Louis Alexandre Berthier

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Louis Alexandre Berthier
Louis Alexandre Berthier

Louis Alexandre Berthier (Versailles, 20 februari 1753 - Bamberg, 1 juni 1815) was maarschalk van Frankrijk en vorst van Neuchâtel.

Als een kleine jongen werd hij door zijn vader getraind in de krijgskunst, die zelf een officier was in het Corps de Genie en toen hij 17 jaar was ging Berthier in het leger. Hij diende achtereenvolgend in de staf, bij de genie en bij de dragonders van de prins van Lambeqc. In 1780 reisde hij naar Noord-Amerika samen met Jean-Baptiste Donatien de Vimeur. Na zijn terugkomst in Frankrijk, hij was ondertussen al kolonel, werd hij geplaatst in verschillende staffuncties, o.a. op een missie naar Pruisen. Tijdens de Franse Revolutie was hij chef-staf van de Nationale Garde van Versailles, en beschermde in deze functie de tantes van Lodewijk XVI van Frankrijk voor geweld van het volk, en hielp hen in 1791 ontsnappen.

In de oorlog van 1792 werd Berthier Chef-Staf van Maarschalk Lückner. Ook speelde hij een rol in de campagne in Argonne van Dumouriez en Kellerman. Hij diende met grote verdienste in de Vendeese oorlog van 1793 tot 1795, en in het volgend jaar werd hij beloond met de rang van divisie-generaal en chef-staf (Major-Général) van het leger van Italië, waarover Napoleon pas daarvoor het bevel had gekregen.

Hij stond Napoleon bij tijdens de campagne van 1796, en kreeg het bevel over het leger na het Verdrag van Campo Formio. In deze rol organiseerde hij de Romeinse republiek in 1798. Hierna voegde hij zich bij zijn baas in Egypte, waar hij diende tot Napoleon's terugkeer naar Frankrijk. Hij hielp Napoleon bij diens staatsgreep van de 18de Brumaire. Hierna kreeg hij de functie van minister van Oorlog. In de campagne van Marengo was hij de bevelhebber van het reserveleger, maar Napoleon reisde met dit leger mee, en officieus was Berthier, zoals eigenlijk altijd, de chef-staf van Napoleon.

Toen Napoleon keizer werd, werd Berthier maarschalk van het keizerrijk. Hij nam deel aan de Slag bij Austerlitz, Jena en Friedland. Hij kreeg de titels graaf van Valengin, prins van Neuchâtel in 1806 en viceconstable van het keizerrijk in 1807. In 1808 diende Berthier in de Iberische oorlog, en in 1809 in de Oostenrijkse oorlog. In datzelfde jaar kreeg Berthier de titel prins van Wagram. Berthier trouwde met een nichtje van de koning van Beieren. Hij diende in de Russische campagne van Napoleon in 1812 en bij de verdediging van Frankrijk in 1814. Tot de val van het keizerrijk vervulde hij de rol van majoor-generaal van de Grande Armee.

Na Napoleon's val trok Berthier zich terug op zijn landhuis, waar hij zich bezig hield met valkenieren en beeldhouwen. Berthier sloot vrede met Lodewijk XVIII in 1814, en begeleidde de koning bij zijn intocht in Parijs. Tijdens Napoleon's ballingschap op Elba werd Berthier benaderd door Napoleon over zijn gewenste terugkeer. Berthier ging hier echter niet meteen op in, waardoor hij verdacht werd bij zowel Napoleon als Lodewijk XVIII. Bij Napoleon's terugkeer trok Berthier zich terug naar Bamberg, waar hij ook stierf.

Er bestaat discussie over de doodsoorzaak van Berthier. Sommigen stellen dat hij vermoord werd door leden van een geheim genootschap. Anderen zeggen dat hij zich, gek geworden door het gezicht van Russische troepen in Frankrijk, uit zijn raam gooide.


Voor deze tekst over Louis Alexandre Berthier is (o.a.) de 11de editie van de Encyclopædia Britannica (1911: en.wikisource) als bron gebruikt, die zich vanwege zijn ouderdom in het publiek domein bevindt.


 
Persoonlijke instellingen