Catania (stad)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Catania
Stad in Italië Vlag van Italië
Flag of Catania.svg
Catania (stad)
Catania (stad)
Situering
Regio Sicilië
Provincie Catania
Coördinaten 37° 31' NB, 15° 4' OL
Algemeen
Oppervlakte 180 km²
Inwoners (31 dec. 2012) 290.678 (1615 inw/km²)
Hoogte 7 m
Overig
Aangrenzende gemeenten Aci Castello, Belpasso, Carlentini (SR), Gravina di Catania, Lentini (SR), Mascalucia, Misterbianco, Motta Sant'Anastasia, San Gregorio di Catania, San Pietro Clarenza, Sant'Agata li Battiati, Tremestieri Etneo
Beschermheilige Heilige Agatha
ISTAT-code 087015
Portaal  Portaalicoon   Italië
Luchtfoto van Catania met op de achtergrond de Etna
Fontana dell'Elefante
Palazzo dell'Università
Castello Ursino

Catania is de op een na grootste stad van Sicilië, gelegen aan de oostkust van het eiland. Het is de hoofdstad van de gelijknamige provincie. In 2005 had de stad ruim 307.000 inwoners. De stad ligt aan de voet van de Etna, de actieve vulkaan die ongeveer 30 kilometer ten noorden van de stad ligt. Sint-Agatha is de beschermheilige van de stad.

De stad heeft een commerciële haven, een internationaal vliegveld, Catania-Fontanarossa, en een treinstation, Catania Centrale. In 1999 is het eerste deel van de metro van Catania in gebruik genomen tussen de stations Borgo en Porto. Verder heeft Catania de meeste theaters van het eiland. Er bevinden zich veel theatergroepen, zowel professionele als amateur-theatergroepen, in de stad.

De componist Vincenzo Bellini is in 1801 in Catania geboren en de beeldhouwer Emilio Greco in 1913. De hedendaagse populaire zangers Mario Venuti, Carmen Consoli, en Patrizia Laquidara zijn eveneens uit Catania afkomstig.

Catania heeft een voetbalclub, die in het seizoen 2006-2007 voor het eerst sinds lange tijd weer in de Italiaanse Serie A speelt.

Geschiedenis[bewerken]

In de 8e eeuw v.Chr. werd de stad gesticht door Griekse kolonisten uit Chalkida. Catania kreeg zijn eerste wetten van Charondas van Katane in de 6e eeuw v.Chr. De stad ontwikkelde zich tot de belangrijkste haven van Sicilië in de 3e eeuw voor christus onder Romeinse heerschappij.

Catania werd in de jaren 440-441 geplunderd door de Vandalen onder leiding van Geiserik. Nadat de stad een periode was geregeerd door de Ostrogoten werd zij in 535 heroverd door het Oost-Romeinse Rijk Catania werd de zetel van de Byzantijnse gouverneur van Sicilië.

Nadat de Aghlabidische moslims in 827 waren geland op Sicilië, voerden ze een lange oorlog om het te veroveren op de Byzantijnen. Catania werd volgens de Arabische geschiedschrijver Ibn al-Athir in 884 verwoest door de Arabieren. De stad zou tot 1071, het jaar waarin de Normandiërs de stad veroverden, tot het islamitische Emiraat Sicilië behoren.

Na de Normandische verovering van de stad, werd zij bestuurd door bisschoppen. In de jaren 1194-1197 werd de stad geplunderd door Duitse soldaten tijdens en na de verovering van het eiland door keizer Hendrik VI. In 1232 kwam de stad in opstand tegen Hendriks zoon Frederik II. Frederik II bouwde later een groot kasteel in Catania en resideerde in de stad om de dominantie van de bisschoppen te beëindigen. Catania was een van de belangrijkste centra van de Siciliaanse Vespers, een opstand tegen het Huis Anjou-Sicilië in 1282. Na de opstand ging Sicilië behoren tot het koninkrijk Aragon. In de 14e eeuw won Catania aan belang omdat de stad werd verkozen als zetel van het parlement en de koninklijke zetel van het eiland. Catania verloor aan belangrijkheid in de vroege 15e eeuw toen Sicilië werd gedegradeerd tot een provincie van het grotere Koninkrijk Aragon, maar de stad behield een deel van haar autonomie en privileges. In 1434 stichtte koning Alfons V van Aragón het Siciliae Studium Generale, de oudste universiteit van Sicilië.

Uitbarsting van de Etna in 1669

In 1669 werden delen van de stad na een vulkaanuitbarsting van de Etna onder lava bedekt. De aardbeving van 1693 verwoeste de stad grotendeels. In de daaropvolgende decennia werd de stad, onder leiding van Giovanni Battista Vaccarini, herbouwd in de bouwstijl van de Siciliaanse barok, die tegenwoordig nog steeds zeer kenmerkend is voor het stadscentrum. Aangezien vele gebouwen met de zwarte lavastenen werden herbouwd, staat de stad ook bekend als de Zwarte dochter van de Etna.

In 1860 veroverden de troepen van Giuseppe Garibaldi Sicilië voor het Koninkrijk Sardinië op het Koninkrijk der Beide Siciliën. Sinds 1861 maakt Catania deel uit van het verenigde Italië.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Catania herhaaldelijk gebombardeerd door de geallieerden. Vanaf 5 juni 1940 werden ongeveer 100.000 inwoners van Catania geëvacueerd naar de omliggende dorpen. De Duitse troepen verlieten de stad op 5 augustus 1943. Na de oorlog kreeg Catania net als ander Zuid-Italiaanse steden te maken met de maffia en de economische achterstand op de rijkere steden in het noorden van Italië.

Bezienswaardigheden[bewerken]

Het historische stadscentrum staat sinds 2002 samen met acht andere barokke steden in de Val di Noto op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.

Kerken[bewerken]

  • De Kathedraal van Catania is aan de Heilige Agatha gewijd. De oorspronkelijke kerk werd in de 11e eeuw gebouwd. Het huidige gebouw is na de aardbeving van 1693 gebouwd.
  • De Badia di Sant'Agata is een voormalige abdij met een barokke kerk.
  • De San Benedetto in de Via dei Crociferi, de mooiste barokke straat van Catania, is een typerend voorbeeld van de Siciliaanse barok.
  • De Collegiata, in de stijl van de Siciliaanse barok, was oorspronkelijk de koninklijke paleiskapel.

Paleizen[bewerken]

  • Het Palazzo Biscari is een groot paleis, gebouwd op de 16e-eeuwse stadsmuren.
  • Het Palazzo degli Elefanti, aan het Piazza del Duomo, huisvest tegenwoordig het stadsbestuur van Catania.
  • Het Palazzo Valle werd tussen 1740 en 1750 gebouwd.
  • Het Palazzo dell'Università, gebouwd na de aardbeving van 1693, is de zetel van de rector magnificus van de Universiteit van Catania.
  • Het Palazzo di Giustizia, het Paleis van Justitie, werd tussen 1937 en 1953 onder leiding van architect Francesco Fichera gebouwd. Het gebouw heeft een neoclassicistische gevel en voor de ingang staat een bronzen beeld van Justitia gemaakt door M. M. Lazzaro.

Overige bezienswaardigheden[bewerken]

  • Voor de kathedraal op het Piazza del Duomo staat de Fontana dell'Elefante (Olifantenfontein), het symbool van Catania. De zwarte uit lavasteen gebeeldhouwde olifant draagt een granieten obelisk.
  • Het Romeinse theater was met 7000 zitplaatsen één van de grootste theaters van Sicilië.
  • Het Romeinse amfitheater stamt uit de 2e eeuw n.Chr. en is bij opgravingen voor ongeveer een kwart blootgelegd.
  • Zowel het geboortehuis van de schrijver Giovanni Verga en het geboortehuis van de componist Vincenzo Bellini huisvest tegenwoordig een museum.
  • De Via Etnea is de hoofdstraat van Catania. De straat is ongeveer drie kilometer lang en loopt vanaf het Piazza del Duomo richting de Etna.
  • Het Castello Ursino werd rond 1240 door Frederik II gebouwd. Het kasteel was in de 14e eeuw de residentie van de Aragonese koningen. Tegenwoordig huisvest het kasteel het Museo Civico, met een verzameling Griekse beelden.
  • De Porta Garibaldi is een triomfboog uit 1768 ter ere van het huwelijk van koning Ferdinand III en Maria Carolina van Oostenrijk.
  • Het Teatro Massimo Bellini is een 19e-eeuws operagebouw.

Festival van Sint-Agatha[bewerken]

Een van de enorme kaarsen bij het festival van Sint-Aghatha

Het grootste religieuze festival van Catania is het festival van Sint-Agatha, ter ere van de beschermheilige van de stad. Het festival vindt jaarlijks plaats op 3, 4 en 5 februari en trekt jaarlijks meer dan 200.000 mensen aan. Op de eerste dag worden grote kaarsen op de schouders van duizenden vrijwilligers door de straten van Catania gedragen. De daaropvolgend dag worden een reliekschrijn en enkele zilveren draagstoelen door de straten gedragen. Op de laatste dag wordt de reliekschrijn de kathedraal van Catania in gedragen en blijft daar tot het volgende jaar.

Partnersteden[bewerken]

Geboren[bewerken]

Externe links[bewerken]