Kanaal Maastricht-Luik

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het kanaal in 1961 in Maastricht bij de Onze Lieve Vrouwewal.

Het kanaal Maastricht-Luik werd tussen 1845 en 1850 aangelegd. Het verbond het Bassin in Maastricht met Luik.

Deze verbinding was belangrijk om de scheepvaart van Luik naar Antwerpen te bespoedigen. Het kanaal sneed immers enkele bochten en ondiepten van de onbetrouwbare Maas af. Vanaf het Bassin verliep de scheepvaart verder via de bestaande Kempense kanalen, met name de Zuid-Willemsvaart en het kanaal Bocholt-Herentals. Oorspronkelijk had het kanaal enkele sluizen, maar deze werden opgeheven toen de bedding deels werd opgenomen in het Albertkanaal. Het Albertkanaal kon zodoende op grotere hoogte door het Plateau van Caestert gevoerd worden, waardoor de aldaar nodige insnede minder diep moest worden.

Het kanaal beheerste lange tijd het aangezicht van Maastricht. Het was echter ook een erg vuile vaart en werd na de aanleg van het Albertkanaal overbodig voor de vaart tussen Luik en Antwerpen. Daarom werd het op Maastrichts grondgebied gedempt in de jaren 1963-1967. Dat gebeurde met grind dat rechtstreeks uit de Maas kwam. Bij het baggeren werden trouwens overblijfselen van de Romeinse brug teruggevonden. Thans ligt boven het oude tracé de Maasboulevard; de wegen Hoge en Lage Kanaaldijk aan weerszijden hiervan herinneren nog aan de voormalige jaagpaden. De verbinding tussen het Albertkanaal en de Maas werd wel hersteld door een nieuw verbindingskanaal ter hoogte van Ternaaien te graven.