Pleuravocht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.

Pleuravocht is de pathologische ophoping van vocht tussen de beide longvliezen, de pleura parietalis en de pleura visceralis. Hierdoor kan een patiënt benauwd worden (dyspnoe), met name bij inspanning (dyspnoe d'effort) en platliggen (orthopnoe).

De oorzaken van pleuravocht zijn uiteenlopend. Bijna altijd zal er een pleurapunctie (afnemen van vocht via een prik in de pleuraholte) verricht worden, waarna verdere typering plaatsvindt door middel van biochemisch onderzoek. Bij dit onderzoek wordt gekeken naar de eiwitverhouding van het vocht ten opzichte van het serum. Tevens wordt het LDH (lactaatdehydrogenase), glucose en pH in het vocht bepaald. Tevens vindt er altijd een kweek van het vocht plaats en wordt er gekeken of er tuberculose-bacteriën aanwezig zijn. Daarnaast zal de patholoog-anatoom het vocht onderzoeken op de aanwezigheid van kwaadaardige cellen.

Indien de hoeveelheid eiwit en LDH in het pleuravocht laag zijn, spreekt men van een transsudaat. Indien deze hoog zijn, spreekt men van een exsudaat.

Vormen[bewerken]

Transudatief pleuravocht[bewerken]

Bij dit soort pleuravocht is er vaak een systemische verandering, waardoor vocht zich tussen de longvliezen ophoopt. Men denkt dan aan de volgende oorzaken:

  1. decompensatio cordis ofwel hartfalen
  2. pancreatitis, ontsteking van de alvleesklier
  3. levercirrose, verlittekening van de lever
  4. hypoalbuminemie, komt voor bij nefrotisch syndroom

Verdere ontlasting van het vocht wordt niet aanbevolen indien er sprake is van decompensatio cordis. Deze ziekte dient behandeld te worden met medicijnen.

Exsudatief pleuravocht[bewerken]

Bij exsudatief pleuravocht is er sprake van een lokaal probleem, waardoor vocht zich ophoopt. Oorzaken zijn:

  1. maligniteit
  2. pneumonie (parapneumonische effusie)
  3. empyeem bacteriële ontsteking van het pleuravocht en de longvliezen
  4. chylothorax (de ophoping van vocht met veel vetten)
  5. langer bestaand transudaat
  6. auto-immuunziekten zoals reumatoïde artritis en systemische lupus erythematodes (SLE)

Bij exsudatief pleuravocht wordt het vocht gedraineerd middels het inbrengen van een drain. Vaak wordt, nadat al het vocht afgelopen is, een zogenaamde pleurodese verricht. Hierbij wordt een medicijn in de pleuraholte ingebracht die een ontsteking op gang brengt. Daardoor plakken de longvliezen aan elkaar en kan niet opnieuw pleuravocht ontstaan. In Nederland gebruikt men met name talkpoeder om deze ontstekingsreactie op te wekken.