Autovrije dag

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Autoloze zondag in Amsterdam, september 2009.

Een autovrije dag of autoloze dag is oorspronkelijk een door de overheid ingestelde dag waarop het automobilisten verboden werd een voertuig met verbrandingsmotor te gebruiken. Tegenwoordig is de Autovrije Dag een dag tijdens de Europese Mobiliteitsweek tussen 16 en 22 september waaraan gemeenten kunnen deelnemen door de straten af te sluiten voor autoverkeer.

Autoloze zondagen in verband met olieschaarste[bewerken]

1939[bewerken]

De eerste autoloze zondagen in Nederland waren van zondag 1 oktober tot en met zondag 12 november 1939. Het verbod op autorijden op zon- en feestdagen had te maken met de mobilisatie en het benzinetekort in Duitsland en Frankrijk. De naam 'autoloze zondag' werd op 30 september al gebruikt in de Leeuwarder Courant.[1] Door voldoende aanvoer van benzine en de mogelijkheid om zo nodig op korte termijn een distributieregeling in te voeren, werd met ingang van 19 november het zondagrijverbod opgeheven.

1946[bewerken]

Polygoonjournaal uit 1946. "U mag op zondag niet autorijden".

De benzine was in 1946 schaars voorradig en daarom mocht er op zondag alleen auto worden gereden door mensen die voor zakelijke doeleinden op pad waren én toestemming hadden.[2]

1956-1957[bewerken]

Polygoonjournaal uit 1956 over de autoloze zondag.

Autoloze zondagen in Nederland en België waren van kracht na de Suezcrisis in 1956. Het zondagsverbod liep van 25 november 1956 tot en met 20 januari 1957. Deze maatregel viel in een periode van buitengewone internationale spanning: niet alleen was door de Suezcrisis de olie-aanvoer vanuit het Midden-Oosten verstoord, maar datzelfde jaar vond ook de Hongaarse Opstand plaats, wat de angst voor vijandelijkheden tussen de NAVO en de Sovjet-Unie vergrootte.

1973-1974[bewerken]

Een derde reeks autoloze zondagen volgde ten tijde van de oliecrisis van 1973:

De olieproducerende landen wachtten op een gelegenheid om olieschaarste te vertalen in verhoogde prijzen: die gelegenheid kwam in oktober 1973, toen de Jom Kipoeroorlog uitbrak waarbij Israël werd aangevallen door Egypte, Syrië, Algerije, Irak, Koeweit, Libië, Marokko, Saoedi-Arabië, Soedan en Tunesië

Autoloze zondag in 1973

In die oorlog koos Nederland de zijde van Israël. Uit protest tegen deze pro-Israëlische houding van Nederland draaiden enkele Arabische staten de oliekraan dicht, waarop de regering het olieverbruik probeerde te beperken door autoloze zondagen in te stellen. Op last van de regering stonden een aantal zondagen alle auto’s en brommers stil. Slechts met een speciale ontheffing (voor bijvoorbeeld politieauto's en ambulances) mocht men rijden. Het leverde spectaculaire beelden op van lege autosnelwegen, maar wakkerde ook de creativiteit aan: paardenkoetsen werden opnieuw opgetuigd, fietsers en rolschaatsen namen bezit van de boulevards. Dat er ook massaal gefietst zou zijn op de autosnelwegen is een fabeltje. Dit was ook op de autoloze zondag verboden, en de weinige fietsers die zich wel op de snelweg waagden, werden door de politie weggestuurd. De autoloze zondagen hadden echter niet het gewenste effect: om het rijverbod op autoloze zondagen te omzeilen, ging men al op zaterdag rijden en keerde zondagavond laat terug, zodat het benzineverbruik helemaal niet afnam. Minister Westerterp liet dertig jaar later weten dat op het moment van ingaan de praktische noodzakelijkheid ontbrak omdat de olievoorraden ruim voldoende bleken. Zo diende het doorgaan vooral om de olieproducerende landen tot niet meer maatregelen te inspireren. En het paste volgens Westerterp mooi in de calvinistische zuinigheidsidealen van Den Uyl.[bron?]

Wettelijke regeling in Nederland[bewerken]

Sinds 2001 is er in Nederland de Regeling autoloze zondag bij oliecrisis[3] die bij (dreigende) olieschaarste bij besluit van de Minister van Economische Zaken tijdelijk in werking treedt, en van zondagochtend 3 uur tot maandagochtend 3 uur een verbod inhoudt voor het gebruik van brandstof door gemotoriseerde voer- en vaartuigen op de weg, op het water en in de lucht. Er zijn wel diverse voertuigen uitgezonderd die noodzakelijke of dringende taken vervullen en het openbaar vervoer.

Autovrije dagen t.b.v. milieubewustzijn[bewerken]

Autovrije Dag sinds 1999[bewerken]

Milieuorganisaties hebben sinds 1973 regelmatig gepleit voor een vrijwillige autovrije zondag, om bewustwording te kweken en aandacht te vragen voor de bezetting van de stad door de auto. Zij noemden deze dag ook wel 'Zonderdag' of 'autoluwe dag'. Sinds 1999 wordt in een aantal Europese steden daadwerkelijk op een zondag in september de binnenstad afgesloten voor autoverkeer. In Nederland gebeurde dit tot enkele jaren geleden onder de naam Autovrije Dag, die werd gecoördineerd door Milieudefensie. In dit kader werden een aantal keren de binnenstad van Amsterdam en straten in enkele tientallen andere steden in het land afgesloten.

Sinds 2003 is de autovrije dag onderdeel van de Europese Mobiliteitsweek die elk jaar van 16 tot en met 22 september plaatsvind.

Autovrije dagen in België[bewerken]

Autovrije dag in Brussel, 2005.

Onder andere Brussel, Brugge (centrum), Lier, Mechelen en Antwerpen eenmaal per jaar autovrij,

2005 - 2008[bewerken]

In 2005 deden 24 steden mee, in 2006 Namen en Brussel, het hoofdstedelijk gewest, in 2007 4 steden en in 2008 33 steden.

2009[bewerken]

Er deden dit jaar 58 steden mee. Gent deed voor het eerst mee.Het volledige Brusselse Hoofdstedelijk Gewest autovrij, het grootste aaneengesloten autovrij gebied in Europa op de autoloze zondag.

2010 - 2017[bewerken]

In 2010 deden 24 steden mee, in 2011, 38 steden, 2012, 24 steden, 2013, 34 steden, 2014, 29 steden,2015, 34 steden, 2016, 44 steden en in 2017 46 steden,

Autovrije dagen in Nederland[bewerken]

2007[bewerken]

In 2007 hebben Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht) deelgenomen aan de autovrije dag.

2008[bewerken]

2009[bewerken]

  • Zondag 13 september: In verschillende gemeenten werd de zondag voor de officiële Autovrije Dag gebruikt voor verschillende activiteiten. Dit waren Utrecht, Leiden, Maastricht en Haarlem.
  • Zondag 20 september, de Landelijke Autovrije Dag. Meestal was dat een 'autoluwe dag' omdat taxi's en uitgaand autoverkeer in verschillende deelnemende gemeenten werden toegelaten. Naast Amsterdam (binnen de Ringweg A10, behalve de stadsdelen Noord en Zeeburg), waren veel andere steden deels autovrij. Er deden 26 gemeenten mee, meer dan in voorgaande jaren, waar (delen van) de binnenstad werden afgesloten, zoals: Arnhem, Den Haag, Eindhoven, Nijmegen, Rotterdam en Tilburg. Op veel plaatsen werden evenementen en feesten georganiseerd voor en door mensen die (deze dag) de auto niet gebruikten en hierdoor meer ruimte op straat hadden. In Amsterdam behoort hiertoe de jaarlijkse Dam tot Damloop, waarvoor al diverse straten moesten worden afgesloten.[4]

2010

Eindhoven en Haarlem hebben meegedaan.

2011

Eindhoven heeft meegedaan.

2014[bewerken]

Aadorp heeft meegedaan.

Na 2014 heeft geen Nederlandse gemeente meegedaan.

Autovrije dagen wereldwijd[bewerken]

De autovrije dag is voor veel gemeenten een van de drie onderdelen van de Europese mobiliteitsweek. Onderdelen zijn ook het zichtbaar maken van structurele verbetering van de voorzieningen die in dat jaar zijn uitgevoerd.en die leiden tot een duurzaam verkeer. Daarnaast is het organiseren van een week met activiteiten, waaronder de autovrije dag ook een onderdeel.

Deelname gemeenten vanaf 2002 mondiaal[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]