Berken-eikenbos

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Berken-eikenbos
Berken-eikenbos met zomereik en ruwe berk
Berken-eikenbos met zomereik en ruwe berk
Syntaxonomische indeling
Klasse:Quercetea robori-petraeae (Eiken- en beukenbossen op voedselarme grond)
Orde:Quercetalia roboris
Verbond:Quercion roboris (Zomereik-verbond)
Associatie
Betulo-Quercetum roboris
Tüxen, 1937

Het berken-eikenbos of berken-zomereikenbos (Betulo-Quercetum roboris) is een associatie uit de klasse van de eiken- en beukenbossen op voedselarme grond, gekenmerkt door een bosvegetatie op voedselarme, zeer zure, leemarme zandgronden op stagnerende bodemformaties, zoals kleilagen.

Naamgeving, etymologie en codering[bewerken]

  • Nederlands: Vochtig berken-zomereikenbos
  • Duits: Birken-Stieleichenwald
  • Engels: Subatlantic moist acidophilous birch-oak forest
  • Syntaxoncode (Nederland): 42Aa1
  • BWK-karteringseenheid: Eiken-berkenbos (qb)

De naam Betulo-Quercetum roboris is afgeleid van de wetenschappelijke namen van twee kensoorten, de ruwe berk (Betula pendula) en de zomereik (Quercus robur).

Kenmerken[bewerken]

Structuur[bewerken]

Het berken-eikenbos vertoont een eenvoudige structuur, met een duidelijke maar in hoogte beperkte boomlaag, overwegend bestaande uit zomereik, ruwe berk en zachte berk in de gemiddelde aandeelsverhouding 3 : 2 : 1. Naarmate de bodem natter en veniger wordt, verandert die aandeelsverhouding; zomereik neemt af, ruwe berk blijft gelijk en zachte berk neemt toe; dit maakt 1 : 2 : 3.

De struiklaag is meestal ijl en soortenarm; uitsluitend sporkehout met enige regelmaat voor. Wilde lijsterbes komt daar minder regelmatig voor. Lianen zoals wilde kamperfoelie komen voor, maar klimmen niet hoog.

Ook de kruidlaag is soortenarm, maar variabel. Grassen zoals pijpenstrootje domineren, ook bochtige smele komt voor. Dwergstruiken als blauwe bosbes willen ook nog weleens voorkomen, maar niet structureel.

In de moslaag komen veenmossen wel voor, welke algemeen aangeduid kan worden als 'soms zeer soortenrijk'. Dit laatste uitsluitend wanneer de dominantie van pijpenstrootje in de kruidlaag achterwege blijft.

Onderverdeling[bewerken]

In het berken-eikenbos worden in Nederland vijf sub-associaties onderscheiden, die wijzen op verschillen in leeftijd, voedselgehalte en vocht in de bodem.

Deze vallen uiteen in twee groepen, het vochtig berken-zomereikenbos met sub-associatie molinietosum, en het droog berken-zomereikenbos dat alle andere associaties omvat.

Sub-associatie cladonietosum[bewerken]

Een subassociatie wordt gekenmerkt door een grote rijkdom aan lichenen zoals Cladonia en andere soorten van de associatie van struikhei en stekelbrem en het korstmossen-dennenbos, een pioniersvegetatie die ontstaat op zeer voedselarme, zandige en weinig ontwikkelde bodems. Syntaxoncode voor Nederland is 42Aa1a.

Sub-associatie deschampsietosum[bewerken]

Deze subassociatie volgt in successie op de voorgaande, en wordt gekenmerkt door een dominantie van bochtige smele (Deschampsia flexuosa). Syntaxoncode voor Nederland is 42Aa1b.

Sub-associatie vaccinietosum[bewerken]

De derde subassociatie in deze successie, gekenmerkt door een stabilisering van de bodem, een opeenhoping van humus en een toenemend aandeel van dwergstruiken, vooral bosbessen (Vaccinium sp.). Syntaxoncode voor Nederland is 42Aa1c.

Sub-associatie molinietosum[bewerken]

Het vochtig berken-zomereikenbos is een sub-associatie met dominantie van pijpenstrootje (Molinia caerulea), typisch voor vochtige standplaatsen. Syntaxoncode voor Nederland is 42Aa1d.

Sub-associatie dryopteridetosum[bewerken]

Een sub-associatie die voorkomt op een verrijkte bodem, met een hoge presentie van brede- (Dryopteris dilatata) en smalle stekelvaren (Dryopteris carthusiana), veel bramen en rankende helmbloem (Ceratocapnos claviculata). Syntaxoncode voor Nederland is 42Aa1e.

Soortensamenstelling[bewerken]

Ruwe berk
Zomereik
Wilde lijsterbes
Bochtige smele
Gewoon pluisjesmos
Gewoon gaffeltandmos

De associatie heeft zelf geen kensoorten. De voor België en Nederland belangrijkste soorten zijn:

Kensoort Diff.soort Presentie Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Opmerking
Boomlaag
kV <10% Tamme kastanje Castanea sativa
kK >60% Ruwe berk Betula pendula
kK <10% Wintereik Quercus petraea
>90% Zomereik Quercus robur
>30% Grove den Pinus sylvestris
>20% Zachte berk Betula pubescens
>10% Beuk Fagus sylvatica
Struiklaag
kV >60% Wilde lijsterbes Sorbus aucuparia
>40% Sporkehout Rhamnus frangula
>30% Amerikaanse vogelkers Prunus serotina
>20% Amerikaans krentenboompje Amelanchier lamarckii
Kruidlaag
kV >60% Wilde lijsterbes Sorbus aucuparia
dS >70% Bochtige smele Deschampsia flexuosa sub-associatie deschampsietosum
dS >30% Pijpenstrootje Molinia caerulea sub-associatie molinietosum
dS >30% Blauwe bosbes Vaccinium myrtillus sub-associatie vaccinietosum
>30% Struikhei Calluna vulgaris
<10% Rode bosbes Vaccinium vitis-idaea
>10% Pilzegge Carex pilulifera
dS >10% Brede stekelvaren Dryopteris dilatata sub-associatie dryopteridetosum
dS >10% Smalle stekelvaren Dryopteris carthusiana sub-associatie dryopteridetosum
dS >10% Rankende helmbloem Ceratocapnos claviculata sub-associatie dryopteridetosum
>30% Wilde kamperfoelie Lonicera periclymenum
Moslaag
kV >20% Gewoon knopjesmos Aulacomnium androgynum
kV >10% Geelsteeltje Orthodontium lineare
kK >30% Gewoon pluisjesmos Dicranella heteromalla
>70% Gewoon gaffeltandmos Dicranum scoparium
>40% Fraai haarmos Polytrichum formosum
>40% Bronsmos Pleurozium schreberi
>30% Gewoon sterrenmos Mnium hornum
>30% Gewoon peermos Pohlia nutans

Biologische Waarderingskaart[bewerken]

In de Biologische Waarderingskaart (BWK) van Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest staat deze associatie bekend als eiken-berkenbos (qb).

Het betreft vooral oude, goed ontwikkelde bossen op droge, voedselarme en zure zand- of zandleemgronden gedomineerd door zomereik en ruwe berk met een zeer gevarieerde ondergroei waarin pijpenstrootje een belangrijke rol speelt. Ook recente ver- of bebossingen, naaldbossen met opslag van zomereik en ruwe berk en hakhoutbossen van zomereik worden hieronder geklasseerd.

Dit vegetatietypes staat gewaardeerd als 'Biologisch zeer waardevol'.

Fauna[bewerken]

Dit bostype is betrekkelijk arm aan gewervelde diersoorten. Te noemen zijn heikikker, gewone pad, bruine kikker en kleine watersalamander als bewoners van poeltjes. Gladde slang, esculaapslang, adder, zandhagedis en levendbarende hagedis vormen de voornaamste reptielen van dit bostype. Er zijn weinig zoogdieren die voor dit bostype kenmerkend zijn. Derhalve vormt het edelhert op tal van Europese locaties van dit bostype een belangrijke grazer. Ook wisent, eland en ree zijn in dit verband te noemen. In hun kielzog zijn bruine beer, wolf en lynx te noemen. In Nederland is door de afwezigheid van dergelijke grote grazers de bosstructuur afwijkend van die in vele andere Europese landen.

Verspreiding en voorkomen[bewerken]

Het berken-eikenbos heeft als zwaartepunt in Vlaanderen de Kempen, daarbuiten wordt het sporadisch aangetroffen in de Zandleemstreek en op zandige plaatsen in de Leemstreek.