Snelwandelen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Snelwandelen
Wereldrecords
mannen 20 km: 1:17.16
50 km: 3:35.47
Vladimir Kanaykin

Nathan Deakes

vrouwen 20 km: 1:25.41 Olimpiada Ivanova
Europese records
mannen 20 km: 1:17.16
50 km: 3:36.03
2 uur 29.572 m
Vladimir Kanaykin
Robert Korzeniowski
Maurizio Damilano
vrouwen 20 km: 1:25.41 Olimpiada Ivanova
Nederlandse records
mannen 20 km: 1:24.52
50 km: 3:58.21
Harold van Beek
Harold van Beek
vrouwen 20 km: 2:04.11 Marleen Radder
Belgische records
mannen 20 km: 1:23.13
50 km: 3:47.34
Jos Martens
Godfried Dejonckheere
vrouwen

Snelwandelen is een Olympische sport en onderdeel van de Atletiek. De afstanden die Olympisch worden gewandeld zijn de 20 km voor zowel de mannen als de vrouwen, en de 50 km voor de mannen. De 20 km voor vrouwen is Olympisch sinds de Spelen van 1992.

Inhoud

[bewerk] Regels

De bedoeling is zo snel mogelijk te wandelen, maar niet te rennen, waarbij (in tegenstelling tot hardlopen) het contact van minimaal één voet met de grond dient te worden gehouden. Daarnaast geldt de regel dat de knie van het standbeen vanaf het moment dat de voet de grond raakt, totdat deze recht onder het lichaam is, gestrekt moet zijn. Pas als het been recht onder het lichaam is mag de knie gebogen worden.

De officiële definitie volgens het KNAU Wedstrijdreglement luidt:

Artikel 230 Snelwandelen
Definitie
1. Snelwandelen is het zich voortbewegen door middel van stappen waarbij het contact met de grond, voor zover zichtbaar (met het menselijke oog), ononderbroken gehandhaafd blijft. Het voorste been moet gestrekt zijn (dat wil zeggen niet gebogen in de knie) vanaf het moment van het eerste contact met de grond tot het moment dat dit been zich in verticale stand bevindt.

Door deze regel, en omdat de pas zo veel mogelijk verlengd wordt door met de heupen te zwaaien, krijgen de snelwandelaars die specifieke snelwandelloop. Tijdens een snelwandelrace houden een aantal juryleden in de gaten of de atleten volgens de reglementen wandelen.

Als een jurylid een overtreding constateert kan hij twee dingen doen:

  • Bij een overtreding op het randje kan hij een berisping of verwittiging geven door het tonen van een geel bordje met een teken. Bij verlies van bodemcontact is dat een golfje, bij een gebogen knie is dat een >. Een jurylid mag niet tweemaal dezelfde berisping geven aan dezelfde atleet.
  • Als het jurylid al een berisping heeft gegeven of bij een zeer duidelijke overtreding kan hij een waarschuwing geven. Hij schrijft dan het startnummer van de atleet op. De atleet wordt op de hoogte gebracht door een bord langs het parcours waarop achter zijn startnummer en kruisje of rode cirkel staat. Een jurylid mag aan een atleet één waarschuwing geven.

Bij de derde waarschuwing wordt de atleet gediskwalificeerd. De chef snelwandeljury toont hem een rood bordje en hij moet de wedstrijd verlaten. Ook na de finish kan een atleet nog worden gediskwalificeerd. Het derde kruisje of de derde rode cirkel wordt pas op het bord gezet nadat de atleet uit de wedstrijd is gehaald.

Snelwandelraces worden meestal op een parcours gehouden waarbij de atleten meerdere rondes af moeten leggen. Op deze manier ziet de jury alle atleten in ieder geval een aantal keren langskomen. De mogelijkheid tot diskwalificatie leidt niet zelden tot emotionele taferelen. Berucht is bijvoorbeeld het geval van de atlete Jane Saville die in het zicht van een gouden medaille tijdens de Olympische Spelen van 2000 in Sydney voor haar thuispubliek de rode kaart kreeg voorgehouden.

De jurering leidt tot allerlei discussie. Atleten die op stilstaande videobeelden of foto's met beide voeten los van de grond blijken te zijn, krijgen niet altijd ook een waarschuwing. Met het menselijk oog is het namelijk niet gemakkelijk om dat "live" te zien, mede door de hoge pasfrequentie of het lopen in een groep. Het controleren van bodemcontact met elektronische middelen is echter niet ingevoerd. Reden hiervoor is dat dit het houden van snelwandelwedstrijden en het trainen op niveau heel duur zou maken. Bovendien moet altijd nog gekeken worden of de atleet bijvoorbeeld niet geduwd werd.

[bewerk] Afstanden

Er zijn, naast de Olympische disciplines, in principe vele afstanden die kunnen worden gewandeld. Dit kan gebeuren op de atletiekbaan, of op de weg. De Olympische nummers worden op de weg gehouden. De IAAF heeft aparte wereldrecords voor de 20 km op de weg en de 20 km op de baan. Voor vrouwen bestaan nog de onderdelen 10 km en 20 km op de baan. Bij de mannen bestaat naast de niet-Olympische 20 km op de baan, ook nog de 30 km op de weg. Om de baan- en wegafstanden te onderscheiden worden afstanden op de weg weergegeven met kilometers (bijvoorbeeld 20 km) en op de baan in meters (bijvoorbeeld 20.000 m).

[bewerk] Beoefening

De beoefening van deze tak van sport gebeurt zowel in België als in Nederland in de marge. Er wordt binnen de atletiekverenigingen, enkele uitzonderingen daargelaten, nauwelijks aandacht aan besteed. Door deze gebrek aan traditie komen ook jeugdatleten zelden tot nooit in aanraking met het snelwandelen. In onze regio komt men vaak vanuit het (prestatie-)wandelen en niet vanuit de atletiek in het snelwandelen terecht. Hierdoor zijn wedstrijden op nationaal niveau vaak een voorspelbaar treffen van één of een aantal personen. Harold van Beek is in Nederland op de 20 km bijvoorbeeld sinds 1990 dertien maal nationaal kampioen geweest. Gekeken naar de lijst met Nederlands kampioenen in de afgelopen 50 jaar, dan prijken daar slechts 15 verschillende namen op.

[bewerk] Zie ook

[bewerk] Externe links


[bewerk] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:
  • McGovern, D. (1998) The complete guide to racewalking, thechnique and training Mobile (Alabama):World Class Publications. ISBN 0966217608
  • Rudow, M. (1987) Advanced Race Walking, Seattle: Technique Productions, ISBN 093762702x
 
Persoonlijke instellingen