Ariane 6

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Ariane 6.2 en Ariane 6.4

De Ariane 6 is de zesde generatie draagraket van het Arianeprogramma. De ontwikkeling van de Ariane 6 wordt gefinancierd door de ESA, gebouwd door ArianeGroup en geëxploiteerd door Arianespace dat de raketten zal gebruiken om commerciële kunstmanen te lanceren. Eind 2014 is het definitieve ontwerp vastgesteld. De Ariane 6 is op dit moment in ontwikkeling en moet in 2020 klaar voor gebruik zijn.[1] Hierdoor zou de kostprijs voor het lanceren van satellieten tot 6500 kg in GTO lager moeten uitvallen dan met de Ariane 5. Toch zou de prijs van €85 miljoen voor een lancering met de Ariane 6.4 en €69 miljoen met de Ariane 6.2 te hoog zijn om de concurrentie aan te gaan met SpaceX en Chinese Lange Mars raketten.

De eerste boeking voor een Ariane 6 werd in 2017 gesloten met ESA dat vier Galileo-satellieten wil laten lanceren op twee Ariane 6.2 vluchten. ESA houdt echter de mogelijkheid om dit door vier Sojoez-raketten van Arianespace te laten gebeuren mocht de Ariane 6 niet op tijd klaar zijn.[2] Het eerste contract voor commerciële lanceringen werd op 11 september 2018 bekendgemaakt. Het betreft een aantal lanceringen voor Eutelsat.[3] De eerste Ariane 6 lancering zal een aantal satellieten voor satelliet-internetbedrijf OneWeb zijn. Deze vlucht zal in de 6.2-configuratie zijn.[4]

Op 6 mei 2019 maakte ArianeSpace bekend een eerste serie Ariane 6 raketten bij ArianeGroup te hebben besteld. Hierbij is niet de testraket voor de eerste vlucht inbegrepen.

Varianten[bewerken]

De Ariane 6 wordt ontwikkeld in twee varianten. De A62 variant met 2 vaste brandstof boosters en een zwaardere variant A64 met 4 vaste brandstof boosters.[5] De lichtere A62 is een medium-lift configuratie die samen met de toekomstige krachtiger uitvoeringen van de Vega-raket (Vega C en Vega E) de Ariane-Sojoez op den duur overbodig moet maken. De A64-configuratie vervangt de krachtiger Ariane 5.

Ontwikkeling[bewerken]

P120C[bewerken]

De side-boosters, vaste brandstofmotoren van het type P120C worden ook toegepast als eerste trap van de Vega C een krachtiger uitvoering van de Vega die in 2019 in gebruik genomen zou moeten worden. Dit levert een besparing op de ontwikkelingskosten op. De P120C is de grootste vastebrandstofmotor uit een stuk die ooit gebouwd werd[6]. Op 16 juli 2018 werd de eerste P120C op lanceerplatform ELA-1 (Vega-platform) van het Centre Spatial Guyanais aan een Static Fire-test onderworpen[7]. Op 28 januari 2019 werd deze test herhaald.

Vulcain 2.1[bewerken]

De eerste Vulcain 2.1 hoofdmotor is inmiddels klaar om te worden getest. Een gemoderniseerde versie van de Vulcain die als hoofdmotor van de Ariane 5 wordt gebruikt. De straalpijp is een stuk steviger en moderne technieken als 3D-printen worden toegepast in de productie. De ontsteking vindt plaats vanaf de grond in plaats van in de motor zelf wat de motor simpeler houdt.

Tests zullen vanaf december 2017 in een 3 periodes verdeeld over 15 maanden plaatsvinden in Duitsland. [8]

Vinci[bewerken]

De upperstage van de Ariane 6 zal door de nieuwe Vinci motor worden aangedreven. De Ontwikkeling van deze motor begon in 2006 en was aanvankelijk als een upgrade voor de Ariane 5 bedoeld. De Vinci heeft dezelfde specifieke impuls als de RL10 van Aerojet Rocketdyne (Centaur, Delta IV, SLS, OmegA) maar levert 64% meer stuwkracht. In oktober 2018 werd de testfase van de Vinci succesvol afgerond na 15 minuten achterelkaar te hebben gebrand en is deze gecertificeerd voor gebruik[9].

Lanceerplaats[bewerken]

Net als voorgaande Ariane-raketten zal de Ariane 6 vanaf het Centre Spatial Guyanais in Frans-Guyana worden gelanceerd. In 2016 werd aangevangen met de aanleg van het nieuw te bouwen lanceerplatform ELA-4. Anno 2018 is dit werk nog in volle gang.