A Bridge Too Far (film)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
A Bridge Too Far
Een brug te ver
Filmopnamen van "A Bridge Too Far" in Deventer, soldaten trekken over de brug (18 mei 1976)
Filmopnamen van "A Bridge Too Far" in Deventer, soldaten trekken over de brug (18 mei 1976)
Alternatieve titel(s) Een Brug Te Ver
Regie Richard Attenborough
Producent Joseph E. Levine
Richard Levine
Scenario William Goldman
Cornelius Ryan (roman)
Hoofdrollen Dirk Bogarde
James Caan
Michael Caine
Sean Connery
Edward Fox
Elliott Gould
Gene Hackman
Anthony Hopkins
Hardy Krüger
Ryan O'Neal
Laurence Olivier
Robert Redford
Maximilian Schell
Liv Ullmann
Muziek John Addison
Montage Antony Gibbs
Cinematografie Geoffrey Unsworth
Distributie United Artists
Première VS: 15 juni 1977
Nederland: 23 juni 1977
Genre Oorlog / drama
Speelduur 176 minuten
Taal Engels
Duits
Nederlands
Land Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten
Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk
Budget ± $ 26.000.000
Opnamelocatie Nijmegen, Bronkhorst, Lent, Bemmel, Grave, Deventer, Haarle, Gelderland, Twickenham Film Studios (Twickenham, Engeland)
Gewonnen prijzen 7
Overige nominaties 4
(en) IMDb-profiel
MovieMeter-profiel
Portaal  Portaalicoon   Film

A Bridge Too Far (Nederlands: Een brug te ver) is de verfilming van het boek A Bridge Too Far uit 1974, dat werd geschreven door Cornelius Ryan. Het boek werd in 1976 verfilmd onder regie van Richard Attenborough. In juni 1977 werd deze uitgebracht. De hoofdrollen waren voor Dirk Bogarde, James Caan, Michael Caine, Sean Connery, Edward Fox, Elliott Gould, Gene Hackman, Anthony Hopkins, Hardy Krüger, Laurence Olivier, Ryan O'Neal, Robert Redford, Maximilian Schell en Liv Ullmann.

De film bracht wereldwijd $50.750.000[1] op, bijna twee keer zoveel als de productie ervan had gekost. Hoewel de film goed werd ontvangen, was de grootste kritiek dat niet alle gebeurtenissen waarheidsgetrouw zijn.

Verhaal[bewerken]

Boek en film gaan over Operatie Market Garden en met name om de Slag om Arnhem in de Tweede Wereldoorlog, waarmee een begin werd gemaakt met de bevrijding van Nederland boven de rivieren. De titel verwijst naar een uitspraak van de Britse luitenant-generaal Frederick Browning.

Tijdens de voorbereidingen van Operatie Market Garden zei hij desgevraagd tegen veldmaarschalk Bernard Montgomery dat zijn troepen de brug over de Rijn bij Arnhem wel vier dagen zouden kunnen vasthouden. Hij voegde daaraan toe: "But, Sir, I think we might be going a bridge too far" ("Maar ik denk dat we misschien wel een brug te ver gaan").[2]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

De film begint met een terugblik op de vijf jaar durende oorlog en de gebeurtenissen die zich daarin hebben afgespeeld. De landing in Normandië heeft inmiddels al enige tijd geleden plaatsgevonden, en de geallieerden hebben te maken met een tekort aan middelen die worden toegevoerd, wat hen hindert in de verdere bevrijding van Europa. Opperbevelhebber van de geallieerden Dwight D. Eisenhower moest kiezen tussen generaal Patton (Verenigde Staten) en veldmaarschalk Montgomery (Verenigd Koninkrijk), die beiden een plan hadden klaarliggen om de oorlog snel te beëindigen. Onder politieke druk koos Eisenhower uiteindelijk voor het plan van Montgomery, operatie Market Garden.

In september 1944 boeken de geallieerden vooruitgang, maar ze pauzeren in België. Een Nederlands gezin merkt op dat de Duitsers zich terugtrekken richting hun vaderland en ze verwachten spoedig een inval van de geallieerden. Veldmaarschalk Gerd von Rundstedt komt in Nederland aan en ontdekt dat hij daar nog weinig manschappen of uitrusting tot zijn beschikking heeft. Een buurjongen houdt de evacuatie van de Duitse troepen in zijn woonplaats nauwlettend in de gaten, en geeft deze informatie later door aan het Nederlandse verzet.

Parachute-drop. (werkelijkheid, geen filmbeelden)

Operatie Market Garden voorziet in 35.000 soldaten die vanaf vliegvelden in Engeland een afstand van zo'n 480 kilometer overbruggen en ongeveer 100 kilometer achter de vijandige linies worden gedropt; op die manier wordt een "tapijt van luchtlandingstroepen" gecreëerd die vervolgens de belangrijkste bruggen veroveren en ze vasthouden totdat de geallieerde grondtroepen het van hen overnemen. De brug in Arnhem, die uiteindelijk "te ver" blijkt te zijn, overbrugt de Rijn, en de verovering daarvan geeft de geallieerden de mogelijkheid om de verdedigingslinies van Duitsland heen te trekken.

Bij een bespreking van het plan blijft de Poolse generaal Sosabowski bedenkelijk stil, waarna hij zijn diepe twijfels uitspreekt over de werking van operatie Market Garden. Zijn mening is een van de twee die terzijde worden gelegd, maar een nederlaag voorspellen die juist blijkt te zijn; het Amerikaanse bevel maakt zich zorgen om het droppen van parachutes tijdens daglicht, maar men merkt op dat het "geen periode van volle maan is", waardoor een drop in de nacht te moeilijk zou zijn.

De Nederlandse jongen weet een Duitse bewaker te passeren en ontdekt dat de Duitse veldmaarschalk Walter Model op het hoofdkwartier is van de Duitse troepen. Hij meldt dit aan de ondergrondse.

Een jonge Britse inlichtingenofficier, majoor Fuller[3], vraagt het Britse bevel om toestemming om de landingsplaats van de parachutisten nader te laten onderzoeken. Uit onderzoek blijkt dat aan de rand van de droppingsplaats Duitse pantservoertuigen staan opgesteld. De Britse bevelhebber Frederick Browning is niet onder de indruk en gaat ervan uit dat deze voertuigen niet inzetbaar zijn, waarop hij de getoonde foto's wegwuift. Ook negeert hij de rapporten van het Nederlandse verzet. Fullers bezorgdheid wordt niet gewaardeerd en hij wordt ongeschikt verklaard door een Britse dokter die concludeert dat hij te gestrest is om zijn plichten te vervullen.

De Britse bevelhebbers die de luchtlanding plannen, merken op dat er te weinig luchtvervoer is en dat het gebied nabij Arnhem te slecht is om op te landen. Dit betekent dat ze ruim 12 kilometer van de brug vandaan moeten landen. Sosabowski loopt na het horen van dit bericht naar een Britse officier om diens insigne te controleren en zegt: "Just making sure whose side you're on" ("Ik wilde alleen maar even kijken aan wiens kant u staat") waarmee hij wil zeggen dat het plan zo gevaarlijk is, dat het alleen de vijand zoiets zou kunnen bedenken. Tijdens de bijeenkomst van de Britse officieren zegt men: "iedereen is verrast dat ze gaan proberen om 12 kilometer van de brug te landen, maar natuurlijk moeten ze er het beste van zien te maken; de Britten staan bekend om hun "stijve bovenlip" en een bevel is een bevel."

De Britse technische dienst die voor de mobiele radio's van de missie moet zorgen, merkt op dat die waarschijnlijk niet de 12 kilometer tussen het landingsgebied en de brug bij Arnhem kunnen overbruggen. Net als de anderen die zo hun vragen over de missie hebben, besluit de technische dienst geen roet in het eten te gooien door hun waarnemingen door te geven aan de bevelhebbers.

Tanks van het Britse 30e Legerkorps rijden over de brug bij Nijmegen na de inname daarvan. (werkelijkheid, geen filmbeelden)

Tijdens de bijeenkomst van de grondtroepen (Britse 30e Legerkorps) wordt het hele plan uitgelegd, wat betekent dat de luchttroepen de bruggen overnemen en behouden totdat de grondtroepen zijn gearriveerd. Snelheid is de belangrijkste factor. Arnhem moet binnen 2 tot 3 dagen zijn bereikt. Het is de cruciale brug, de laatste mogelijkheid om de Duitse linies te doorbreken en de laatste route voor de geallieerden die hopen om de oorlog voor kerstmis te beëindigen. Een van de risicofactoren is dat de weg die de bruggen verbindt, een eenbaansweg is.

Het innemen van de bruggen door de luchttroepen verloopt niet helemaal volgens planning, en de grondtroepen krijgen al vanaf het begin te maken met Duitse weerstand, waardoor hun tijdschema moeilijk vast te houden is. Ze worden ook vertraagd vanwege de smalle weg waarover alle voertuigen moeten rijden. Een brug nabij Eindhoven wordt door de Duitsers opgeblazen en het duurt ruim een dag voordat een noodbrug is aangelegd. In Nijmegen moet een deel van de 82nd Airborne Division een gevaarlijke rivier oversteken met ondeugdelijke boten die zijn gemaakt van hout en doek. Britse parachutisten nemen een aantal delen van Arnhem over en weten deze voor enkele dagen te behouden, maar worden geteisterd door voedsel-, medicijn- en munitietekorten. Het Britse 30e Legerkorps blijft naar het noorden oprukken, maar wordt vertraagd door verschillende gebeurtenissen. Na enkele dagen in Arnhem te hebben gevochten worden de parachutisten ofwel door de Duitsers gevangengenomen, ofwel gedwongen terug te trekken. Operatie Market Garden is hiermee mislukt.

Rolverdeling[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Lijst van acteurs in Een brug te ver voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De hoofdrollen in de film waren:

Acteur Personage
Hoofdrollen
Bogarde, Dirk Dirk Bogarde Luitenant-generaal Sir Frederick 'Boy' Browning
Caan, James James Caan stafsergeant Eddie Dohun ( de soldaat die de arts onder schot hield)
Caine, Michael Michael Caine luitenant-kolonel J.O.E. Vandeleur
Connery, Sean Sean Connery generaal-majoor Roy E Urquhart
Fox, Edward Edward Fox luitenant-generaal Sir Brian Horrocks
Gould, Elliott Elliott Gould kolonel Robert Stout
Hackman, Gene Gene Hackman generaal-majoor Stanisław Sosabowski
Hopkins, Anthony Anthony Hopkins luitenant-kolonel John Frost
Krüger, Hardy Hardy Krüger generaal-majoor Ludwig
O'Neal, Ryan Ryan O'Neal generaal-majoor James Gavin
Olivier, Laurence Laurence Olivier dr. Jan Spaander
Redford, Robert Robert Redford majoor Julian Cook
Schell, Maximilian Maximilian Schell SS-Obergruppenführer Wilhelm Bittrich
Ullmann, Liv Liv Ullmann Kate ter Horst

Zie voor een volledig overzicht van de acteurs en personages de lijst van personages in Een brug te ver.

Samenvoegen van Ten minste één Wikipediagebruiker vindt dat de tekst van Lijst van acteurs in Een brug te ver in dit artikel ingevoegd zou moeten worden, of dat er een duidelijkere afbakening tussen deze artikelen dient te worden gemaakt. Als de tekst wordt ingevoegd, dient dat artikel een redirect te worden (hier melden).

Prijzen en nominaties[bewerken]

A Bridge Too Far won in totaal 7 prijzen en werd 4 keer genomineerd:[4]

Prijzen

Nominaties

  • BAFTA Film Award
    • Beste regie: Richard Attenborough
    • Beste bewerking: Antony Gibbs
    • Beste film
    • Beste productiedesign/artdirection: Terence Marsh

Op Rotten Tomatoes krijgt de film een waardering van 64% "fresh",[5] wat betekent dat 64 procent van de personen die gestemd heeft, de film waardeert.

Achtergrond[bewerken]

Productie[bewerken]

De film is gebaseerd op het gelijknamige boek A Bridge Too Far van Cornelius Ryan dat in 1974 werd uitgebracht, dertig jaar na Operatie Market Garden. Het boek liet zich lezen als een filmscenario en werd meteen een bestseller: dit waren redenen voor Hollywood-producer Joseph E. Levine om de filmrechten te kopen.[6] Levine reist binnen een jaar naar Arnhem en komt daar tot de conclusie dat van de oorspronkelijke situatie rond de brug niets meer over is; wél komt hij bij de IJssel in Deventer, zo'n 35 kilometer verderop, een gelijksoortige brug tegen met een omgeving die zich gemakkelijk leent voor de productie van een film. Slechts één flatgebouw staat in de weg, maar op een grote parkeerplaats langs het talud van de brug is het mogelijk om de Arnhemse villa's na te bouwen waar majoor John Frost in 1944 met zijn manschappen voor vier dagen standhield. De verderop gelegen wijk Noordenbergkwartier ziet er vervallen uit, waardoor het eveneens geschikt is als decor voor de film. Vanwege de slechte economische situatie die in de jaren zeventig heerste, staan er in Deventer op veel plaatsen gebouwen en fabriekshallen leeg, die kunnen worden gebruikt als bouwplaats voor decorstukken en de opslag van andere filmattributen. Levine besluit in 1976 samen met regisseur Richard Attenborough dat Deventer de ideale filmlocatie is en enkele dagen later meldt de New York Times dat de film "A Bridge Too Far" zal worden opgenomen in "a sleepy Dutch town on the IJssel river".[7]

De film zou met een budget van ongeveer $26.000.000[8] de duurste film tot dan toe worden. Om ervoor te zorgen dat de film veel bezoekers zal gaan trekken, legt Levine een aantal grote acteurs vast, waarbij geld geen rol lijkt te spelen. James Caan en Robert Redford ontvangen bijvoorbeeld beide een miljoen dollar voor een optreden van een kwartier. Levine realiseert zich dat hij, om een zo groot mogelijk publiek te trekken, acteurs moet nemen uit verschillende landen. Uit Engeland komen bijvoorbeeld Sean Connery Anthony Hopkins en Dirk Bogarde (die in de Tweede Wereldoorlog in het Britse leger bij de inlichtingendienst zat), terwijl het Amerikaanse publiek zich moet kunnen identificeren met acteurs als Ryan O'Neal en James Caan. De Duitsers Maximilian Schell en Hardy Krüger, Nederlander Peter Faber en Noorse Liv Ullmann worden geacht het publiek te trekken uit respectievelijk Duitsland, Nederland en de Scandinavische landen.[9] Er deden in totaal 13 mensen mee aan de film die een Oscar hadden gewonnen, waarvan zes acteurs.

Voor de film waren duizenden figuranten nodig. Er was vooral behoefte aan jonge mannen die de tienduizenden soldaten konden vertegenwoordigen, maar ook was er vraag naar baby's, kinderen, volwassenen, ouderen en gehandicapten. In totaal stonden er ruim 3200 mensen ingeschreven die per tien uur 68 gulden kregen; elk uur daarna kwam daar 10 gulden bij. Studenten die meededen konden op die manier wat extra geld verdienen.[10] Het filmen begon op 26 april 1976 en duurde ongeveer een half jaar, tot in oktober. De belangstelling voor een bezoek aan Deventer nam hierna toe, waardoor de politie soms moest ingrijpen. Ook bezochten leden van het Koninklijk Huis geregeld de set, waaronder Pieter van Vollenhoven, Prins Claus en Prins Bernhard.[10] Deventer heeft grote voordelen gehad van de filmopnamen: vermoedelijk heeft het de stad 5 miljoen dollar opgebracht.[11]

Een andere locatie waar filmopnamen hebben plaatsgevonden is Huis Rhederoord in De Steeg eveneens aan de IJssel. Hier werden eerst een Duits hoofdkwartier en later het geallieerde hoofdkwartier uitgebeeld. Een storm had kort daarvoor enkele grote bomen bij het huis ontworteld. De grote wortelstronken gaven de set de passende uitstraling van een strijdtoneel.

Historische onjuistheden[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Operatie Market Garden en Slag om Arnhem voor meer historische achtergrondinformatie

Hoewel de film in grote lijnen (en vaak tot in detail) overeenkomt met de werkelijkheid, komen er enkele fictieve personages in voor en hebben sommige gebeurtenissen zich nooit afgespeeld.

De brug in 2007

Personages[bewerken]

  • Alleen het personage dat door Elliott Gould gespeeld wordt (kolonel Stout), was niet gebaseerd op een echte deelnemer aan de Slag om Arnhem. Kolonel Stout was gebaseerd op Kolonel (later Luitenant-generaal) Robert Sink
  • De Nederlandse psycholoog "Dr. Jan Spaander", gespeeld door Laurence Olivier, was ook een speciaal voor de film gecreëerd personage. Onduidelijk is op wie dit personage gebaseerd is.

Gebeurtenissen[bewerken]

  • De gebeurtenis waarbij een Britse parachutist omkomt terwijl hij probeert om een lichte cylindervormige container met rode baretten terug te brengen, is slechts gedeeltelijk waarheidsgetrouw. In werkelijkheid overleefde de parachutist.[12]
  • Als een Tiger II - alleen - probeert om de Britten in Arnhem aan te vallen, doet hij dit komende vanuit het zuidelijke gedeelte van de brug. In werkelijkheid, na de mislukte aanval van SS-Hauptsturmführer Paul Gräbner, vonden er geen gewapende aanvallen meer plaats vanuit die richting.
  • Bij de verfilming op de Brink te Deventer van de aankomst van generaal Horrocks in Leopoldville om de troepen toe te spreken, was men vergeten het hofleveranciersbord bij Bussinks koek te verwijderen.

Attributen[bewerken]

  • Tijdens het vrijmaken van de doorgang naar het noorden, duwt een Britse tank een kapotte M24 Chaffee van de weg. In die tijd gebruikten de geallieerden echter geen voertuigen van het type M24. Deze tank werd alleen beperkt gebruikt door Amerikaanse legergroepen tijdens de Slag om de Ardennen.
  • De duitse "Panther" tanks zijn in de film omgebouwde leopard 1 gevechttanks.

Locaties[bewerken]

Monument bij de John Frostbrug
  • In een aantal scènes die zijn opgenomen in Nijmegen, is de Sint Stevenskerk niet gedeeltelijk verwoest. Dit was echter wel het geval na een bombardement door de Amerikanen op 22 februari 1944.
  • De Waaloversteek vond plaats ten westen van Nijmegen. In de film is gekozen voor een locatie ten oosten van Nijmegen, vlak bij Lent. Hierdoor kon gewerkt worden met een "skyline-loze" overkant. In de uiterwaarden van de IJssel nabij Olst was een kolossaal zwembad gebouwd met opstaande rand. Hier werd een gedeelte van de Waaloversteek gefilmd. Het zwembad maakte het filmen met een onbegrensd ruimtelijk effect mogelijk.
  • Als decor voor de Arnhemse brug fungeerde de IJsselbrug bij Deventer
  • Landgoed "het Schol" bij Deventer was meer dan een enkele locatie. Het was zowel hoofdkwartier van Duitsers (veldmaarschalk Model) als geallieerden, en ook de plaats waar de film eindigt.
  • Het dorp Bronkhorst in Gelderland vervult een belangrijke rol. Terence Marsh bouwt er een huis voor dokter Spaander en Kate ter Horst en ook krijgt het een replicakerk op ware grootte. De voorkant is intact. De achterkant bestaat uit steigerbuizen.
  • De verfilming van de episode rondom James Caan (Sgt. Eddie Dohun) vindt plaats in de gemeente Hellendoorn bij de Palthetoren (Sprengenberg).

Wetenswaardigheden[bewerken]

  • Inhakend op het succes van de film nam de Zangeres Zonder Naam het nummer Een brug te ver op.
  • De uitdrukking Dat is een brug te ver (dat is te hoog gegrepen) is een staande uitdrukking geworden.
  • SBV Vitesse gebruikt Geen brug te ver of No bridge too far als motto.
  • Tijdens de verfilming van de brandende brug in Deventer om drie uur 's nachts waren er op de Welle zo'n 7.000 toeschouwers. Om het wachten te bekorten werd menig flesje bier genuttigd. Vervolgens had de politie er de handen aan vol om iedereen buiten beeld te houden.
  • Omdat de brug in brand moest, besloot de filmleiding (in samenspraak met inspecteur Henk Jansen van de plaatselijke politie) de bewoners van het naastgelegen flatgebouw tijdig in te lichten. De toch al zo veel geplaagde mensen besloten tot een protestactie. Richard Attenborough stelde voor de bewoners een gratis nachtje Postiljonmotel aan te bieden. Toen hen dit werd verteld krabden ze zich achter het oor en er werd gemompeld: "Nou, doe dan het geld maar".[bron?]

Externe links[bewerken]