Galápagoseilanden
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
|
|
|
|
|
|
| Land | Ecuador |
| Locatie | Stille Oceaan |
|
|
|
| Oppervlakte | 7880 km² |
| Inwoners | ca. 25.000 |
| Hoofdplaats | Puerto Baquerizo Moreno |
Detail satellietkaart |
|
De Galápagoseilanden (kortweg Galápagos) zijn een verspreide groep eilanden die ter hoogte van de evenaar in de Stille Oceaan liggen. Staatkundig behoren ze tot Ecuador, maar ze liggen in open zee op ongeveer 1000 km van de westkust van Zuid-Amerika.
De eilanden zijn geologisch gezien erg jong: enkele miljoenen jaren. Ze zijn van vulkanische oorsprong. Er komen veel unieke dieren en planten voor, die per eiland vaak enigszins verschillende soorten hebben gevormd.
Inhoud |
[bewerk] Statistische data
- Inwoners: 3550 (circa 1980).
- Oppervlakte: totale landoppervlakte ca. 7880 km²; 13 eilanden van meer dan 10 km² en 115 kleinere eilanden.
- Hoogste punt: 1707 m.
[bewerk] Belangrijkste eilanden in volgorde van afnemende grootte
- Isabela 4588 km²
- Santa Cruz 986 km²
- Fernandina 642 km²
- San Salvador/Santiago 585 km²
- San Cristóbal 558 km²
- Floreana/Santa Maria 172 km²
- Marchena 130 km²
- Espanola 60 km²
- Pinta 59 km²
- kleine eilandjes: o.a. Genovesa, Santa Fe, Darwineiland, Wolfeiland, Rabida, Pinzon, Bartolome, Seymour Norte, Baltra, Daphne (eiland), Plazas, Isla Mosquera
[bewerk] Ontwikkeling van het dierenleven
De afgelegen ligging van de eilanden maakt dat ze na hun ontstaan maar zeer spaarzaam door dieren vanaf het vasteland zijn gekoloniseerd, waarbij de dieren die in de loop der tijd nu en dan verspreid arriveerden verder onafhankelijk van hun soortgenoten op het vasteland zijn gaan evolueren. Hierbij leverden de specifieke habitat en het grotendeels ontbreken van roofdieren hun eigen bijdrage aan de aard van de selectiedruk: een aantal vogels verloor het vermogen tot vliegen, zeeleguanen ontwikkelden aanpassingen om onder water te kunnen grazen op bedden zeewier, de landschildpadden (waaraan de eilanden hun naam danken) groeiden tot enorme omvang uit, en de Darwinvinken gingen een groot aantal verschillende ecologische niches bezetten, met vooral aanpassingen in de grootte en vorm van hun snavels. Er komt ook een pinguïnsoort voor, zeldzaam zo dicht bij de equator. Een aantal Oryzomyini vormen de enige inheemse knaagdieren. Deze behoren tot de geslachten Aegialomys, Nesoryzomys en Megaoryzomys, die samen ongeveer vijf soorten in de archipel hebben.
De dieren zijn minder bang voor mensen, ze hebben nooit een natuurlijke vijand gehad, dus zijn ze minder terughoudend.
[bewerk] Geschiedenis
De Galápagoseilanden werden in 1535 ontdekt door Fray Tomás de Berlanga. Ze waren onbewoond, hoewel Thor Heyerdahl in de jaren ’50 aardewerkvondsten rapporteerde die van Zuid-Amerikaanse origine zouden zijn, waarover nog controverse schijnt te heersen. Ecuador annexeerde de Galápagoseilanden op 12 februari 1832.
Charles Darwin kwam naar de Galápagos met het onderzoeksschip Beagle in september 1835 en bracht er ongeveer 5 weken door met het bestuderen van de geologie en biologie van vier van de eilanden. Mede door dit bezoek aan de eilandengroep, ontwikkelde Darwin zijn evolutietheorie. De naar hem genoemde Darwinvinken zijn een bekend voorbeeld van de evolutietheorie.
Sinds 1959 zijn de eilanden een nationaal park. Ook de oceaan eromheen is uitgeroepen tot zeereservaat. Sinds 1978 staan de eilanden op de werelderfgoedlijst van de UNESCO en in 1981 werd dit met het zeereservaat uitgebreid. In 1959 werd de Charles Darwin Foundation opgericht die zich bezighoudt met de instandhouding van de natuurlijke toestand van de eilanden.
[bewerk] Klimaat
De Galápagoseilanden hebben een heet en droog klimaat. Het karakter van de eilanden wordt vooral bepaald door de van Antarctica afkomstige koude Humboltstroom.
[bewerk] Problemen
In 2001 bedreigde lekkende olie van een gestrande tanker, het ecosysteem van de Galápagoseilanden.
Door de komst van de mens, en de al dan niet opzettelijk door de mens meegebrachte (en in het verleden weggevangen) dieren is het zeer kwetsbare ecosysteem ernstig bedreigd. Een aantal van de unieke soorten is al verdwenen. De rest is bedreigd en wordt nu wel zorgvuldig beheerd. Het toerisme genereert hiervoor aanzienlijke inkomsten maar vormt op zichzelf ook wel weer een bedreiging voor het ecosysteem.

