Sergej Ljapoenov

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sergej Liapoenov

Sergej Michailovitsj Ljapoenov (Russisch: Сергей Михайлович Ляпунов) (Jaroslavl, 30 november 1859Parijs, 8 november 1924) was een Russische componist en pianist. Hij was een broer van de wiskundige Aleksandr Ljapoenov.

Levensloop[bewerken]

Na de dood van zijn vader, Michail Ljapoenov, in Jaroslavl, 250 kilometer ten noordoosten van Moskou verhuisde Sergej, toen hij ongeveer acht jaar oud was, met zijn moeder en zijn twee broers naar de grotere stad Nizjni Novgorod (de geboorteplaats van Mili Balakirev). Nadat zijn moeder was begonnen met zijn muzikale opleiding, studeerde hij daar op de muziekschool. Op aanbeveling van Nikolaj Rubinstein, de directeur van het Conservatorium van Moskou, schreef hij zich in 1878 in aan dat instituut, waar zijn leraren Liszt’s vroegere leerling Karl Klindworth (piano), en Tsjaikovski's vroegere leerling en opvolger aan het conservatorium, Sergej Tanejev (compositie) waren.

Nadat hij in 1883 zijn diploma behaalde, ontmoette hij Mili Balakirev, ging naar Sint-Petersburg en werd een van de leden van Het Machtige Hoopje. Balakirev, die zelf geboren en getogen was in Nizjni Novgorod, nam de zichzelf wegcijferende jonge pianist en componist onder zijn vleugels en hield toezicht op zijn vroege composities, even grondig als hij dat eerder had gedaan met andere leden van zijn Machtige Hoopje. Ljapoenov was ook betrokken bij het verzamelen van volksmuziek voor de Keizerlijke Geografische Sociëteit, volgde Rimsky-Korsakov op als assistent-directeur muziek aan de Keizerlijke Kapel, en werd later leraar aan het conservatorium van Sint-Petersburg (in 1911). Verder was hij nog inspecteur aan het Elena instituut. Na de Russische Revolutie koos hij voor vrijwillige verbanning en ging in 1923 naar Parijs. Daar gaf hij leiding aan een muziekschool voor Russische emigranten. Hij stierf op 8 november 1924 aan een hartaanval.

Belang[bewerken]

Sergej Ljapoenov tijdens een opname op de reproductie-piano van Welte-Mignon in 1910

Ljapoenov neemt een plaats in tussen Het Machtige Hoopje en Tsjaikovski (die hoewel tijdgenoot, daarvan geen lid van was) enerzijds, en de radicale componisten van de latere periode zoals Scriabin, Stravinsky, Prokofjev en Sjostakovitsj anderzijds. Deze interim periode produceerde componisten waarvan sommigen, zoals Aleksandr Glazoenov, een nogal vriendelijke, zachtaardige trend volgden, terwijl anderen, zoals Rachmaninov, duidelijk de volle stijl van het late romanticisme demonstreerden. Ljapoenov, alhoewel ongetwijfeld een componist uit de late romantiek, die toch Balakirev als zijn mentor gekozen had, behoorde tot geen van beide kampen. Balakirev zette hem aan het werk aan een symfonie, net zoals hij gedaan had met zijn leerlingen tientallen jaren eerder, en, zoals het geval was met hun eerste symfonieën (in het bijzonder die van Rimsky-Korsakov), laat Ljapoenov's werk, aantrekkelijk als het is, de aanzienlijke invloed van de oudere man zien, zowel wat harmonie betreft als melodische structuur en orkestratie ; ook de invloed van Aleksander Borodin is duidelijk aanwezig. Ook in andere korte orkestwerken uit deze vroege periode zijn deze invloeden herkenbaar, maar in de "Heilige Overture over Russische Thema’s" demonstreert hij het vermogen volksliederen en de intonaties daarvan in zijn muziek op individuele wijze op te nemen.

Ljapoenov was net als Balakirev een excellent pianist, en het is volgens velen dan ook in zijn werken voor solo piano, piano en orkest en liederen met pianobegeleiding dat zijn uitmuntendheid als componist het best geëtaleerd wordt. Zijn beroemdste werk is beslist de "12 études d'exécution transcendante", geschreven ter nagedachtenis van Liszt (het is bekend dat Balakirev tegen Ljapoenov gezegd heeft: "Probeer nooit te ontsnappen aan zijn altijd aanwezige, dominante invloed"). Dit wordt door velen beschouwd als zijn magnum opus. Het zijn oefenstukken met een erg hoge graad van moeilijkheid, die een breed scala van emoties omvatten en die een hoog niveau van pianistische techniek en expressie vereisen.

In het voorjaar van 1910 nam Ljapoenov 6 van zijn stukken op voor de ‘reproductie-piano’ van Welte-Mignon (Transcendentale Etudes Op. 11, Nrs. 1, 5, en 12; Op. 35).

Oeuvre[bewerken]

Lijst met composities

Werken met opusnummer

  • Op. 1 - Drie stukken
Etude in D
Intermezzo in e mineur
Wals in A majeur
  • Op. 2 - Ballade (1883, ook in arrangement voor 2 piano's)
  • Op. 3 - Rêverie du soir (1880, gereviseerd in 1903)
  • Op. 4 - Pianoconcert No. 1 in e mineur (1890)
  • Op. 5 - Impromptu, As majeur
  • Op. 6 - Zeven preludes
  • Op. 7 - "Heilige overture over Russische Thema’s," (1886)
  • Op. 8 - Nocturne in Des majeur (Andante spianato)
  • Op. 9 - Twee Mazurka's
  • Op. 10 - 30 Russische volksliederen
  • Op. 11 - 12 transcendentale etudes (inclusief Etude nr. 10 "Lezghinka")
  • Op. 12 - Symfonie No. 1 in b mineur (1887)
  • Op. 13 - 35 Russische volksliederen (1897)
  • Op. 14 - Vier liederen
  • Op. 15 - Russische liederen (1900)
  • Op. 16 - Polonaise voor groot orkest in D majeur (1902)
  • Op. 17 - Mazurka nr.3
  • Op. 18 - Novelette
  • Op. 19 - Mazurka nr.4
  • Op. 20 - Valse pensive
  • Op. 21 - Mazurka nr.5
  • Op. 22 - Chant du crépuscule
  • Op. 23 - Valse-Impromptu nr. 1
  • Op. 24 - Mazurka nr.6
  • Op. 25 - Tarantelle
  • Op. 26 - Chant d'automne (1906)
  • Op. 27 - Pianosonate in f mineur (1906-1908) (een eendelig doorgecomponeerd werk)
  • Op. 28 - Rapsodie op Oekraïense thema’s
  • Op. 29 - Valse-Impromptu nr. 2
  • Op. 30 - Vier liederen
  • Op. 31 - Mazurka nr. 7
  • Op. 32 - Vier liederen
  • Op. 33 - Twee pianostukken over Glinka's Ruslan en Ludmilla
1. Wiegenlied van de feeën
2. Het gevecht en de dood van Tsjernomor
  • Op. 34 - Humoreske (uitgegeven 1909)
  • Op. 35 - Divertissements
1.Loup-garou
2.Le Vautour: jeu d'enfants
3.Ronde des enfants
4.Colin-maillard
5.Chansonette enfantine
6.Jeu de course
  • Op. 36 - Mazurka nr.8
  • Op. 37 - Symfonisch Gedicht ter nagedachtenis van Chopin, "Żelazowa Wola"; Cyrillic, Жeлaзoвa Вoлa
  • Op. 38 - Pianoconcert No. 2 in E majeur
  • Op. 39 - Drie liederen
  • Op. 40 - Trois morceaux de moyenne difficulté ('Drie pianostukken van gemiddelde moeilijkheidsgraad')
Prélude (Des majeur)
Elégie (fis mineur)
Humoresque (F majeur)
  • Op. 41 - Fêtes de Noël - Quatre tableaux pour le piano
1. Nuit de Noël (d mineur)
2. Cortège des mages (Es majeur)
3. Chanteurs de Noël (As majeur)
4. Chant de Noël (gis mineur naar As majeur)
  • Op. 42 - Drie liederen (1910-1911)
  • Op. 43 - liederen (1911)
  • Op. 44 - Drie liederen (1911)
  • Op. 45 - Scherzo in bes mineur (circa 1905, piano solo)
  • Op. 46 - Barcarolle in gis mineur (1911, piano solo)
  • Op. 47 - Vijf kwartetten (mannenstemmen)
  • Op. 48 - Vijf kwartetten (mannenstemmen) (1912)
  • Op. 49 - Variaties en fuga op een Russisch thema in B majeur (12 maart 1912, piano solo, uitgegeven ca. 1952)
  • Op. 50 - Vier liederen (1912)
  • Op. 51 - Vier liederen (1912)
  • Op. 52 - Vier liederen (1912)
  • Op. 53 - Hashish - Poême Symphonique Oriental pour grande orchestre in bes mineur (ca. 1913, naar een Turkse vertelling - een quatre mains versie voor piano van de componist bestaat ook)
  • Op. 54 - Prélude Pastoral in As majeur (voor orgel, 1913, uitgegeven in 1914)
  • Op. 54b - Prélude Pastoral in arrangement voor twee piano's, het is niet zeker of dit arrangement van Liapunov zelf is
  • Op. 55 - Grande Polonaise de Concert in f mineur / F majeur (voor piano solo - opgedragen aan Josef Lhévinne)
  • Op. 56 - Vier liederen (1913)
  • Op. 57 - Drie pianostukken (1913)
Kleine fuga - in cis mineur (21 augustus 1913)
Voorjaarslied - in A majeur (4 september 1913)
Bij de fontein - in cis mineur (21 augustus 1913)
  • Op. 58 - Prelude en fuga in bes mineur (26 augustus 1913 - voor piano solo)
  • Op. 59 - Zes eenvoudige stukken (piano solo - uitgegeven 1919)
1. Jeu de paume (balspel)
2. Berceuse d'une poupée (wiegenlied van een pop)
3. Sur une escarpolette (op een schommel)
4. A cheval sur une bâton (op een stokpaardje)
5. Conte de la bonne (verhaal van de oppas)
6. Ramage des enfants (kindergekwetter)
  • Op. 60 - Variaties op een Georgisch thema in A majeur (geschreven tussen 23 juni 1914 en 9 juni 1915)
  • Op. 61 - Vioolconcert (1915, gereviseerd in 1921)
  • Op. 62 - Geestelijke werken (diversen, 1915)
  • Op. 63 - Sextet voor piano, 2 violen, altviool, cello en contrabas (bes mineur, ca. 1916, in 1926 uitgegeven)
1. Allegro Maestoso
2. Scherzo, Allegro vivace
3. Nocturne, Lento ma non troppo
4. Finale, Allegro risoluto
  • Op. 64 - Psalm (1916, gereviseerd in 1923)
  • Op. 65 - Sonatine (Des majeur, 9 augustus 1917)
I. Allegetto
II Andante
III Allegro
  • Op. 66 - Symfonie no. 2 in bes mineur
I. Largo - Allegro moderato - Allegro risoluto - Largo - Allegro moderato - Allegro risoluto - Meno mosso - Allegro risoluto
II. Scherzo - Allegro vivace - A doppio piu lento il tempo precedente - Tempo I
III. Adagio - Pochissimo piu mosso - Poco piu animato - Tempo I
IV. Allegro molto, con strepito - Poco piu moderato, maestoso; Alla breve Sempre - Un poco piu tranquillo - Pochissimo piu animato - Tempo I - Poco piu animato
  • Op. 67 - er is geen werk toegekend aan dit opusnummer
  • Op. 68 - Vechernyaya pesn - Avondlied (1920, cantate voor tenor, koor en orkest)
  • Op. 69 - Vier liederen (1919)
  • Op. 70 - Valse-Impromtpu nr. 3 in E majeur (2 december 1919, piano solo, uitgegeven in 1922)
  • Op. 5471 - Vier liederen (1919-1920)

Zonder opusnummer

  • Zes zeer eenvoudige stukken (1918-1919)
  • Toccata en fuga - (uit 1920, piano solo, uitgegeven 1949)
  • Canon (1923)
  • Allegretto scherzando (1923)
  • Twee preludes
  • Pianotranscriptie van Pachelbel's Canon in D
  • Pianotranscriptie van Glinka's "Kamarinskaja"

Externe link[bewerken]