Zes suites voor onbegeleide cello (J.S. Bach)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zes suites voor onbegeleide cello
De eerste pagina (een gedeelte van de Prelude) van het manuscript van Anna Magdalena Bach van Suite No. 1 in G majeur, BWV 1007
De eerste pagina (een gedeelte van de Prelude) van het manuscript van Anna Magdalena Bach van Suite No. 1 in G majeur, BWV 1007
Componist Johann Sebastian Bach
Soort compositie suite voor onbegeleide violoncello
Toonsoort 1. G groot
2. d klein
3. C groot
4. Es groot
5. c klein
6. D groot
Andere aanduiding BWV 1007 t/m BWV 1012
Compositiedatum 1717 - 1723 te Köthen
Vorige werk Sonates en partita's voor onbegeleide viool (J.S. Bach)
Volgende werk Partita voor onbegeleide fluit (J.S. Bach)
Oeuvre Bach-Werke-Verzeichnis
Portaal  Portaalicoon   Klassieke muziek

De Zes suites voor onbegeleide cello zijn zes verwante en gelijkaardig gestructureerde instrumentele muziekstukken van de hand van de Duitse componist Johann Sebastian Bach. Zij worden gerekend tot de grootste werken ooit geschreven voor de cello.

Situering[bewerken]

Naar alle waarschijnlijkheid zijn ze geschreven in de periode 1717-1723, toen Bach diende als Kapellmeister voor de muziekminnende Leopold van Köthen. De stukken zouden aan het hof zijn uitgevoerd door Christian Ferdinand Abel, een muzikant die verscheidene instrumenten bespeelde, waaronder de viool, de viola da gamba en uiteraard de cello. De situatie aan het hof van Leopold van Anhalt-Köthen bood Bach een ideale kans om instrumentale, niet-functionele muziek te schrijven. Naast de zes cellosuites bracht deze periode ook andere grootse werken van Bach zoals de Brandenburgse Concerten en het Wohltemperierte Klavier.

Bij het schrijven van de zes cellosuites lijkt het of Bach zich verplicht heeft om voor de monofone cello een polyfoon stuk te schrijven. Men spreekt in dat verband van imaginaire polyfonie, die tot stand komt door akkoorden en arpeggio's, en door gebruik te maken van een onder- en een bovenstem die na elkaar worden gespeeld. De suites worden gekenmerkt door een grote variëteit aan speeltechnieken, een grote emotionele lading en interactie tussen de stemmen. De intimiteit van de stukken heeft ertoe geleid dat de suites tot de geliefde werken van Bach worden gerekend. Vele vooraanstaande cellisten voeren het werk uit en velen hebben er ook een opname van gemaakt. Er staan vrijwel geen spelaanwijzingen in de muziek, dus is de wijze van uitvoeren sterk afhankelijk van de interpretatie van de artiest. Een objectief oordeel hierover is niet mogelijk.

De suites zijn voor verschillende muziekinstrumenten bewerkt, zoals de viool, altviool, viola da gamba, bas, basgitaar, piano, dwarsfluit, gitaar, trompet, hoorn, Besklarinet, saxofoon, marimba, trombone, luit en tuba.

Geschiedenis[bewerken]

Een exacte chronologische volgorde van de zes cellosuites (dit betreft zowel de volgorde waarin de suites door Bach zijn gecomponeerd, en de vraag of ze vóór of na de sonates en partitas voor onbegeleide viool zijn geschreven) kan niet worden vastgesteld. Over het algemeen denken de deskundigen op grond van een analyse van de stijl van de werken dat de cellosuites vóór de sonates en partita's voor onbegeleide viool zijn geschreven.

De suites waren voor 1900 nog niet erg bekend en ze werden tot die tijd nog voor etudes aangezien. Er zijn zelfs pogingen gedaan om er een pianobegeleiding bij te schrijven, onder andere door de componist Robert Schumann. Felix Mendelssohn bracht de muziek van Bach wel weer onder de aandacht, maar Bach bleef toch nog vrij onbekend. De cellist Pau Casals wordt gezien als degene die de suites écht bekend heeft gemaakt. Casals vond in het jaar 1890 een editie van Grützmacher in een tweedehands muziekwinkeltje in Barcelona. Casals begon met het studeren en opvoeren van de werken. Het duurde nog 35 jaar voordat Casals de stukken zou opnemen, waarna de bekendheid van de stukken tot ongekende hoogten steeg. Casals' interpretatie van de suites is nog steeds verkrijgbaar.

De oorspronkelijke manuscripten van de suites van Bach zijn verloren gegaan. De muziek is te danken aan het kopieerwerk van Bachs tweede vrouw, Anna Magdalena en analyses van deskundigen, die een bijna authentieke reconstructie hebben opgeleverd. Toch blijven de verbindingsbogen over de noten en andere versieringen omstreden, waardoor er vele interpretaties bestaan.

Volgens recente onderzoeken en speculaties zijn de werken niet door Bach zelf uitgeschreven, maar door zijn vrouw Anna Magdalena, die tevens betrokken zou zijn geweest bij het schrijven van de aria uit de Goldbergvariaties. Anna Magdalena deed veel kopieerwerk voor haar man. Haar handschrift lijkt echter zo sterk op dat van haar echtgenoot dat men pas in de jaren vijftig van de twintigste eeuw ontdekte dat een deel van het bewaard gebleven oeuvre niet geschreven was door de hand van de meester, maar door de hand van zijn vrouw. Anna Magdalena's manuscript valt tegenwoordig te bewonderen in de Staatsbibliothek zu Berlin.

Manuscripten[bewerken]

Na de dood van Bach in 1750 gingen veel van zijn manuscripten verloren, waaronder de meeste manuscripten van de zes cellosuites. Maar drie manuscripten zijn bewaard gebleven:

De voorkant van het manuscript van Anna Magdalena Bach

* Een manuscript van de hand van Anna Magdalena Bach, zijn tweede vrouw. Op de voorkant van het manuscript valt te lezen:


Suites a

Violoncello Solo
senza
Basso
composées
par
A. J. S. Bach

Maître de Chapelle
(De Zes Suiten Voor Violoncello Solo van J.S. Bach, Kapelmeester)
  • Een manuscript uit Westfalen van een organist uit Hamburg, zonder twijfel een leerling van J.S. Bach. Dit manuscript was zeer gedetailleerd uitgewerkt. Op de voorkant van dit manuscript valt te lezen:


Suiten mit Preluden

für das Violoncello
von
Joh. Seb. Bach

(Suiten Met Preluden Voor De Violoncello van Joh. Seb. Bach)

De twee manuscripten van de leerlingen werden in de jaren vijftig van de vorige eeuw gevonden na zoekwerk van de cellist Dimitry Markevitch. De manuscripten wijken iets af van het manuscript van Anna Magdalena in versieringen van de noten.

De suites[bewerken]

Alle zes suites zijn weer opgebouwd uit zes verschillende delen.

1. Prelude
2. Allemande
3. Courante
4. Sarabande
5. Galanterieën ( Menuetten voor suites 1 en 2, Bourrées voor suites 3 en 4, Gavottes voor 5 en 6)
6. Gigue

Deskundigen zijn van mening dat Bach de werken had bedoeld en ontworpen als een systematische cyclus en niet als losstaande werken. Bach heeft de werken dan ook van een duidelijke structuur voorzien. In vergelijking met Bachs andere suiteverzamelingen zijn de cellosuites het consequentst wanneer men kijkt naar opeenvolging van de delen. Om ze tot een symmetrisch geheel te vormen, en daarmee verder te gaan dan de traditionele muziekvormen, stopte Bach bij elke suite twee galanterieën tussen de Sarabande en Gigue. De Sarabande vormt telkens het emotionele middelpunt van de suites en kan als de wig van de suite worden gezien. De suites klimmen bovendien in moeilijkheidsgraad en emotionele rijkdom.

Suite No. 1 in G groot, BWV 1007[bewerken]

De Prelude, die vooral bestaat uit arpeggioakkoorden, is waarschijnlijk het bekendste deel van de zes suites. De prelude is vaak te horen op de televisie en in films. Het tweede menuet is een van de twee delen in de zes suites waarin geen hele akkoorden voorkomen, wel zijn er gebroken akkoorden aanwezig in het stuk.

Suite No. 2 in d klein, BWV 1008[bewerken]

De Prelude van de tweede suite bestaat uit twee delen. Het eerste deel bevat een sterk terugkerend thema dat meteen aan het begin wordt geïntroduceerd. Het tweede deel is een cadenzabeweging, die naar de finale leidt in de vorm van krachtige akkoorden. De aansluitende Allemande bevat korte cadenza's die van de anders zo strenge dansvorm afwijken. De Sarabande van de tweede wijkt in enkele maten af van de andere Sarabandes. Normaliter ligt het accent in een Sarabande op de tweede tel, maar in sommige maten is dit niet het geval, daar het accent dan midden in een gepunteerde kwartnoot zou vallen.

Suite No. 3 in C groot, BWV 1009[bewerken]

De Prelude van de derde suite bestaat uit een A-B-A-C vorm, met A als een kleine beweging die uiteindelijk oplost in een energiek arpeggiostuk. In deel B wordt voor het eerst in de zes cellosuites de duimpositie toegepast om de veeleisende akkoorden te kunnen spelen. Dan wordt er weer teruggekeerd naar het A-thema, en het einde is een krachtige en verrassende beweging van akkoorden.

De Allemande is het enige deel van de zes waar een bovenmaat wordt toegevoegd in de vorm van drie-zestiende noten in plaats van een-zestiende noot zoals in de standaard vorm.

De tweede Bourrée wordt vaak in d mineur genoteerd, hoewel hij eigenlijk in c mineur staat. Dit komt door het veelvuldig voorkomen van de noot A in de Bourrée.

Suite No. 4 in Es groot, BWV 1010[bewerken]

De vierde suite is een van de technisch veeleisendste delen van de suites, aangezien e mineur een ongemakkelijke toonsoort is om te spelen op de cello. Het stuk vereist dan ook erg veel gestrekte linkerhandposities. De Prelude bestaat vooral uit een moeilijke golvende beweging in achtste noten, die ruimte laat voor een cadenza voor de terugkeer naar het oorspronkelijke thema. In de lieflijke Sarabande valt de nadruk op de tweede tel - het hoofdkenmerk van deze dans in driekwartsmaat - nauwelijks op aangezien op bijna elke eerste tel een akkoord wordt gespeeld, en op de tweede tel niet.

Suite No. 5 in c klein, BWV 1011[bewerken]

In het manuscript van Anna Magdalena Bach staat voor de Prelude van de vijfde suite "Discordable" oftewel het is een scordatura]]: de hoogste cellosnaar, normaal gestemd op A, moet een hele toon lager worden gestemd naar G. Tegenwoordig wordt bijna in elke uitgave van de suites naast in de oorspronkelijke stemming een versie gevoegd voor de normale stemming, dus in C-G-D-A. Bij het spelen in gewone stemming moeten sommige akkoorden vereenvoudigd worden, maar anderzijds worden sommige melodieën makkelijker te spelen.

De Prelude is geschreven in een A-B-vorm, en begint met een langzaam, emotioneel deel dat zich in de lage tonen van de cello ophoudt. Daarna komt een snelle en technisch heel moeilijke eenregelige fuga die overgaat in het krachtige slot.

De vijfde suite staat vooral bekend om de innige Sarabande, het tweede stuk van alle zes suites waar geen enkel heel akkoord in voorkomt, maar wel weer een gebroken akkoord. De vijfde suite is ook vooral zo bijzonder door haar Gigue in de Franse stijl, in tegenstelling tot de Italiaanse stijl die in de andere vijf suites wordt gebruikt.

De Koninklijke Bibliotheek van België te Brussel bezit een autograaf van Bach met een bewerking van deze suite voor luit (de vijfde suite voor luit, BWV 995, gecomponeerd te Leipzig vermoedelijk tussen 1727 en 1731) en opgedragen aan een zekere Monsieur Schouster.

Suite No. 6 in D majeur, BWV 1012[bewerken]

De zesde suite is voor een vijfsnarig instrument geschreven, waarschijnlijk voor de violoncello piccolo, minder waarschijnlijk voor de viola pomposa of de viola da spalla, omdat op het titelblad van Anna Magdalena's manuscript staat: de suites geschreven voor de violoncello. Met voor deze suite de aanwijzing "A cinq cordes" oftewel 'op vijf snaren', met in noten de notering van de te gebruiken vijf snaren: C-G-D-A-E. In de andere bronnen ontbreekt deze laatste vermelding.

Cellisten die de suite willen spelen op de “moderne” viersnarige cello stuiten op grote moeilijkheden wegens de hoge (duim)posities voor de hoge noten. Toch zijn de meeste opnames van de suite die vandaag de dag te verkrijgen zijn, gespeeld op de viersnarige cello.

De zesde suite is in een veel vrijere vorm geschreven dan de andere vijf. De suite bevat bijvoorbeeld meer versierende en reciterende loopjes en virtuoze passages. Het is de enige suite die hoofdzakelijk is geschreven in de tenorsleutel. Bij de andere suites is dit niet nodig, aangezien er in deze suites niet hoger hoeft te worden gespeeld dan G4.

Openstaande vragen[bewerken]

Ondanks de vele onderzoeken door talloze cellisten en musicologen blijven er vragen die waarschijnlijk niet meer beantwoord kunnen worden. We moeten het doen met de vele analyses van de suites en de meningen van de vooraanstaande cellisten. Bijvoorbeeld:

  • Zijn de stukken niet eerst voor een ander instrument geschreven en later voor de cello getranscribeerd, wat Janos Starker en Dimitry Markevitch beweerden en wat de vijfde suite ook suggereert?
  • Welk instrument had Bach in gedachten voor de zesde suite? Was het de violoncello piccolo, de viola pomposa of de viola da spalla ? Violist en pionier van de authentieke uitvoeringspraktijk Sigiswald Kuijken denkt het laatste.
  • Zijn de stukken geschreven vóór, tijdens of ná de sonates en partita's voor viool solo ?
  • Hoe heeft Bach de stukken oorspronkelijk gerangschikt?

Bijzondere vertolkers[bewerken]

De cellisten Pablo Casals (1876-1973), Pierre Fournier (1906-1986), André Navarra (1911-1988), Paul Tortelier (1914-1990), Janos Starker (°1924), Mstislav Rostropovitsj (1927-2007), Anner Bijlsma (°1934), Jacqueline du Pré (1945-1987), Jaap ter Linden (°1947), Mischa Maisky (°1948), Heinrich Schiff (°1951), Yo-Yo Ma (°1955), Roel Dieltiens (°1957) en Pieter Wispelwey (°1962) staan bekend om hun uitvoeringen van de zes suites. De meesten spelen de suites pas op gevorderde leeftijd het best: Casals vanaf 60 jaar (1936-1939), Pierre Fournier vanaf 54 jaar (1961), Navarra vanaf 66 jaar (1977), Tortelier vanaf 47 jaar (1961, 1983), Bijlsma vanaf 45 jaar (1979, 1993, 1999, 2002), Rostropovitch vanaf 68 jaar (1995), Starker vanaf 53 jaar (1997). De hogere leeftijd van de cellisten onderstreept nog eens de moeilijkheidsgraad van de stukken.
Paolo Pandolfo bewerkte de suites voor de viola da gamba. Saxofonist Henk van Twillert registreerde de suites op baritonsaxofoon (2e editie dubbel-cd: 2005). [1]

Verschillen in uitvoering[bewerken]

Globaal gezien zijn er twee standpunten van cellisten (en van musici in het algemeen) met betrekking tot het uitvoeren van de suites. Deze verschillen begonnen te ontstaan vanaf de jaren '60.

  • Enerzijds zijn er cellisten die de suites in barokstijl trachten te spelen; anderzijds zijn er cellisten die zich niét zo strikt aan een barokspeelwijze houden. Zo speelde Rostropovitsj en nu nog Mischa Maisky de suites met veel kracht, crescendi en sterk aangezette akkoorden. Deze strijd is terug te zien in de verschillende verouderde edities van de bladmuziek, waar bijvoorbeeld het gebruik van de toegevoegde dynamische tekens sterk verschilt. Tegenwoordig zijn er zeer nauwkeurige edities verkrijgbaar, compleet met fotografische facsimiles van de bestaande handschriften. Een gedreven barokpurist als Anner Bijlsma maakte in de loop van zijn carrière diverse opnamen van zeer uiteenlopende interpretaties.
  • Musici die een minder barokke uitvoering voorstaan argumenteren dat Bach het moest doen met het instrumentarium van zijn tijd. Ook al wijzen de bronnen anders uit, hij zou veel werken aan het klavecimbel hebben gecomponeerd. Wanneer hij aan een pianoforte had gecomponeerd, zo redeneert men, zouden zijn composities wellicht anders moeten worden gespeeld. Men vermoedt echter dat Bach niet de beschikking had over een pianoforte (in zijn nalatenschap is geen sprake van een dergelijk instrument), al kende en bespeelde hij wel de eerste Silbermann pianofortes. Tegenstanders van een puur barokke uitvoering stellen bovendien dat we nu niet exact meer kunnen weten hoe muziek destijds geklonken heeft.
  • Een middenweg tussen de beide uitersten vormt het standpunt dat moderne interpretatoren de artistieke vrijheid dienen te hebben om naar eigen inzicht, smaak en goeddunken oude muziek te spelen.

Audio-uitgaven van de suites[bewerken]

Hieronder volgt een lijst met enkele noemenswaardige uitgaven in chronologische volgorde:

Wetenswaardig[bewerken]

  • De cellist Mischa Maisky heeft om zijn studio nabij zijn huis in Brussel een ijzeren hek laten bouwen met daarop gespannen alle noten van de Sarabande van de vijfde suite.
  • De Canadese muziekrecensent Eric Siblin schreef een boek over Bachs cellosuites met als titel De cellosuites. J.S.Bach, Pablo Casals en de speurtocht naar een meesterwerk, Uitg. De Bezige Bij, 2010.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

De bladmuziek voor cello, altviool en viool[bewerken]

Op de volgende website zijn alle zes cellosuites beschikbaar in het bestandstype PDF:

International Music Score Library Project

Er zijn ook versies voor viool en altviool. De muziek mag legaal worden gedownload maar mag niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt. De celloversie bevat de algemeen aanvaarde noten, bogen en andere versieringen. Er moet wel worden opgemerkt dat er geen vingerzettingen boven de noten staan (maar men mag aannemen dat wie deze muziek kan spelen, ook in staat is zelf vingerzettingen uit te zoeken).

Overige links[bewerken]


Bronnen, noten en/of referenties
Etalagester
Etalagester Dit artikel is op 29 december 2006 in deze versie opgenomen in de etalage.