Priem (gebed)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
deel van de serie over
Kloosters

en het christelijke monastieke leven

Monnik

De priem (Latijn: prima hora - het eerste uur) is een vastgestelde gebedstijd in het traditionele getijdengebed. De priem (of in het Latijn 'prima') wordt meestal rond zes of zeven uur 's ochtends gebeden. In de vernieuwde liturgie van na het Tweede Vaticaans Concilie is de priem komen te vervallen; in het brevier van de Zalige Johannes XXIII uit 1962 is het behouden gebleven. De priem begint altijd met het vers "Deus, in adiutorium meum intende", waarna de hymne "Iam lucis orto sidere" gebeden wordt. Daarna volgen drie psalmen. Vervolgens komt de lezing van het kapittel, uit 1 Tim. 1, 17. De vertaling hiervan luidt: "Aan de koning van de eeuwen, aan de onvergankelijke, onzichtbare, enige God zij de eer en de glorie tot in alle eeuwigheid! Amen." Nu volgt een responsorium, waarin Christus als Zoon van de levende God om ontferming wordt gevraagd. Er volgt een gebed, waarin God wordt gevraagd om hulp op deze dag, om deze zonder zonde en in Gods wil te volbrengen. Wanneer de priem in het koor wordt gezongen, volgt nu de lezing van het martyrologium. In het private gebed is dit optioneel. Vervolgens wordt met het gebed "Sancta Maria, et omnes Sancti" om de voorspraak van alle heiligen gevraagd. Vervolgens wordt het vers "Deus, in adiutorium meum intende" driemaal gezegd, waarna het Onzevader wordt gebeden. Hierna volgen gebeden waarin God wordt gevraagd om het werk van deze dag te zegenen. Nu volgt een lezing die met de seizoenen van het kerkelijk jaar wisselt. Vervolgens wordt de zegen gegeven.