Sabbat (christendom)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

In bepaalde stromingen van het christendom is de sabbat de religieuze rustdag zoals deze is voorgeschreven door het vierde gebod van de Tien geboden. Het Hebreeuwse woord sjabbat ("šabbāth", שַׁבָּת) betekent "De [dag] van rust (of ophouden)," met als gevolg hebbende, ophouden of rusten van arbeid. Dit concept vond een vroege voorganger in het Babylonische sabattu,[1] waar ook het woord vandaan komt.[2] Binnen het jodendom wordt de sjabbat al enkele millennia als rustdag gevierd onder de naam sjabbat. Het instellen van de sjabbat was uit respect voor de dag waarop God rustte na de schepping van de aarde in zes dagen, Genesis 2:2-3.

Oorspronkelijk was de verwijzing naar de zaterdag, de zevende dag van de week, of, wat preciezer, de tijdsperiode vanaf vrijdagavond zonsondergang tot zaterdagavond zonsondergang. Later kon de term sabbat binnen het christendom verschillende betekenissen krijgen, afhankelijk van de uitleg/samenhang en de vertaler/spreker.

De zaterdag als sabbat binnen het christendom[bewerken]

Sommige christenen, voornamelijk de zevendedagsadventisten, maar ook de zogeheten messiasbelijders en een toenemend aantal andere vrije evangelische gemeenten houden net als de joden ook de zevende dag als de sabbat, de rustdag. Enkele van de redenen uit het Nieuwe Testament zijn als volgt. In Marcus 2:28 en in Matteüs 12:8 wordt door Jezus verklaard: “Zo is dan de zoon des mensen een Heere ook op de Sabbat”. Dit zou er volgens hen een indicatie voor zijn, dat het houden van de Sabbat essentieel is voor het volgen van Christus. Met andere woorden, omdat hij op de zevende dag sabbat hield, is dit de ware dag des Heeren volgens de zevendedagsadventisten. Verder vinden wij in de toekomstige verwijzing naar de verwoesting van Jeruzalem, de aanwijzing van Jezus, “Doch bid dat uw vlucht niet 's winters of op sabbat gebeurt” Zevendedagsadventisten geloven dat dit inhoudt, dat de Christus verwacht dat de sabbat ook na zijn dood zou worden gehouden. Volgens Hebreeën 4:8-11 blijft er een sabbat. Dit wordt zo begrepen dat de joodse sabbat ook voor christenen de heilige dag zou blijven. Het houden van de sabbat wordt gezien als een blijvende plicht zoals in het vierde gebod wordt voorgeschreven. Het evangelie van Lucas verklaart in vers 23:56, dat toen het lichaam van Christus bereid werd door zijn volgelingen, zij rustten op de sabbat voordat hun werk af was.

De zondag als sabbat binnen het christendom[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Zondagsheiliging voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Sommige christenen beschouwen de zondag als sabbat of als een soort vervanging hiervoor. De zondag blijft wel de eerste dag van de week, maar tegelijk ook de achtste dag. De zevende dag is de Oudtestamentische sabbat. De zondag als achtste dag verwijst naar de grote sabbat die aanbreekt bij de wederkomst van Jezus Christus.

De invoering van de zondag als rustdag in plaats van de zaterdag vond plaats onder de Romeinse keizer Constantijn de Grote (Constantinus). Door Constantijn werd in een edict in 321 n. Chr. zowel aan zijn heidense als aan zijn christelijke onderdanen de zondag aanbevolen als de ’eerbiedwaardige dag voor de verering van de Zon. Het was zijn manier om de tegenstrijdige religies van het Rijk samen te brengen door iets gemeenschappelijks onder hen in te stellen. Het christendom werd overigens pas decennia later verplicht dan wel staatsgodsdienst. De zondag in plaats van de zaterdag was een van de zaken waarin het christendom zich duidelijker ging afscheiden van het jodendom.

Hoewel de dag nog altijd een belangrijke rol speelt in de christelijke week, wordt het woord sabbat nagenoeg niet meer gebruikt (eigenlijk alleen nog in bijbelcitaten). In plaats daarvan spreekt men over de Zondag, zondagsdiensten, zondagsrust, enzovoort. Het woord sabbat wordt ook door christenen gebruikt voor de joodse sabbat.

Noot[bewerken]

  1. Journal of Biblical Literature 33 (1914) 201-12
  2. Ted_Hildebrandt