Differentieerbaarheid
Binnen de tegenwoordige wiskunde is differentieerbaarheid een van de grondbegrippen, met name binnen de analyse. Ruwweg noemt men een functie differentieerbaar als ze een afgeleide heeft. De term afleidbaar is een synoniem. Een van de grondleggers van dit begrip, dat ook veel wordt toegepast in de natuurkunde, is Isaac Newton.
Inhoud |
Differentieerbaar in een punt [bewerken]
Een functie f met als domein D noemen we differentieerbaar in
als geldt dat de volgende limiet bestaat:
Deze limiet wordt ook de afgeleide waarde van f in x genoemd.
Meestal zal
een deelverzameling van de reële getallen
zijn. Het quotiënt en de limiet blijven echter hun betekenis houden in (delen van) de complexe getallen
; we spreken dan van complex differentieerbaar.
Als
differentieerbaar is in
, dan is
automatisch ook continu in
.
Differentieerbare functie [bewerken]
Een functie f die differentieerbaar is in elk punt
is een differentieerbare functie.
Een functie die complex differentieerbaar is in een open verzameling
heet ook wel (complex) analytisch of holomorf. Complex differentieerbare functies zijn het centrale studieobject van de complexe analyse.
Voorbeelden [bewerken]
De functie f:
met domein
is niet differentieerbaar, want de afgeleide in x = 0 bestaat niet.
De functie g:
met domein
is wel differentieerbaar. De afgeleide functie van g is g' : 
Meer dan één veranderlijke [bewerken]
Het begrip differentieerbaarheid kan worden veralgemeend tot functies van meer dan één veranderlijke
Meer dan één veranderlijke in de doelverzameling [bewerken]
De uitbreiding voor
(vectorwaardige functies) is niet zo moeilijk, omdat de limiet uit bovenstaande definitie ook nog gedefinieerd is voor vectoren in
. De functie
kan geschreven worden in termen van componentfuncties
en
is differentieerbaar als en slechts als alle
afzonderlijk differentieerbaar zijn.
Meer dan één veranderlijke in het domein [bewerken]
De uitbreiding voor m>1 ligt minder voor de hand, omdat we niet zonder meer door een vector
kunnen delen.
Een gedeeltelijke uitbreiding levert het begrip partiële differentieerbaarheid. We zeggen dat f in x partieel differentieerbaar is naar de i-de veranderlijke als de partiële functie
gewoon differentieerbaar is in
. De gewone afgeleide van deze functie van één veranderlijke t noemt men partiële afgeleide (van f naar de i-de veranderlijke), genoteerd
Het bestaan van partiële afgeleiden in alle
veranderlijken tegelijk is een zwakke eigenschap, en is bijvoorbeeld nog niet voldoende om continuïteit te garanderen. Daarom wordt meestal de volgende, engere definitie gehanteerd.
We zeggen dat f (totaal) differentieerbaar is in een punt
als er een lineaire afbeelding
bestaat met de eigenschap
Hierbij is de functie
de bekende Euclidische norm. Verder is
een vector in
, waarvan in de limiet de norm willekeurig klein gemaakt wordt.
De lineaire afbeelding A heet de (totale) afgeleide van f in de vector x. In het geval m=1 is de lineaire afbeelding: vermenigvuldiging met de constante "afgeleide van f in x" , en vallen we terug in de klassieke definitie.
Als f op deze manier afleidbaar is in x, dan is ze ook continu in x én partieel differentieerbaar in alle m veranderlijken afzonderlijk. De matrix van de lineaire afbeelding A bestaat uit alle verschillende partiële afgeleiden van f in x:







