Speerwerpen
| Speerwerpen | ||||
| Wolfgang Hanisch tijdens de DDR-Leichtathletik-Meisterschaften in 1977 | ||||
| Algemene gegevens | ||||
| Organisatie | Mondiaal: IAAF |
|||
| Start | 18e eeuw (Scandinavië) | |||
| Type | Ind. sport | |||
| Categorie | Krachtsport | |||
| Locatie | Atletiekbaan | |||
| Olympische sport | 1908 | |||
| Competities / Kampioenschappen | ||||
| Kampioenschappen | BK / NK / EK / WK Olympische Spelen Diamond League World Challenge |
|||
| Kampioenen | ||||
| 74,05 Tom Goyvaerts 54,06 Melissa Dupré |
||||
| 73,60 Bjorn Blommerde 53,43 Evelien Dekkers |
||||
| 86,27 Matthias de Zordo 71,99 Maria Abakoemova |
||||
| 84,58 Keshorn Walcott 69,55 Barbora Špotáková |
||||
| Records | ||||
| 83,65 Johan Kloeck 58,51 Melissa Dupré |
||||
| 80,51 Johan van Lieshout 59,27 Bregje Crolla |
||||
| Europees record | 98,48 Jan Železný 72,28 Barbora Špotáková |
|||
| 98,48 Jan Železný 72,28 Barbora Špotáková |
||||
| Verwante sporten | ||||
| Verwante sporten | Discuswerpen Kogelslingeren Meerkamp Kogelstoten |
|||
| Laatst bijgewerkt op: 11 december 2012 | ||||
|
||||
Speerwerpen is een onderdeel in de atletiek waarbij men, na een aanloop, tracht een speer zo ver mogelijk te werpen. De speer dient te landen in een vrij smalle sector waarbij de punt van de speer het eerst de grond moet raken.
In de 18e eeuw werd de huidige speerwerpsport ontwikkeld door de Scandinaviërs. De Zweden en vooral de Finnen toonden zich gedurende tientallen jaren ware meesters in het speerwerpen. Speerwerpen werd voor het eerst in officiële kampioenschappen opgenomen in 1906 in Engeland. Het werd een officiële Olympische atletiekdiscipline voor mannen in 1908 in Londen en in 1932 in Los Angeles voor vrouwen. Ook is het onderdeel van verschillende meerkampen.
Inhoud |
Regels [bewerken]
De speer wordt geworpen na een aanloop, waarbij de aanloopbaan 4 meter breed is en minimaal 30 meter lang, bij voorkeur 33,50 m of meer. Daarbij gelden de volgende regels:
- De speer dient in midden te worden vastgehouden, de punt moet bij de aanloop en afworp voortdurend ongeveer in de werprichting wijzen.
- De atleet mag de aanloop pas verlaten nadat de speer geland is.
- De atleet mag de gebogen, witte lijn aan het eind van de aanloop, of het zijdelings verlengde daarvan, niet aanraken of overschrijden. Ook niet bij het verlaten van de aanloop nadat de speer geland is.
- De speer dient met de punt het eerst de grond te raken. De speer hoeft echter niet in de grond te blijven steken.
- De speer moet binnen de sectorlijnen landen. Dit zijn lijnen die hun oorsprong hebben in het zogenaamde 'achtmeterpunt', acht meter voor het einde van de aanloopbaan. Vanaf daar maken ze een hoek van 28,65° met elkaar.
- Nadat de speer geland is dient de werper de aanloop te verlaten, dit is het geval zodra hij/zij de aanloop aan de zijkant heeft verlaten, of meer dan 4 meter van de afworplijn is weggelopen. De jury kan dan gaan meten.
- Tijdens een wedstrijd mag iedere atleet over het algemeen drie keer werpen, waarna de beste acht atleten nog drie worpen mogen maken.
Materiaal [bewerken]
De speren werden eerst van hout gemaakt, maar tegenwoordig van metaal of carbon, in elk geval hebben zij een metalen punt en is de doorsnede rond. Rond het zwaartepunt is een handvat van koord aangebracht. Een herenspeer is 2,6 tot 2,7 meter lang en weegt 800 gram. Een damesspeer weegt 600 gram en is 2,2 tot 2,3 meter lang. Bij jeugd en mastersatletiek worden ook lichtere speren gebruikt, speren van 400, 500 en 700 gram zijn daarbij in gebruik.
In 1956 veroorzaakte een Spaanse speerwerper grote opschudding: met een soort draai-worp kwam hij tot afstanden van meer dan 100 meter. Daar zijn slingertechniek het karakter van het speerwerpen volkomen veranderde, werd een voor de internationale atletiekwereld eensluidende regel opgesteld: de speerpunt moet tijdens de aanloop steeds in de werprichting wijzen. Doch ook zonder de revolutionaire draaitechniek ging men steeds verder werpen. Toen men in 1984 afstanden wierp van meer dan 100 meter, besloot de IAAF uit veiligheidsoverwegingen om het zwaartepunt van de speer te verleggen, waardoor de geworpen afstanden met 15 tot 20 meter verminderden. Ondertussen werpt men de speer echter regelmatig weer meer dan 90 meter ver. In 1991 werden de reglementen aangepast om een nieuw type speer met een ruw oppervlak uit te sluiten. Bij de vrouwen is het model in 1999 gewijzigd. De oude modellen, zowel bij de mannen als bij de vrouwen, hadden steeds betere aerodynamische eigenschappen waardoor ze verder vlogen, maar waardoor het ook steeds vaker gebeurde dat er onenigheid ontstond over de geldigheid van de worp: raakte de punt nu wel of niet als eerste de grond?
Techniek [bewerken]
- De andere drie werponderdelen binnen de atletiek (kogelstoten, discuswerpen en kogelslingeren) zijn rotatieworpen: de werp(st)er staat in een ring van beperkte doorsnee en al draaiend wordt snelheid aan het werptuig gegeven. Bij speerwerpen daarentegen wordt in een rechte lijn aangelopen. De speer moet vóór het eind van de aanloop afgeworpen worden en bovendien mag de werper zelf de afwerplijn niet passeren. Dit maakt dat de techniek van het speerwerpen totaal anders is dan bij de andere werponderdelen. De kunst is om de krachtigst mogelijke afworp te combineren met de snelst mogelijke aanloop waarbij ook nog in zo kort mogelijke tijd tot stilstand gekomen moet worden – een biomechanisch interessante puzzel. Er komt dan nog bij dat de speer nauwkeurig onder de goede hoek geworpen moet worden omdat dan de vluchteigenschappen van de speer het best benut worden.
- Bij het eerste deel van de aanloop wordt de speer meestal horizontaal gehouden met de hand naast het hoofd. De manier van lopen is erg persoonlijk en is niet wezenlijk voor de prestatie, van belang is slechts dat precies die snelheid bereikt wordt waar de beste afworp mee gedaan kan worden. Een pas of vijf vóór de afworp wordt de speer naar achteren gebracht: de schoudergordel komt nu evenwijdig aan de looprichting te staan en het bekken ook bijna, de speer wordt op ongeveer kruinhoogte met gestrekte arm vastgehouden, waarbij de speer vlak langs het hoofd naar voren wijst. Door de dwarse houding van schouders en bekken worden de laatste passen tot 'kruispassen': als het rechterbeen (bij rechtshandigen) naar voren beweegt passeert het het linkerbeen en zijn de benen gekruist; de actie van het linkerbeen lijkt op 'pootje-over' bij schaatsen, de voet staat vrijwel dwars op de looprichting. De voet van het rechterbeen wordt soms ook bijna dwars op de looprichting geplaatst maar de voet in de looprichting plaatsen komt ook voor (Jan Železný) zodat de rechtervoet juist dwars op de normale looppositie staat.
- De laatste maal dat het linkerbeen afzet ontstaat de 'banaan'. Het bovenste fotootje toont zowel het kruisen van de benen als de banaan: de linkerheup leidt de beweging, het linkerbeen wijst met een krachtige afzet naar achteren en de romp helt ook een tikkeltje naar achteren (bij oude technieken veel meer). Deze 'banaan' van hoofd naar heup naar afzetvoet leidt tot spanning op de linkerzij waardoor het linkerbaan na de afzet des te sneller naar voren kan gaan. (Het voorspanningsprincipe komt in alle technieken van de atletiek naar voren: een spier eerst rekken (de verkeerde kant op), leidt ertoe dat hij vervolgens sneller kan bewegen.) Het linkerbeen passeert dan snel het rechterbeen en landt kort nadat het rechterbeen voor de laatste maal geland is. Het rechterbeen landt ongeveer recht onder het zwaartepunt terwijl het linkerbeen een stuk vóór het lichaam geplaatst wordt. Bij een goede techniek is dat been geheel gestrekt, waardoor de linkerheup gefixeerd wordt. Die heup kan alleen nog maar als een polsstok schuin omhoog gaan.
- De plaatsing van het linkerbeen voor het lichaam leidt ertoe dat de werper sterk geremd wordt, maar er moet voor gezorgd worden dat de bewegingsenergie van de werper overgedragen wordt op de speer. Dit wordt bereikt door de rechterkant van de romp snel naar voren te bewegen, of beter gezegd: te laten bewegen, want het lijf had al snelheid van de aanloop. Na plaatsing van het linkerbeen kan de rechterkant van de romp de linkerkant inhalen; de draaias van deze beweging loopt van linkerheup naar linkerschouder (die schouder beweegt nauwelijks ten opzichte van de heup, zie de foto's). Intussen blijft de werparm zo lang mogelijk naar achteren wijzen, waardoor de 'spanboog' kan ontstaan: de lijn van linkerheup naar rechterschouder naar hand vormt een boog die zo gekromd mogelijk moet zijn. Deze spanboog bevat veel voorspanning. Bovendien is er spanning/torsie in de romp: de rechterheup is naar voren gebracht terwijl de schoudergordel zo lang mogelijk haaks op de looprichting blijft. Zie het tweede fotootje. Al deze voorspanning wordt gebruikt om tenslotte de speer echt af te werpen. De werparm is daarbij zo gestrekt mogelijk en de speer wordt losgelaten als de arm de schouder passeert, zoals het derde fotootje laat zien, waar de speer net de hand van de werper heeft verlaten. De afwerpsnelheid van de speer is bij goede werpers iets boven de 30 m/sec, bij goede werpsters iets eronder.
- Tenslotte moet nog geremd worden. Als het linkerbeen goed geplaatst was, is veel voorwaarste snelheid al verdwenen en wat overblijft is een beetje verticale snelheid (en de grote snelheid van de speer natuurlijk). Sommige werpers schieten daardoor voorwaarts omhoog en landen op beide handen, vlak vóór de afwerplijn. De meeste werp(st)ers maken een heel grote pas en eventueel nog een of twee kleine pasjes om tot stilstand te komen.
- Techniekvarianten. Werparm: bij aanvang van de afworp kan de werparm recht naar achteren wijzen of naar linksachter, in dat laatste geval is de romp sterker geroteerd en wordt het speerwerpen meer een rotatieworp (wereldrecordhouder Jan Železný deed dat). Elleboog: bij het inzetten van de worp buigt de elleboog bij sommigen slechts licht, bij anderen tot ongeveer haaks; dat laatste leidt eerder tot elleboogblessures. Schouderas: op het moment van afwerpen kan de werparm geheel in het verlengde van de schouderas liggen, iets daarboven (Steffi Nerius bijvoorbeeld) of er net iets onder (Železný).
Records [bewerken]
Het wereldrecord voor mannen werd op 25 mei 1996 geworpen door Jan Železný. Hij wierp een afstand van 98,48 meter in Jena (Duitsland). Het wereldrecord voor de vrouwen werd op 13 september 2008 geworpen door Barbora Špotáková. Ze wierp een afstand van 72,28 meter in Stuttgart (Duitsland).
Top tien beste werpers aller tijden [bewerken]
Mannen [bewerken]
- uitgaande van het model dat vanaf 1986 voorgeschreven is
- laatste update 5 november 2009
| Rang | Afstand | Naam | Land | Geboren | Plaats | Datum |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 1. | 98,48 | Jan Železný | 16 juni 1966 | Jena | 25 mei 1996 | |
| 2. | 93,09 | Aki Parviainen | 26 oktober 1974 | Kuortane | 26 juni 1999 | |
| 3. | 92,61 | Sergej Makarov | 19 maart 1973 | Sheffield | 30 juni 2002 | |
| 4. | 92,60 | Raymond Hecht | 11 november 1968 | Oslo | 21 juli 1995 | |
| 5. | 91,69 | Konstantínos Gatsioúdis | 17 december 1973 | Kuortane | 24 juni 2000 | |
| 6. | 91,59 | Andreas Thorkildsen | 1 april 1982 | Oslo | 2 juni 2006 | |
| 7. | 91,53 | Tero Pitkämäki | 19 december 1982 | Kuortane | 26 juni 2005 | |
| 8. | 91,46 | Steve Backley | 12 februari 1969 | Auckland | 25 januari 1992 | |
| 9. | 91,29 | Breaux Greer | 19 oktober 1976 | Indianapolis | 21 juni 2007 | |
| 10. | 90,73 | Vadims Vasiļevskis | 5 januari 1982 | Tallinn | 22 juli 2007 |
Vrouwen [bewerken]
- uitgaande van het model dat vanaf 1999 voorgeschreven is
- laatste update 29 november 2011
| Rang | Afstand | Naam | Land | Geboren | Plaats | Datum |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 1. | 72,28 | Barbora Špotáková | 30 juni 1981 | Stuttgart | 13 september 2008 | |
| 2. | 71,99 | Maria Abakoemova | 15 januari 1986 | Daegu | 2 september 2011 | |
| 3. | 71,70 | Osleidys Menéndez | 14 november 1979 | Helsinki | 14 augustus 2005 | |
| 4. | 70,20 | Christina Obergföll | 22 augustus 1981 | München | 23 juni 2007 | |
| 5. | 69,48 | Trine Hattestad | 18 april 1966 | Oslo | 28 juli 2000 | |
| 6. | 68,38 | Sunette Viljoen | 6 oktober 1983 | Daegu | 2 september 2011 | |
| 7. | 68,34 | Steffi Nerius | 1 juli 1972 | Elstal | 31 augustus 2008 | |
| 8. | 67,67 | Sonia Bisset | 1 april 1971 | Salamanca | 6 juli 2005 | |
| 9. | 67,51 | Mirela Maniani | 21 december 1976 | Sydney | 30 september 2000 | |
| 10. | 67,20 | Tatjana Šikolenko | 10 mei 1968 | Monaco | 18 augustus 2000 |
Wereldrecordontwikkeling [bewerken]
Mannen [bewerken]
Vrouwen [bewerken]
Speerwerpen op de Olympische Spelen [bewerken]
Speerwerpen staat al sinds 1908 op de kalender van de Olympische Zomerspelen. Op die spelen van Londen werd er nog een onderscheid gemaakt tussen de middengroep en de vrije stijl. In 1912, Stockholm was er een algemene competitie en daarnaast een gecombineerde wedstrijd waar zowel links als rechtshandig moest worden geworpen. Vanaf de Spelen van 1920 in Antwerpen werd dit echter afgeschaft. In 1932 werd er ook voor het eerst een Olympische competitie voor vrouwen georganiseerd.
Mannen [bewerken]
Vrouwen [bewerken]
| Bronnen, noten en/of referenties |
| Wereldkampioen |
|---|
|
Atletiek: speerwerpen mannen
1983 Detlef Michel · 1987 Seppo Räty · 1991 Kimmo Kinnunen · 1993 Jan Železný · 1995 Jan Železný · 1997 Marius Corbett · 1999 Aki Parviainen · 2001 Jan Železný · 2003 Sergej Makarov · 2005 Andrus Värnik · 2007 Tero Pitkämäki · 2009 Andreas Thorkildsen · 2011 Matthias de Zordo Atletiek: speerwerpen vrouwen
1983 Tiina Lillak · 1987 Fatima Whitbread · 1991 Xu Demei · 1993 Trine Hattestad · 1995 Natalja Schikolenko · 1997 Trine Hattestad · 1999 Mirela Maniani · 2001 Osleidys Menéndez · 2003 Mirela Maniani · 2005 Osleidys Menéndez · 2007 Barbora Špotáková · 2009 Steffi Nerius · 2011 Maria Abakoemova |