Unie had alle belang daar middels een revolutie een pro-Russische staat van te maken. Salazar bleef echter onverminderd populair onder met name de boeren en katholieke middenstand van Portugal. Er was vanouds erkentelijkheid dat Salazar het land neutraal had weten te houden, maar wel groeiende onvrede over de oorlogen in Afrika.
Het door buitenlandse mogendheden gesteunde politiek verzet tot de partij van Salazar leidde op 25 april 1974 tot de Anjerrevolutie, die zonder bloedvergieten verliep, vier jaar na de dood van Salazar. Tenslotte greep de Beweging der Strijdkrachten (MFA) in en begon er een onzekere periode van touwtrekken over de politieke toekomst van het land die een jaar duurde en eindigde in een democratisch bewind geleid door de sociaaldemocraten.
In maart 2007 werd Salazar tijdens de door de Portugese Radio en Televisie georganiseerde verkiezingen van de 'Grootste Portugees aller tijden' met 41,0% tot nummer één en winnaar gekozen.
[bewerken] Zie ook
[bewerken] Externe links
[bewerken] Literatuur
- Mr. Dr. Edward Brongersma (1940). De opbouw van een corporatieven staat: staatkundige en maatschappelijke grongbeginselen der Portugeesche Grondwet van 19 maart 1933. Proefschrift Katholieke Universiteit Nijmegen. Utrecht: Het Spectrum. 584 pp.
| Voorganger: Domingos Augusto Alves da Costa e Oliveira |
Premier van Portugal 1932-1968 |
Opvolger: Marcello das Neves Alves Caetano |
| Voorganger: António Óscar de Fragoso Carmona |
President van Portugal 1951 |
Opvolger: Francisco Higino Craveiro Lopes |

