Staf de Clercq

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Staf De Clercq
Afbeelding gewenst
Volledige naam Jérôme Gustave Théophile (Staf) de Clercq
Geboren 16 september 1884
Overleden 22 oktober 1942
Land Vlag van België België
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Jérôme Gustave Théophile (Staf) De Clercq (Everbeek, 16 september 1884Gent, 22 oktober 1942) was een Belgisch politicus die evolueerde van Vlaams-nationalist naar Nationaal-socialist. Hij was een bekend collaborateur met de Duitse bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog. Van 1933 tot zijn plotse dood in 1942 was hij de leider van de extreemrechtse Vlaams-nationalistische groepering VNV.

Biografie[bewerken]

De Clercq studeerde aan het college van Edingen en daarna aan de normaalschool Bonne-Esperance te Binche. Hij volgde de lessen in het Frans omdat dit destijds de enige mogelijkheid was. Hij werd zelf onderwijzer en gaf les in Lettelingen en Heikruis.

Als onderwijzer en oudstrijder (hij was brancardier tijdens de Eerste Wereldoorlog) werd hij in 1919 in Brussel, samen met bijvoorbeeld Joris Van Severen, tot volksvertegenwoordiger gekozen voor de pas opgerichte Frontpartij. Bij de verkiezingen in 1932 verloor hij echter zijn zetel.

De Clercq zetelde van 1921 tot 1936 ook in de gemeenteraad van Kester. In deze periode bekleedde hij tweemaal het ambt van schepen. Burgemeester van deze Pajotse gemeente kon hij niet worden omdat de toenmalige minister van binnenlandse zaken Henri Carton de Wiart hier een stokje voor stak. In die tijd was het niet ongebruikelijk dat men Vlaams-nationalisten, zelfs met een absolute meerderheid van stemmen zoals De Clercq, weigerde te benoemen tot burgemeester.

Sterk antimilitaristisch gezind nam hij in 1933 de leiding van het op 7 oktober 1933 opgerichte VNV en werd daar den Leider genoemd. Deze nieuwe formatie diende een zekere eenheid te brengen in de rangen van de verdeelde Vlaams-nationalisten. Op 5 mei 1935 hield het VNV haar eerste landdag op de Kesterheide in het huidige Vlaams-Brabant. Op het enige reusachtige spandoek stond de slogan "Eén volk in eigen staat". August Borms hees er de VNV-vlag aan de mast. In de daar verspreide brochure stond over Staf De Clercq: "Hij ontwerpt, hij beveelt, hij bundelt. Hij is het symbool van de orde. De leider denkt, de volgelingen handelen."

Zijn aanvankelijk strak beleden Groot-Nederlandse overtuiging heeft hij in 1936 onder druk van de federalistische vleugel van de partij moeten afzwakken, toen de partij samen met REX-Vlaanderen een overeenkomst sloot om te ijveren voor een gefederaliseerd België onder de kroon van Leopold III.

Collaboratie[bewerken]

Sinds april 1937 ontving het VNV reeds een maandelijkse toelage van omgerekend € 3000 van het Duits Ministerie voor Propaganda (toelage die begin 1939 verhoogd werd naar omgerekend € 15.000). Na enige aarzeling stapte hij in 1940 met het VNV toch in de collaboratie. Staf de Clercq stelde het VNV ter beschikking van de Duitse bezetter en maakte dit publiek tijdens een redevoering op 10 november 1940 waarin hij onder meer stelde: Vlaanderen moet inschakelen in de nieuwe orde, geboren uit de nationaal-socialistische revolutie. Het VNV stelt zich ten doel het vestigen van de nieuwe orde in Vlaanderen. Deze nieuwe politieke orde dient gevestigd te zijn, eensdeels op het beginsel van het leiderschap, andersdeels op het uitschakelen en verwerpen van alle instellingen [parlement, vakbonden, etc..], groeperingen of uitingen die de organische eenheid der Volksgemeenschap aantasten of ondermijnen.

Al spoedig moest de Eenheidsbeweging-VNV (waar inmiddels ook REX-Vlaanderen en Verdinaso in waren opgegaan) optornen tegen de concurrerende en door de SS gesteunde DeVlag en de Duitse belangen die niet steeds even parallel bleken te lopen met die van het Vlaams-nationalisme. In Antwerpen op 20 september 1942 houdt Staf De Clercq, ter gelegenheid van de hulde voor zijn 58ste verjaardag, zijn laatste redevoering. Daarin herbevestigt hij zijn vertrouwen in Adolf Hitler.

Na zijn dood[bewerken]

Na zijn overlijden in 1942 ten gevolge van een hartaanval, werd Staf de Clercq opgevolgd door Hendrik Elias. De toenmalige kardinaal Van Roey weigerde de uitvaartplechtigheid te laten plaatsvinden in de Sint-Goedelekathedraal te Brussel. Als reactie hierop werd een rouwkapel opgezet op de Grote Markt, waarin de plechtigheid doorging. Na Wereldoorlog II werd het VNV buiten de wet gesteld.

Staf De Clercq werd begraven in een praalgraf op de Kesterheide. Bij de bevrijding werd zijn graf geschonden door verzetslieden die het stoffelijk overschot publiekelijk bespotten en verminkten. Het lijk werd nadien begraven in een anoniem graf te Leerbeek. In 1978 werd zijn lichaam door de Vlaamse Militanten Orde heropgegraven en bijgezet op het kerkhof van Asse onder ruime belangstelling van Vlaams-Nationalisten van de Volksunie.

In 2004 werd Staf De Clercq herdacht op de IJzerwake en op een afzonderlijke herdenking in Kester waar hij oorspronkelijk begraven lag. Deze herdenking, waarbij voormalig Volksunie-senator Bob Maes een rede hield, werd georganiseerd door Voorpost.

Literatuur[bewerken]

  • Antoon MERMANS, De Leider. Schets van het leven van Staf De Clercq, Antwerpen, 1941.
  • Bruno DE WEVER, Staf De Clercq, 1989.
  • Bruno DE WEVER, Greep naar de macht, Tielt, 1995.
  • Bruno DE WEVER, Staf De Clercq, in: Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging, Tielt, 1998
  • J. VAN DINGENEN, Zijn doel, zijn middelen: Staf De Clercq, het VNV en de collaboratie, 1995
  • Pieter-Jan VERSTRAETE, Cahiers Staf De Clercq (5 delen, 2001-2005)

Externe links[bewerken]