Canticum
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Lofzangen toegeschreven aan Jean Georges Stuber (eind achttiende eeuw)
Een Canticum (Latijn: lied) is een hymne uit de Bijbel, waarbij men de Psalmen gewoonlijk niet meerekent. De term wordt vaak uitgebreid tot oude niet-bijbelse hymnes zoals het Te Deum en soms bepaalde liturgisch gebruikte psalmen. Dit kan onder andere omvatten:
- Een lied, vooral hymne (zoals Canticum canticorum, het Hooglied, in het Hebreeuws sjier sjieriem, letterlijk "de zang der zangen"
- Een canto of lofzang
Bijbelse kantieken zijn bijvoorbeeld:
- het Schelfzeelied van Mozes, Exodus 15:1-13,17-20: Cantemus domino gloriose
- het lied van Mirjam
- de lofzang van Hanna, 1 Samuel 2:1-10: Exultavit cor meum in domino et exaltatum
- de lofzang van Debora
- het lied van de drie jongelingen in de vuuroven (Daniël), Daniel 3:57-88: Benedicite omnia opera
- de Lofzang van Simeon, Lucas 2:29-32: Nunc dimittis
- de Lofzang van Zacharias, Lucas 1:68-79: Benedictus dominus deus Israel
- het Magnificat, Kantiek van de maagd Maria, Lucas 1:46-55
- de lofzang van Elisabeth
Zie ook [bewerken]
Bronnen, noten en/of referenties
|