6e millennium v.Chr.

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het zesde millennium v.Chr. loopt vanaf 6000 tot 5001 v.Chr. Dit komt overeen met 7.950 tot 6.951 BP.

Geologie[bewerken]

Azië[bewerken]

Aardewerk van de Obeid-cultuur
  • Vanaf ca. 6000 v.Chr. begint de Samaracultuur in het zuidwesten van Rusland.
  • Vanaf 600 v.Chr. breidt de Halafcultuur met zijn karakteristieke huisindeling en terracotta figurines zich uit over het gehele regengebied van noordelijk Mesopotamië en ook delen van Anatolië en de Levant. Ze wordt gevolgd door de Obeidtijd. De bevolking neemt toe door geregelde toevoer van gerst, tarwe, vis en vlees. In Neder-Mesopotamië begint men met irrigatiewerken en ook met het bestuderen van de sterrenhemel om seizoenwisselingen vast te leggen.
  • Tussen 6000 en 5500 v.Chr. bloeit de Hassunacultuur in het noorden van Irak. Er is landbouw, gebaseerd op drie soorten graan (emmertarwe, eenkoorn en een vorm van gerst), en veeteelt met schapen, geiten, rundvee en varkens.
  • Rond 6000 v.Chr. verschijnt het eerste aardewerk in Korea.
  • In Noord-China (onder andere in Banpo) is landbouw nu een gangbare manier van leven. Er worden twee soorten gierst verbouwd. Er zijn silo's voor graanopslag, tamme honden en varkens en er worden gewassen verbouwd zoals kool, jujube, pruimen en hazelnoten.
  • Het pottenbakken werd tegen 5500 v.Chr. toegepast in Zuid-Azië en luidde de regionaliseringsperiode van de Indusbeschaving in. Er wordt aangenomen dat de bewoners van Mehrgarh naar de vruchtbare Indusvallei migreerden toen Beloetsjistan door klimaatverandering verdorde.

Het smelten van erts tot koper gebeurt vanaf omstreeks 5500 v.Chr. in Anatolië. Daarmee begint de kopertijd.

Europa[bewerken]

Beeld uit de Vinčacultuur

Amerika[bewerken]