Gegeneraliseerde angststoornis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Gegeneraliseerde angststoornis
Coderingen
ICD-10 F41.1
ICD-9 300.02
MedlinePlus 000917
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

De gegeneraliseerde angststoornis (GAS) is een psychische aandoening waarbij de patiënt lijdt aan langdurige buitensporige angstgevoelens en zorgen die moeilijk onder controle te krijgen zijn. In het DSM-IV is de aandoening ingedeeld bij de angststoornissen.

Verschijnselen[bewerken]

Voor wie aan een gegeneraliseerde angststoornis lijdt, staan de frequentie, intensiteit en duur van de zorgen niet in verhouding tot hun feitelijke bron. De optredende spanningen staan de dagelijkse gang van zaken in de weg. Het betreft vaak zorgen over werk, geld en gezondheid (ook van anderen). Ook maakt iemand zich vaak overmatig veel zorgen over op tijd zijn voor afspraken, het schoonhouden van het huis en de ordelijkheid van de werkplek. Er zijn ook lichamelijke symptomen: afkoeling, klamme handen, hyperactiviteit, moeite met slikken, problemen met het maag-darmkanaal, diarree, schrikachtigheid, spierspanningen, misselijkheid en zweten. De betroffene wordt bovendien snel moe en heeft slaapproblemen. Hij is vaak snel geïrriteerd en klaagt over een gespannen gevoel. De diagnose is niet eenvoudig, omdat de aandoening ook een teken kan zijn van andere angststoornissen, zoals de paniekstoornis, een depressieve stoornis, of van misbruik van drugs of geneesmiddelen.

Gegeneraliseerde angststoornissen komen bij circa vier procent van de bevolking voor, waarvan twee keer zo vaak bij vrouwen als bij mannen. De stoornis ontwikkelt zich vaak in de jeugd en kan vele jaren aanhouden, met een wisselende sterkte. Tijdens perioden van stress kan de stoornis plotseling verergeren.[1]

Behandeling[bewerken]

Psychotherapeutisch[bewerken]

De beste behandelingen voor angststoornissen zijn vaak gedragstherapeutische behandelingen gebaseerd op exposure (graduele blootstelling aan de angstveroorzakende factoren) en behandelingen vanuit Acceptance and Commitment Therapy.[2] Deze behandeling heeft echter alleen het beoogde gevolg als aan de angststoornis psychische conflicten ten grondslag liggen. Vaak is dat niet het geval, waardoor medicamenteuze therapie noodzakelijk is. [1]

Medicamenteus[bewerken]

Tot en met de tachtiger jaren, werden angststoornissen voornamelijk met benzodiazepines behandeld. Dit zijn zeer effectieve middelen. Nadelen van deze middelen zijn het versuffende effect, en met name het optreden van tolerantie en het risico op verslaving. Deze middelen werken via hun interactie met de GABA-A receptor. Voorbeelden zijn diazepam (Valium), oxazepam (Seresta), lorazepam (Temesta), bromazepam (Lexotanil) en alprazolam (merknaam: Xanax). Benzodiazepines zijn geschikt voor een kortdurende behandeling van angst, voor de behandeling van een acute fase van de angst en bij slaapproblemen.[3]

Tegenwoordig beschouwt men de antidepressiva van de types SSRI en SNRI als middelen van eerste keuze. Voorbeelden zijn paroxetine (Seroxat), citalopram (Cipramil), fluvoxamine (Fevarin), fluoxetine (Prozac) en venlafaxine (Efexor). Deze middelen worden over het algemeen goed verdragen. De werking van deze middelen treedt pas na een paar weken in.[3]

Barbituraten en overige middelen voor de behandeling van GAS zijn vaak: buspiron (Buspar), clomipramine (Anafranil), moclobemide (Aurorix) en fenelzine (Nardil).[3]

Een recente ontwikkeling is de ontdekking dat sommige anti-epileptica ook een angst-verminderende werking hebben; bijvoorbeeld gabapentine en pregabaline.[3]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b Merck Manual second home edition online
  2. Eifert, G.H. & Forsyth, J.P. (2007). Acceptatie en Commitmenttherapie bij angststoornissen. Amsterdam: Nieuwezijds - van der Meijden, N. (2008) ACT bij angst. In: A-Tjak & De Groot: Acceptance & Commitment Therapy. Een praktische inleiding voor hulpverleners.
  3. a b c d Deckert J, Zwanzger P. Angsterkrankungen. Nervenarzt 2007;78: p. 349-360.