Henry Morgenthau

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Henry Morgenthau, Sr.

Henry Morgenthau (Mannheim, 26 april 1856 - New York City, 25 november 1946) was een Amerikaans jurist, zakenman en politicus. Hij is vooral bekend geworden als ambassadeur van de Verenigde Staten van Amerika in Istanboel en zijn veroordeling van de Armeense genocide.

Biografie[bewerken]

Achtergrond, opleiding en carrière[bewerken]

Henry Morgenthau werd als Heinrich Morgenthau op 26 april 1856 in Mannheim in het toenmalige groothertogdom Baden geboren. Zijn vader was Lazarus Morgenthau (1815-1897) een succesvolle sigarenmaker. Zijn moeder was Babette Glugenheim.

In 1866 emigreerde het gezin, bestaande uit veertien kinderen naar New York City waar - reeds bemiddelde - Lazarus Morgenthau een rijk man werd. De Morgenthau's waren Joods. Aanvankelijk Orthodox Joods, raakte Lazarus meer geïnteresseerd in het Reform Jodendom en werd lid van de New Yorkse Reform Congregation Adas Jeshurun.[1]

Henry Morgenthau bezocht de Columbia Law School en na zijn promotie (1877) was hij advocaat in New York. In 1882 trouwde hij met Josephine Sykes. Hij was een succesvol advocaat en een succesvol zakenman (onroerend goed). Daarnaast was hij politiek actief voor de Democratische Partij (Democratic Party). In 1912 stak hij veel geld in de presidentiële campagne van Woodrow Wilson die dat jaar de Amerikaanse presidentsverkiezingen won. In 1912 en in 1916 was hij vervolgens financieel voorzitter van de Democratische Partij.

In 1905 was Morgenthau betrokken bij de oprichting van de Stephen Wise Free Synagogue, een synagoge voor Reform Joden in New York.[1]

Ambassadeur in Constantinopel[bewerken]

Henry Morgenthau hoopte op ministerspost in het kabinet-Wilson, maar in plaats daarvan werd hij in 1913 benoemd tot Amerikaans ambassadeur in Istanboel (toen nog Constantinopel), de hoofdstad van het Osmaanse Rijk. Tijdens zijn ambassadeurschap in Osmaanse hoofdstad brak de Eerste Wereldoorlog uit en koos het Osmaanse Rijk de zijde van de Centrale mogendheden. Vanaf dat moment nam de Amerikaanse ambassade in Constantinopel ook de zaken van een aantal landen van de Entente waar (omdat de formele betrekkingen tussen die landen en het Osmaanse Rijk waren verbroken).

In 1915 besloten de Osmaanse autoriteiten (om precies te zijn een aantal belangrijke ministers en leiders van het Comité voor Eenheid en Vooruitgang) de Armeniërs aan de noordgrens met vijand Rusland "te verplaatsen" naar woestijnachtige streken. De voornaamste reden voor de "verplaatsing" hing samen met de Russische steun aan Armeense revolutionairen in hun strijd tegen Turken. De "verplaatsing" leidde echter tot een genocide op de Armeense bevolking.[2] Grote aantallen Armeniërs kwamen ook om van de honger tijdens de tocht naar de woenstijngebieden in Syrië, anderen werden nog voor de deportaties vermoord. Extreme Panturkisten in de staatsleiding wilden überhaupt af van de Armeniërs, en andere niet Turkse volkeren in Anatolië, zoals de Assyriërs, de Grieken en de Koerden. Morgenthau was de enige ambassadeur in Constantinopel die tegen de genocide protesteerde. Hij verzond memoranda naar het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken in Washington, om de Amerikaanse regering te bewegen de bondgenoten van de Turken op de hoogte te stellen van genocide.[3] Toen de minister van Binnenlandse Zaken - en latere grootvizier -, Talaat Pasja, in 1916 trachtte de verzekeringsgelden van vermoorde Armeniërs in de VS op te eisen voor zijn regering, wist Morgenthau hier een stokje voor te steken.[2]

Medio 1916 werd Morgenthau als ambassadeur vervangen door Abram I. Elkus. In april 1917 werden de diplomatieke betrekkingen tussen de Verenigde Staten en het Osmaanse Rijk formeel verbroken.

In juni 1917 maakte hij deel uit van een geheime missie met als doel het Osmaanse Rijk los te weken uit het bondgenootschap met de Centrale mogendheden. Officieel was het doel van de missie het verbeteren van de positie van Joodse gemeenschappen in Palestina.

Na de Eerste Wereldoorlog[bewerken]

Na de Eerste Wereldoorlog maakte Morgenthau deel uit van de Amerikaanse delegatie die deelnam aan de vredesbesprekingen in Parijs en trad op als Oost-Europa en Midden-Oostenexpert. Nadien zat hij in diverse hulporganisaties voor oorlogsslachtoffers, w.o. die voor het Midden-Oosten. Ook was hij lid van het Comité voor de Herplaatsing van Grieken van het Rode Kruis die tot taak had Grieken die als gevolg van de Grieks-Turkse Oorlog Turkije moesten verlaten in Griekenland te vestigen.

In 1919 was hij het hoofd van een Amerikaanse missie in Polen om de slechte behandeling van Joden aldaar te onderzoeken. De conclusies van het team werden opgetekend in het zogenaamde Morgenthau-rapport.

In 1933 was Morgenthau Amerikaans vertegenwoordiger bij de Tweede Conferentie van Genève.

Henry Morgenthau overleed op 90-jarige leeftijd, op 25 november 1946 in New York City. Hij overleed aan de gevolgen van een hersenbloeding.

In januari 1999 werd aarde van zijn graf bijgezet in het monument voor slachtoffers van de Armeense genocide in Armenië.[1]

Familie[bewerken]

Zijn zoon, Henry Morgenthau, Jr. (1891-1967) was van 1934 tot 1945 minister van Financiën van de VS. Hij was één van de opstellers, en naamgevers, van het controversiële Morgenthau-plan. Zijn kleindochter was de Amerikaanse historica Barbara Tuchman.

Werken[bewerken]

  • Ambassador Morgenthau's Story (1918)
  • Secrets of the Bosphorus (1918)
  • Morgenthau Report (3 oktober 1919)
  • I was sent to Athens (1929)

Zie ook[bewerken]

Referenties[bewerken]

  1. a b c Temple Emanu-El Bulletin, 2005/03/04
  2. a b 14-18. De Eerste Wereldoorlog, door: Dr. R.L. Schuursma, 1976, dl. 3. blz. 817
  3. Later bleek dat in ieder geval de Duitse regering op de hoogte was van de genocide - Duitse officieren voerden veelal het bevel over Turkse troepen - maar dezen voelden meer voor een doofpot

Externe links[bewerken]