Coronie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Coronie (district))
Ga naar: navigatie, zoeken
Coronie
District van Suriname Vlag van Suriname
Kaart van Coronie
Algemeen
Inwoners (2012) 3391
Hoofdstad Totness
Overig
Tijdzone UTC−4
ISO 3166-2 SR-CR
Detailkaart
Resorts van Coronie
Resorts van Coronie
Foto's
Palmendistrict
Palmendistrict
Portaal  Portaalicoon   Suriname

Coronie is een van de districten van Suriname. Het bevindt zich in het noordwesten van het land. De hoofdplaats is Totness.

Met de kolonisatie van het district werd rond 1800 begonnen. Veel van de oorspronkelijke planters waren Schotten - Suriname was toen onder Brits bewind - wat zich weerspiegelt in de vele Engelstalige plaatsnamen in het district. Tijdens het begin van de 19de eeuw maakte het deel uit van het district Nickerie en heette "Neder-Nickerie". In 1851 werd het daarvan afgesplitst en vernoemd naar de militaire post Corona.

De kokosindustrie was vroeger erg belangrijk in Coronie, maar ging in de loop van de 20ste eeuw achteruit omwille van ziekte en veroudering. Tegenwoordig zijn rijst en de visvangst de belangrijkste inkomensbronnen voor Coronie. Desondanks staat Coronie nog altijd bekend omwille van zijn kokospalmen.

Coronie heeft met 3391 inwoners de kleinste bevolking van alle Surinaamse districten. Het overgrote merendeel van de bevolking bestaat uit Creolen en Javanen.

Geschiedenis[bewerken]

Tot de achttiende eeuw waren er geen noemenswaardige nederzettingen in Coronie. Plantages daar zouden niet beschermd zijn tegen overvallen vanuit de zee en er was genoeg grond in het oosten, waar Fort Nieuw-Amsterdam voor veiligheid zorgde. De eigenlijke Surinamekolonie beperkte zich tot de Suriname- en Commewijnerivier en hun zijtakken.[1]

Rond 1800 stabiliseerde de situatie in Europa zich echter enigszins, waardoor het gevaar voor overvallen afnam. Ook begon men in het Oosten van de kolonie steeds meer last te krijgen van overvallen door Marrons. De Schot A. Cameron begon hierop in 1808 met de bouw van de eerste plantage in Coronie waar tegenwoordig Burnside ligt. (Suriname was toen onder Brits bewind.) Meer Schotten volgden hem, vooral van Grenada, waar de landbouwgronden uitgeput raakten.[1]

Coronie maakte toen nog deel uit van het district Nickerie. Het huidige Nickerie werd "Neder-Nickerie" genoemd; het huidige Coronie "Opper-Nickerie" of "de Zeekust". Het district Coronie werd op 10 oktober 1851 afgesplitst en vernoemd naar de militaire post Corona.[1]

Na de afschaffing van de slavernij in 1863 werden de meeste plantages in delen verkocht aan de vrijgeworden slaven om aan kleinlandbouw te doen. Vooral de kokoscultuur en daarmee verbonden het houden van varkens – Varkens werden gevoerd met kokosvlees. – was aanvankelijk belangrijk. Door ziekten en veroudering ging zij echter langzaam achteruit.[1]

In 1965 haalde Coronie het wereldnieuws omwille van de lancering van vier onderzoeksraketten, telkens één op 18, 21, 24 en 27 september. De lanceringen waren in de handen van speciaal hiervoor door de NASA opgeleide Nederlandse deskundigen en vonden plaats op een speciaal hiervoor geconstrueerd lanceerplatform, een eenvoudige blok beton van 20×20 meter. Doel van het onderzoek, een samenwerking van de Universiteit Utrecht en het KNMI, was het verrichten van zwaartekrachtmetingen en het onderzoeken van windstromen in de hoogste luchtlagen. Omwille van de enorme belangstelling van de plaatselijke bevolking, die niet door de enige politieman van het district in toom kon worden gehouden, werden de raketten dag en nacht door het koloniale leger bewaakt.[2][3]

Geografie[bewerken]

Al sinds de plantagetijd wonen verreweg de meeste Coronianen wonen op een dunne strook hogergelegen grond langs de kust, een aaneengesloten complex van schelpenritsen. Ten noorden en zuiden van deze ritsen liggen landbouwgronden, in het noorden begrensd door de zee, in het zuiden door een zoetwaterzwamp (moeras), dat voor de zoetwatervoorziening zorgt.[1]

Economie[bewerken]

Coronie is uitermate vruchtbaar en staat in Suriname bekend om zijn kokospalmen. Uit de noten maakte men vroeger op grote schaal kokosolie, maar met die industrie is het al tientallen jaren gedaan. Tijdens het militaire bewind in de jaren tachtig besloot de met de militairen samenwerkende politieke partij PALU om de rijstbouw een impuls te geven. Tegenwoordig verbouwt men in Coronie rijst en allerlei grondvruchten en doet aan visvangst in de rijstakkers. Met name de kwi-kwi is zeer geliefd. Ook staat Coronie bekend om bijenteelt en honing. Er zijn ook veeboeren.

Mobiliteit[bewerken]

Coronie was lange tijd erg geïsoleerd. Het district kon enkel vanuit de zee bereikt worden en enkel kleine schepen konden de plantagekanalen, die ook nog eens geregeld dichtslibden, opvaren. Transport van goederen en passagiers was enkel mogelijk door ze met deze kleine schepen, over volle zee, naar grotere schepen te vervoeren. Plannen om een kanaal naar Nickerie te graven werden niet verwerkelijkt. Deze isolatie weg pas gebroken door de aanleg van de weg Jenny-Ingikondre (tegenwoordig een deel van de Oost-Westverbinding) in 1943, hoewel de reis naar Paramaribo ook daarna nog lang duurde. De meesten Coronianen wonen langs de Oost-Westverbinding; alleen bij Totness zijn een paar wegen parallel aan de hoofdweg.[1] Totness beschikt ook over een vliegveld.

Waterhuishouding[bewerken]

Een belangrijk probleem voor de bewoners is het water. De zee spoelt met grote snelheid de kust weg waardoor de Oost-Westverbinding soms plaatselijk onder water komt te staan. De meeste mensen wonen aan deze weg. De kanalen die leiden van de zee naar de zwamp en naar de sluizen worden niet altijd even goed onderhouden. Bij de rijstvelden ten zuiden van deze weg ligt een dam die het water van de Coroniezwamp tegenhoudt. Dat water wordt gebruikt voor irrigatie van landbouwvelden. Niet iedereen is daar even blij mee. Een milieugroep in Coronie vindt dat er meer water uit de zwamp naar zee moet stromen omdat anders het gebied te brak wordt voor landbouwactiviteiten buiten de rijstvelden.[bron?] Al sinds de jaren negentig bestaan er plannen voor de vervanging van de uit klei bestaande zeedam door een hogere dam van sterker materiaal. Waterbouwkundigen maken luchtfoto's om de kustafslag in kaart te brengen.

Om het wateroverlastprobleem in Coronie tegen te gaan, worden er zeedijken aangelegd. Dit project, uitgevoerd de Nederlandse aannemer MNO, dient rond 2013 gereed te zijn.

Bevolking[bewerken]

Bij de laatste Surinaamse volkstelling in 2012 telde het district 3391 inwoners en heeft daarmee de kleinste bevolking van alle districten. Het merendeel, 2436 ofwel 72%, zijn Creolen. De 533 Javanen (16%) vormen de tweede grootste bevolkingsgroep. De andere bevolkingsgroepen zijn telkens door minder dan honderd personen in Coronie vertegenwoordig, maar geen enkele ontbreekt volledig. (Hoewel slechts één persoon als etniciteit blank aangaf.) Er wonen ook 257 mensen van gemengde afkomst.[4]

Politiek[bewerken]

Het district Coronie wordt in De Nationale Assemblee vertegenwoordigd door twee gekozen parlementariërs. Gelet op het bevolkingsaantal kan in dit district met de minste stemmen een zetel behaald worden. Mede hierdoor wordt er vaker gepleit voor wijziging van het kiesstelsel.[bron?]

Ressorten[bewerken]

Ressorten van Coronie

Coronie is onderverdeeld in drie ressorten:

De huidige ressorten bestaan uit een aantal kleinere plaatsen (voormalige plantages) gelegen aan de Oost-Westverbinding. Van oost naar west zijn dit:

Bekende Coronianen[bewerken]

Johan Kraag, oud-president van Suriname

Galerij[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • C.F.A. Bruijning en J. Voorhoeve (red.): Encyclopedie van Suriname, Amsterdam en Brussel 1977, Uitg. Elsevier, pag. 129-131.
  • Fineke van der Veen, Dick ter Steege, Chandra van Binnendijk: Dromers, Doemdenkers en Doorzetter. Verhalen van mensen en gebouwen in Coronie, Amsterdam 2010, KIT Publishers.
  • Heinrich E. Helstone, Okke ten Hove, Wim Hoogbergen: Surinaamse Emancipatie 1863 Coronie, Amsterdam 2009, Rozenberg Publishers (Bronnen voor de studie van Suriname, deel 28).

Externe links[bewerken]