Rutger Kopland
| Rudi Van den Hoofdakker | ||||
| Afbeelding gewenst | ||||
| Algemene informatie | ||||
| Volledige naam | Rutger Hendrik van den Hoofdakker | |||
| Pseudoniem | Rutger Kopland | |||
| Geboren | 4 augustus 1934, Goor | |||
| Overleden | 11 juli 2012, Glimmen | |||
| Land | ||||
| Beroep | dichter, hoogleraar psychiatrie | |||
| Werk | ||||
| Jaren actief | 1966 - ± 2008 (dichter) 1959 - 1995 {psychiater) |
|||
| Genre(s) | poëzie, essay | |||
|
||||
Rutger Kopland, pseudoniem van Rutger Hendrik (Rudi) van den Hoofdakker (Goor, 4 augustus 1934 - Glimmen, 11 juli 2012) was een Nederlands dichter en schrijver. Van beroep was hij psychiater, maar bij een groter publiek is hij bekend als dichter.
Inhoud |
Leven en werk [bewerken]
Wetenschapper [bewerken]
In 1959 deed Van den Hoofdakker zijn artsexamen aan de Rijksuniversiteit Groningen. In 1966 promoveerde hij op een dissertatie over slaapstoornissen, getiteld Behaviour and EEG of drowsy and sleeping cats. Vervolgens werd hij als psychiater een autoriteit op het gebied van depressiebestrijding door lichttherapie en slaapverschuiving. In 1970 leverde hij met het pamflet Het bolwerk van de beterweters scherpe kritiek op de pretenties van de medische stand, waardoor hij een boegbeeld werd van de antiautoritaire zienswijze op de psychiatrie. Hij was van 1981 tot 1995 hoogleraar biologische psychiatrie aan de RUG. Zijn inaugurele rede, uitgesproken op 21 juni 1983, was getiteld Iets over het gebruik van hersenen.
Hij produceerde vele wetenschappelijke publicaties. Hij speelde een belangrijke rol in het onderzoek naar, en de herintroductie van, de elektroconvulsietherapie of ECT, beter bekend als de elektroshock.[1] Deze techniek wordt mede door de inzet van Van den Hoofdakker in Nederland jaarlijks weer op honderden mensen toegepast.[2]
Als wetenschapper, psychiater en dichter trad Van den Hoofdakker op in het VPRO-programma Van de Schoonheid en de Troost van Wim Kayzer.[3]
Literator [bewerken]
Onder het pseudoniem Rutger Kopland werd hij een van de populairste dichters van Nederland. Hij debuteerde in 1966 met de bundel Onder het vee. Meer dan tien bundels volgden, alsmede enkele banden met gebundelde essays. In een onnadrukkelijke, observerende stijl met veel aandacht voor het gewone woord, worden in zijn poëzie algemeen-menselijke thema's belicht. Veel van zijn gedichten beschrijven een (bijvoorbeeld door een landschap opgeroepen) gestold moment, een kortstondige impressie, die aanleiding vormt tot een bespiegeling over vergankelijkheid, het voorbijgaan van het moment of het scheppingsproces van de dichter. Voor veel lezers en critici weet hij toegankelijkheid, relativering en diepgang te combineren.
Zijn gedicht Jonge sla was aanleiding voor een aflevering van de RVU-televisieserie Mooie Woorden van Theo Uittenbogaard, genaamd Jonge sla of De kunst van het vertalen (1995), over de onmogelijkheid om poëzie te vertalen. Bovendien gaf het naam aan een tijdschrift en een toneelgroep.
Een fragment:
- Jonge sla
- Alles kan ik verdragen,
- het verdorren van bonen,
- (...)
- Maar jonge sla in september,
- net geplant, slap nog,
- in vochtige bedjes, nee.
Vertalingen van zijn werk verschenen in het Frans, Duits en Engels. Rutger Kopland werd verkozen tot Dichter des Vaderlands, maar hij liet die eer aan zich voorbijgaan [4].
Publiekelijk bekende de dichter dat zijn favoriete plekje aan de Drentsche Aa ligt, vlakbij Schipborg. Een fragment uit een gedicht over deze plek:
- (...)
- het landschap met de rivier doortrekt me
- en laat me achter, zonder een gevoel, zonder
- een gedachte - het laat me weten
- hoe overbodig ik ben
- ik zit hier, zie dit en vergeet dit, hetzelfde moment
- ik ben alleen en niemand weet waar ik ben
- en wat ik zie, ook ikzelf niet
Persoonlijk [bewerken]
Hij was getrouwd, had drie kinderen en woonde sinds de vroege jaren zestig in Glimmen in de Nederlandse provincie Groningen.
Na een ernstig auto-ongeluk in december 2005, veroorzaakt door een hartstilstand, trok Kopland zich grotendeels terug. Interviews gaf hij nog maar weinig en hij trad nauwelijks meer op in het openbaar. Wel verscheen in 2008 zijn laatste dichtbundel Toen ik dit zag. De daarna nog gepubliceerde lezing "Inleiding in de 'Patafysica" over wetenschappelijke onzinbeweringen had hij al in 2000 uitgesproken in de universiteit van Tilburg.
Rutger Kopland overleed op 77-jarige leeftijd. Hij werd in besloten familiekring begraven. Wel was er een herdenking in de Martinikerk in Groningen[5][6]. Volgens het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is Nederland met het overlijden van Kopland "opnieuw een belangrijke schrijver-dichter ontvallen" [7].
Onderscheidingen [bewerken]
- 1970 - Jan Campertprijs voor Alles op de fiets
- 1975 - Herman Gorterprijs voor Een lege plek om te blijven
- 1986 - Paul Snoekprijs
- 1988 - P.C. Hooft-prijs voor zijn gehele oeuvre
- 1998 - VSB Poëzieprijs voor Tot het ons los laat
- 1999 - Eredoctoraat Universiteit voor Humanistiek
- 2002 - Eredoctoraat Universiteit Utrecht
In april 2005 werd bekend dat Kopland de dat jaar aan hem toegedachte koninklijke onderscheiding zou weigeren, "omdat koninklijke onderscheidingen bedoeld zijn om mensen in het zonnetje te zetten, die normaal gesproken in de schaduw opereren" [5].
Werken [bewerken]
- Onder het vee, 1966
- Het orgeltje van yesterday, 1968
- Alles op de fiets, 1969
- als R.H. van den Hoofdakker: Het bolwerk van de beterweters. Over de medische ethiek en de status quo, 1970.
- Wie wat vindt heeft slecht gezocht, 1972
- Een lege plek om te blijven, 1975
- Al die mooie beloften, 1978
- Dit uitzicht, 1982
- Voor het verdwijnt en daarna, 1985
- Dankzij de dingen, 1989
- Geduldig gereedschap, 1993
- Het mechaniek van de ontroering. Essays over de esthetische ervaringen in poëzie en wetenschap, 1995
- Tot het ons loslaat, 1997
- Over het verlangen naar een sigaret, 2001
- Twee ambachten. Essays over psychiatrie van poëzie, 2003
- Een man in de tuin, 2004
- Verzamelde gedichten, 2006
- Toen ik dit zag, 2008
- Inleiding in de 'Patafysica, 2010
Muurgedicht [bewerken]
In de Surinamestraat in Den Haag werd op 31 maart 2012 een muurgedicht van Kopland onthuld door wethouder Marjolein de Jong. Het gedicht staat op een blinde muur van het Hofje van Schuddegeest, eigendom van de Koninklijke Haagse Woningvereniging 1854. De Nederlandse typograaf en letterontwerper Gerrit Noordzij bracht de tekst aan. [8].
Twee van zijn gedichten zijn sinds 2000 ook gebeiteld in een ijzeren plaat aan de achtermuur van de Steile Tuin in het Arnhemse Park Sonsbeek.
Externe link [bewerken]
Documentaire en bibliografie [bewerken]
- Rutger Kopland : de taal van het verlangen / samenst. en regie: Piet Hein van der Hoek ; prod. en research: Lejo Siepe. - Groningen : Stichting Beeldlijn, 2006. - 1 dvd-video (ca. 55 min.). Documentaire ; met medewerking van Anton Korteweg. Uitgezonden op televisie in Het Uur van de Wolf op 18-03-2007. Zie ook: De taal van verlangen.
- Evenepoel, S. Volmaakt onaf: over stijl en thematiek in de vroege poëzie van Rutger Kopland. Leuven: Universitaire Pers Leuven, 2000
- Goud, Johan (red.) 'Het leven volgens Rutger Kopland. Onze vluchtige plek van de waarheid.' Zoetermeer/Kalmthout: Klement/Pelckmans, 2012
Bronnen, noten en/of referenties
|