Nasynchronisatie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nasynchronisatiestudio

Nasynchronisatie of dubben (Engels: dubbing) is het in postproductie toevoegen of vervangen van geluid (meestal stemmen van acteurs) in filmmateriaal, waarbij het de bedoeling is dat de nieuwe audio zoveel mogelijk synchroon loopt met de mondbewegingen van de sprekers op het scherm.

Nasynchronisatie wordt meestal gebruikt om buitenlandse producties in de eigen taal te vertalen. Dit is vooral gangbaar in grotere taalgebieden, zoals het Duitse, Franse, Italiaanse en Spaanse. Kleinere taalgebieden, zoals het Nederlandse, kiezen doorgaans voor ondertiteling en reserveren nasynchronisatie voor jeugdproducties. In landen als Polen en Rusland is commentaarvertaling gebruikelijk, waarbij een voice-over vertelt wat de personages in beeld zeggen. In Nederland gebruikte de VPRO deze vertaalmethode vroeger wel bij kinderprogramma's.[1]

Films worden tijdens de productie ook wel in de eigen taal nagesynchroniseerd, vaak om de geluidskwaliteit te verbeteren. Soms brengt men dan ook wijzigingen in de tekst aan.

Nederland[bewerken]

In de begintijd van de geluidsfilm werden veel films in verschillende talen opgenomen met voor elke taal andere acteurs (simultaanproductie). Deze kostbare vertaalmethode werd voor de kleine Nederlandse markt echter nauwelijks toegepast en de schaarse Nederlandse simultaanversies waren niet succesvol.[2] Als gevolg hiervan raakte het Nederlandse publiek - anders dan bijvoorbeeld het Duitse - al snel gewend aan films in vreemde talen.

Volwassenen[bewerken]

In september 1929 deed ondertiteling zijn intrede in de Nederlandse bioscoop.[3] Deze vorm van vertalen werd de standaard, maar lange werden er ook wel films (voor volwassenen) in het Nederlands nagesynchroniseerd, waaronder in 1932 Der Geheimagent (De onbekende passagier) en Fünf von der Jazzband (Vijf van de jazzband), in 1936 Les mutinés de l'Elseneur (Muiterij op de Elseneur), in 1949 Les casse-pieds (Zeg luister 'ns even), in 1954 Din fortid er glemt (Vrouw zonder toekomst) en in 1965 Bartleby. Over de ondertitelde versie van Din fortid er glemt, die eveneens te zien was, merkte een recensent op dat de lange dialogen "naar gesproken Nederlandse tekst [deden] verlangen. Te meer daar de lichtend witte onderschriften de vele opnamen in schemering en donker sterk vernielden."[4] In 1977 werd de in het Engels opgenomen Nederlands-Franse coproductie Bloedverwanten voor de Nederlandse markt nagesynchroniseerd; de film flopte.[5]

Hoewel de reacties op deze nasynchronisaties lang niet altijd afwijzend waren, leek het grote publiek er toch weinig behoefte aan te hebben en stierf de praktijk grotendeels uit (een uitzondering vormen televisiereclamespotjes en thuiswinkelprogramma's, die wel regelmatig worden nagesynchroniseerd). Veronica probeerde het in 2000 nog een keer met een aflevering van de Duitse serie HeliCops - Einsatz über Berlin, maar dat experiment kreeg geen vervolg.

Jeugd[bewerken]

Nasynchronisatie van jeugdfilms begon met Sneeuwwitje en de zeven dwergen, waarvan Disney in 1938 een Nederlandse versie liet vervaardigen, en is altijd gangbaar gebleven, al was ondertiteling ook hier tot voor kort gebruikelijker. Animatie voor kinderen tot 8 jaar werd vaak nagesynchroniseerd, maar ook vaak ondertiteld. Bij producties voor oudere kinderen en live-action was nasynchronisatie uitzonderlijk.

Dat begon halverwege de jaren 90 te veranderen. NRC-recensent Hans Beerekamp sprak in 1995 in zijn recensie van The Indian in the Cupboard (De indiaan in de kast) van "een opmerkelijke opmars" van nagesynchroniseerde live-actionfilms, die volgens hem was veroorzaakt door het succes op video van de Nederlands gesproken versies van Free Willy (1993) en Free Willy 2 (1995).[6]

Kinderzenders als Cartoon Network, Jetix (nu Disney XD) en Nickelodeon, die voorheen veel ondertitelde programma's hadden uitgezonden, zijn inmiddels vrijwel integraal overgestapt op nasynchronisatie. Bepalend voor het besluit live-action na te synchroniseren was het succes van de Nederlands gesproken versie van Ned's SurvivalGids in 2008, dat voor Nickelodeon reden was voortaan al zijn programma's in het Nederlands uit te zenden. Disney en Z@ppelin volgden niet veel later.[3] Zelfs series die uitsluitend op tieners zijn gericht, zoals Victorious, iCarly en True Jackson, worden sindsdien nagesynchroniseerd.[7]

De toegenomen nasynchronisatie betekent niet dat er nergens meer originele versies te zien zijn. Vrijwel alle nagesynchroniseerde films draaien ook ondertiteld in de bioscoop. Nickelodeon zendt 's avonds laat in het tienerblok TeenNick ondertitelde series uit. Bij Cartoon Network, Boomerang en Disney Channel bestaat bij sommige televisieaanbieders de mogelijkheid over te schakelen naar een audiospoor in de oorspronkelijke taal.

Vlaanderen[bewerken]

In Vlaanderen werden lange tijd geen of nauwelijks eigen nasynchronisaties geproduceerd, maar sinds Disney in 1995 een aparte Vlaamse versie van Toy Story uitbracht verschijnen steeds meer jeugd- en familiefilms in het Nederlands-Nederlands én in het Belgisch-Nederlands. Als reden hiervoor wordt het uiteengroeien van de taal in beide landen genoemd. Vlaamse kijkers zouden zich ergeren aan 'Hollandse' nasynchronisaties en soms moeite hebben ze te verstaan.[8] Al in 1958 bestonden er plannen de Nederlandse film Fanfare in het Vlaams te laten inspreken, maar die zijn uiteindelijk niet doorgegaan.[9] Omgekeerd kreeg het Vlaamse De Texas Rakkers in 2009 een Noord-Nederlandse nasynchronisatie.[10]

Een andere methode om (deels) aan de voorkeuren van het publiek in beide landen tegemoet te komen is het gebruik van een mengeling van Nederlandse en Belgische stemacteurs. Een bekend voorbeeld is De Leeuwenkoning (1994), waarin de personages Timon en Pumbaa Vlaams spreken.[11] In Asterix en Obelix 3D: De Romeinse Lusthof (2014) spreken de Galliërs Vlaams en de Romeinen Hollands.[12] Alleen de rollen van Asterix en Obelix zelf zijn voor beide landen apart ingesproken.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Maike Stokker, Hasta la pasta! Is dit de Villa? Een onderzoek naar de veranderingen voor Villa Achterwerk na het ontstaan van Z@PP, de jeugdzender van de Publieke Omroep, masterscriptie Universiteit Utrecht, 2012, p. 18.
  2. Simultaanversies, EYE, geraadpleegd 23 december 2014.
  3. a b Els Koppejan, Art or Industry? Working conditions and quality in dubbing, masterscriptie Universiteit Utrecht, 2012, p. 62
  4. "Ernstige Deense film niet geheel geslaagd", Het Vrije Volk, 3 juli 1954.
  5. Bloedverwanten (1977), FilmTotaal, geraadpleegd 26 december 2014.
  6. "Geluidsband verpest aardige kinderfilm", NRC Handelsblad, 20 december 1995.
  7. Els Koppejan, Art or Industry? Working conditions and quality in dubbing, masterscriptie Universiteit Utrecht, 2012, p. 72
  8. Goedele Opsomer, "Pardon, ma, uw accent? Da’s eel grappig!" Een kwantitatief en kwalitatief onderzoek naar Vlaamse tussentaal in Disneyfilms, masterscriptie Universiteit Gent, 2013, p. 24-25.
  9. Fanfare (1958), FilmTotaal, geraadpleegd 26 december 2014.
  10. Suske en Wiske & De Texas Rakkers, FilmTotaal, geraadpleegd 26 december 2014.
  11. Goedele Opsomer, "Pardon, ma, uw accent? Da’s eel grappig!" Een kwantitatief en kwalitatief onderzoek naar Vlaamse tussentaal in Disneyfilms, masterscriptie Universiteit Gent, 2013, p. 9.
  12. Bart van der Put, "Galliërs spreken Vlaams, behalve de twee helden", Het Parool, 17 december 2014.