Hendrik de Zeevaarder

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Dit artikel gaat over de Portugese Hendrik de Zeevaarder. Prins Hendrik der Nederlanden wordt ook wel zo genoemd.
Hendrik de Zeevaarder
1394-1460
Henry the Navigator1.jpg
Infante van Portugal
Periode 1394-1460
Hertog van Viseu
Periode 1415-1460
Voorganger geen
Opvolger Ferdinand
Vader Johan I van Portugal
Moeder Filippa van Lancaster
Armas duque viseu.svg
Wapen van Hendrik

Hendrik de Zeevaarder of Henrique Navegador (Porto, 4 maart 1394Sagres, 13 november 1460) was de derde zoon van koning Johan I van Portugal en zijn vrouw Filippa van Lancaster. Hoewel zijn bijnaam anders doet vermoeden, was hij zelf geen groot reiziger. Hij was de initiator en financier van veel reizen, die de aanzet gaven tot het Portugese wereldrijk.

Portugal eerde de prins in 1960 met de instelling van een Orde van de Infant Dom Henrique.

De verovering van Ceuta[bewerken]

In 1415 onderscheidden Hendrik en zijn broers zich door de Portugese verovering van Ceuta, een Moorse stad in het noorden van het huidige Marokko. De stad was rijk geworden doordat het het eindpunt van handelskaravanen vanuit West-Afrika was. Na de verovering door de christenen droogde deze bron op. Hendrik was van mening dat de Portugezen zelf naar de bronnen van de producten die in Ceuta verhandeld werden, moesten varen, om zo de handel in handen te krijgen. Een andere aansporing voor hem was het idee van een kruistocht tegen de moslims. Door zuidwaarts te gaan tot voorbij de islamitische gebieden, konden de christenen de moslims in de tang nemen. En wellicht zou hij er in slagen een verbond te sluiten met Priester Johannes, een legendarische machtige christelijke priester-koning, waarvan men geloofde dat hij ergens in het binnenland van Afrika regeerde.

Ontdekkingsreizen[bewerken]

Hendrik werd Grootmeester van de rijke Orde van Christus en vestigde in Sagres, nabij Kaap St. Vincent, een nautisch centrum, Vila do Infante. Hij liet hier experts op het gebied van navigatie en cartografie samenkomen en bouwde zo een zeevarende natie.

Vanuit Lagos werden expedities uitgezonden. Zijn doel was het onderzoeken van de Afrikaanse kust zuidwaarts. Dit bleek moeilijk. De Portugese zeevaarders hadden grote angst voor de zeeën voorbij Kaap Bojador. Er deden allerlei verhalen de ronde: de kaap zou zich net onder de oppervlakte mijlenver in zee uitstrekken en het varen onmogelijk maken. Het land zou dor en levenloos zijn. En er waren geruchten dat de zee er kokend heet was. Veel van de door Hendrik uitgezonden expedities gingen een andere richting - kolonisatie op de Canarische Eilanden of kruistochten tegen de moslims in Noord-Afrika bijvoorbeeld.

Toch brachten deze eerste jaren ontdekkingen: João Gonçalves Zarco en Tristão Vaz Teixeira herontdekten in 1418 Porto Santo, wat leidde tot Portugese kolonisatie van dit eiland en Madeira. Ook de Azoren werden, ergens in de jaren '30, door leden van Hendriks expedities ontdekt en gekoloniseerd.

In 1433 werd een dienaar van Hendrik, Gil Eannes, uitgezonden naar Kaap Bojador. Ook hij faalde, maar dit keer liet Hendrik het er niet bij zitten. Eannes werd uitgefoeterd voor het geloof in de diverse verhalen, en met de belofte van rijke beloning als hij zou slagen werd hij het volgende jaar opnieuw uitgezonden. Dit keer slaagde Eannes. Voorbij de kaap zag hij geen sporen van menselijke bewoning, maar nam wel enkele plantjes (roos van Jericho) mee terug naar Portugal.

Hiermee was de beslissende stap gezet, en in de volgende jaren kwamen Hendriks mannen stukje bij beetje steeds verder. Eannes en Afonso Gonçalves Baldaya kwamen in 1435 tot zo'n 200 km voorbij Kaap Bojador, in 1436 bereikte Baldaya Rio de Oro, en kwam tot 20°46' NB. Hierna kwam er echter een kink in de kabel. In 1437 ondernamen de Portugezen een militaire actie tegen Tanger. Deze verliep echter rampzalig. De Portugezen werden gedwongen Ceuta terug te geven en Hendriks jongste broer Fernando werd gevangengenomen als gijzelaar. De paus was echter van mening dat een christelijke stad (wat Ceuta nu geworden was) nooit aan ongelovigen kon worden teruggegeven, met als gevolg dat Fernando in gevangenschap bleef tot hij in Fez overleed. Daarna overleed koning Duarte, Hendriks broer, en ontstonden er discussies over de vraag wie als regent voor diens minderjarige zoon Alfons zou optreden. Pas toen dat was opgelost, kon Hendrik zich weer met Afrika bezighouden.

In 1441 werden de expedities langs de kust van Afrika voortgezet. Antão Gonçalves en Nuño Tristão vingen een aantal inwoners van het land en brachten ze naar Portugal. Onder hen was een stamhoofd, Adahu die moslim was en de taal van de Moren sprak. Tristão voer hierna nog verder, en bereikte Branco. Adahu werd in 1443 teruggebracht en geruild tegen 10 andere slaven. In datzelfde jaar bereikte Tristão het eiland Arguin, en ving nog meer slaven. Hiermee begon een bloeiende slavenhandel tussen Portugal en West-Afrika. In 1448 werd op Arguin een fort gebouwd, dat een centrum van de slavenhandel werd. Graan en stoffen werden geruild tegen slaven en goud.

Ook de ontdekkingsreizen gingen door. In 1445 bereikte Dinis Dias de Sénégal en Kaap Verde. In 1446 kwam Tristão tot aan de Geba, waarbij hij merkte dat het land weer vruchtbaarder werd dan de tot dan toe bevaren woestijnkust. Hij kwam om in een slavenjacht. Hetzelfde jaar bereikte Alvaro Fernandez het huidige Sierra Leone.

In 1448 kwam het tot een burgeroorlog in Portugal, tussen koning Alfons V en diens regent Peter van Portugal, neef en broer van Hendrik. Alfons wist deze te winnen, Hendrik hield zich afzijdig. Toen deze zaak was opgelost, was het vervolgens een strijd met Castilië over de Canarische Eilanden die verdere ontdekkingstochten onmogelijk maakte. Pas na 1455 was dit weer mogelijk.

Ten tijde van Hendriks dood in 1460 was, voor zover bekend, het verst bereikte punt Kaap Palmas bereikt door Diogo Gomes in 1458. Ook de eilanden van de archipel Kaapverdië werden rond 1455 ontdekt. Een verslag over de situatie in West-Afrika in deze laatste jaren van Hendrik de Zeevaarder werd geleverd door de Venetiaanse handelaar Alvise da Cadamosto.