Děčín

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Děčín
Tetschen-Bodenbach
Stad in Tsjechië Vlag van Tsjechië
Vlag Wapen
Děčín
Děčín
Situering
Regio (kraj) Ústí nad Labem Regiovlag
District (okres) Děčín
Coördinaten 50° 46′ NB, 14° 12′ OL
Algemeen
Oppervlakte 118,04 km²
Inwoners (2006) 51.820
Politiek
Burgemeester Ing. Vladislav Raška
Overig
Postcode(s) 364 52
Gemeentenummer 562335
Website http://www.mudecin.cz
Portaal  Portaalicoon   Tsjechië
Děčín bij avond
Het Kasteel Děčín, waarvan de eerste vermelding stamt uit het jaar 1128
Heilige Kruiskerk

Děčín (Duits: Tetschen-Bodenbach) is een stad in de Tsjechische regio Ústí nad Labem. De stad, die aan de rivier Elbe ligt, is met 135 meter hoogte de laagstgelegen stad van Tsjechië.

Děčín is een erg grote gemeente, die in totaal bestaat uit 35 stadsdelen. De meeste van deze stadsdelen zijn voormalige zelfstandige gemeenten die zijn samengevoegd met de stad. In het noorden grenst de gemeente aan Duitsland.

Geschiedenis[bewerken]

Archeologisch vondsten tonen aan dat het gebied rond Děčín al aan het begin van de bronstijd bewoond werd. In de 10e eeuw bouwden de Přemysliden op de plaats waar tegenwoordig het kasteel ligt een houten vesting. Deze vesting had als taak de verdediging en controle van een belangrijke voorde in de Elbe. Vlakbij ontstond nu een handelsplaats, waarvan de eerste schriftelijke vermelding uit het jaar 993 stamt. De eerste vermelding van het kasteel stamt uit 1128.

In de 13e eeuw werd de houten vesting omgebouwd tot een stenen kasteel. In het kasteel werd het bestuur van het domein Děčín gevestigd. In de tweede helft werd de stad Děčín gesticht. Koning Ottokar II besloot ten zuiden van het kasteel de stad te stichten, waarschijnlijk omdat de oorspronkelijke nederzetting lager lag en door hoogwater was vernietigd. In de 14e eeuw stichtte de familie Von Wartenberg ten noorden van het kasteel een nieuwe stad, waar een groot deel van de inwoners van de zuidelijke stad ging wonen. Tussen 1347 en 1350 sloeg de pest toe in de stad. Het precieze jaartal waarin Děčín stadsrechten kreeg is niet bekend, maar waarschijnlijk was dit in de eerste helft van de 14e eeuw.

In 1534 werd het gebied rond Děčín, inclusief de stad en het kasteel, eigendom van de familie Von Bünau. Op dat moment begon de bloei van de stad, doordat die familie belang had bij de economische ontwikkeling van de stad. Een belangrijke maatregel van de familie was de intensivering van de houthandel, waarvoor de bossen in de omgeving van Děčín goede mogelijkheden boden. Tegelijkertijd werd ook begonnen met het houden van schapen, waarvoor twee grote schapenstallen werden gebouwd. In de omgeving van de stad werd er begonnen aan de wijnbouw en fruitteelt.

Gedurende de Dertigjarige Oorlog (1618 - 1648) waren het kasteel en de stad afwisselend in handen van de Saksen, de Zweden en de keizerlijke troepen. De stad brandde meerdere malen af tijdens de oorlog.

Aan de linker oever van de Elbe bevonden zich tot het midden van de 19e eeuw enkel een paar kleine nederzettingen, die in 1850 werden samengevoegd met de plaats Podmokly (Duits: Bodenbach). Een jaar later, op 6 april 1851, werd het laatste deel van de spoorlijn van Bad Schandau naar Podmokly in gebruik genomen. Door deze spoorlijn begon de linker oever van de Elbe zich ook economisch te ontwikkelen en vestigden talrijke industriële bedrijven zich daar. Podmokly ontwikkelde zich tot een industriestad met een Jugendstil-uiterlijk. In 1880 haalde Podmokly de stad Děčín, aan de rechter oever van de Elbe, in wat betreft inwoneraantal en economische betekenis. Aan het begin van de 20e eeuw was er in beide steden een snelle economische ontwikkeling.

Op 1 oktober 1942 werden de steden Podmokly en Děčín samen met de gemeente Staré Město (Duits: Altstadt) samengevoegd. De nieuwe stad ging Děčín-Podmokly heten. Na de Tweede Wereldoorlog werd het Duitse deel van de bevolking verdreven, wat ervoor zorgde dat het inwoneraantal terugliep van ongeveer 36.000 in 1942 naar 10.639 op 22 mei 1947. In dat jaar, 1947, werd de enkele stadsnaam Děčín ingevoerd. In het Duits is de dubbele naam Tetschen-Bodenbach echter nog steeds gebruikelijk.

In 2002 werd in de stad de grootste aardwarmte-installatie van Europa in gebruik genomen. Een groot deel van de stad wordt nu met aardwarmte verwarmd. De grootte van de investering wordt geschat op zo'n 17 miljoen euro.

Tegenwoordig is Děčín met meer dan 50.000 inwoners de op twee na grootste stad in de regio Ústí nad Labem.

Bezienswaardigheden[bewerken]

  • Kasteel Děčín: In de 13e eeuw werd de oorspronkelijke houten vesting omgebouwd tot een stenen kasteel. In de 16e eeuw werd het door de familie Von Bünau verbouwd tot een renaissanceslot. Na het einde van de Tweede Wereldoorlog werd het kasteel gebruikt door het Sovjetleger. Na het vertrek van de Russen in 1991 werd het kasteel gerenoveerd en tegenwoordig is een deel ervan open voor publiek. Naast het kasteel ligt de zogenaamde rozentuin (Ruzova zahrada), die in 1670 is aangelegd. De rozentuin wordt in de zomer gebruikt voor concerten.
  • Heilige Kruiskerk (Kostel Svatého Kříže): Gebouwd tussen 1687 en 1691.

In de omgeving:

Vervoer[bewerken]

In de gemeente liggen vele spoorwegstations, de belangrijkste is Děčín hlavní nádraží (Děčín hoofdstation). Vanuit Děčín kan men in alle windrichtingen per trein reizen. Onder andere de belangrijke spoorverbinding van Praag via Ústí nad Labem naar Dresden (Duitsland) gaat door de stad. Verder gaan er spoorwegen naar het westen (Teplice) en oosten (Česká Lípa).

Partnersteden[bewerken]

Momenteel heeft Děčín partnerschappen met de volgende steden: [1]

Geboren[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Partnerská města, Officiële site, september 2005