Nephilim

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

In de Thora en in sommige apocriefe joodse en vroege christelijke geschriften zoals het Eerste boek van Henoch zijn nephilim (Hebreeuws: הנּפלים - 'de gevallenen') een volk van reuzen ontstaan door de vermenging van de beney ha'elohim (Hebreeuws: בני האלהים - 'de zonen van Goden') met menselijke vrouwen. Opvallend is de overeenkomst met moderne wetenschappelijke theorieën gebaseerd op genetisch onderzoek waarbij Neanderthalers (reuzen) zich inderdaad vermengd hebben met menselijke vrouwen; 10% van de genen van de moderne Westerse mens zou van Neanderthalers geleende genen omvatten.

Nephilim voor de zondvloed[bewerken]

"De reuzen (Nephilim) waren op de aarde in die dagen, en ook daarna, toen de zonen Gods tot de dochters der mensen kwamen en zij hun kinderen baarden; dit zijn de geweldigen uit de voortijd, mannen van naam".[1])

De 'zonen Gods' wordt verschillend uitgelegd: het kunnen

Het woord nephilim wordt in sommige bijbelvertalingen onvertaald gelaten maar meestal weergegeven als reuzen, giganten of titanen.

Een van de belangrijkste redenen voor de zondvloed was dat de 'aarde vol geweldenarij en godslastering' was door toedoen van onder andere de Nephilim. Met de zondvloed worden ze dan ook vernietigd.

Nephilim na de zondvloed[bewerken]

Na de zondvloed wordt bericht dat er nadien toch nog 'Nephilim' waren. Volgens sommige bijbelverklaringen komt dat omdat God niet verhinderde dat de zonen van God (die immers geestelijke wezens zijn en dus niet gehinderd werden door de zondvloed die wel hun aardse nakomelingen vernietigde) na de zondvloed hun 'oneerbare' praktijken opnieuw oppakten en weer (reusachtige) nakomelingen bij menselijke vrouwen verwekten. Toen de Israëlieten het beloofde land verkenden kwamen ze tot hun schrik deze 'reuzen' tegen:

"We hebben daar zelfs reuzen gezien, de Enakieten. Vergeleken bij dat volk van reuzen voelden wij ons maar nietige sprinkhanen, en veel meer zullen we in hun ogen ook niet geweest zijn."[2]

De Kanaänieten waren grotendeels afstammelingen van Nephilim en moesten daarom uitgeroeid worden door de Israëlieten toen ze het beloofde land binnentrokken. Bij monde van Mozes kregen ze daarvoor zelfs uitdrukkelijk opdracht van God: "Maar daarbinnen, in de steden van het land dat de HEER, uw God, u als grondgebied zal geven, mag u geen mens in leven laten. Alle Hethieten, Amorieten, Kanaänieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jebusieten moet u doden, zoals de HEER, uw God, u heeft opgedragen...".[3].

Het nageslacht van deze Nephilim was bekend onder diverse namen. Wij lezen van Anakim (Enakieten), die van Anak afstamt[4]; Refaim, die van Rafa (Refaiëten) afstamt; Zamzummims, Emims (Emieten), Avims enz. Iedereen deelde de kenmerken van reusachtig, lang en sterk te zijn.

"Koning Og van Basan was de enig overgebleven afstammeling van de Refaïeten. Zijn bed – te zien in Rabba, de hoofdstad van Ammon – is van ijzer en maar liefst negen el lang en vier breed, gemeten in de gewone el."[5] (Als we voor deze el ongeveer 52 cm nemen dan zou dit bed 4,68 meter lang en 2,08 meter breed moeten zijn geweest)

Maar de Israëlieten volbrachten de opdracht tot uitroeien niet helemaal en gedoogden sommigen van deze volkeren. In latere tijden na de intocht wordt daarom soms nog over Nephilim of reuzen verhaald. Sommige van deze reuzen droegen speren die tussen de vijf en vijftien kilo wogen. De reus Goliath uit de tijd van David, waarschijnlijk ook nog een van de Nephilim, droeg een pantser dat bijna honderd kilo woog en het werd gezegd dat hij ongeveer negen voet (± 2,70 meter) lang moest zijn geweest (ter vergelijking, de langste man in de moderne tijd was Robert Wadlow, die 2,72 meter mat. Hij stierf in 1940 op 22-jarige leeftijd aan complicaties veroorzaakt door zijn lengte). Sommige van die reuzen hadden volgens de Bijbel zes vingers aan elke hand en zes tenen aan elke voet. Dit komt tegenwoordig ook nog voor, enkele per duizend, bij mensen met een bepaalde genetische afwijking (zie verder het artikel over polydactylie). Overigens zijn deze mensen meestal van gewone lengte.

Nephilim als de klassieke halfgoden[bewerken]

Volgens sommigen verwijzen de halfgoden, giganten, reuzen en titanen uit de klassieke Griekse mythologie, Romeinse mythologie en Germaanse mythologie in werkelijkheid naar de Nephilim. Evenals de Hebreeuwse Nephilim waren dezen groot van gestalte en konden bovenmenselijke krachttoeren uithalen. Zie bijvoorbeeld de geschiedenis van de griekse halfgod Herakles en ook de Thursen en Joten uit de mythologie van noordelijk Europa.

Externe links[bewerken]


Bronnen, noten en/of referenties