Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Duurzame ontwikkelingsdoelen)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een initiatief van de Verenigde Naties

De Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (SDGs - Sustainable Development Goals) zijn door de Verenigde Naties vastgesteld als nieuwe mondiale duurzame ontwikkelingsagenda voor 2030. Ze worden gepromoot als de wereldwijde doelstellingen voor duurzame ontwikkeling. Deze SDGs vervangen de Millenniumdoelstellingen die eind 2015 zijn vervallen. De SDGs zullen van 2016 tot 2030 van kracht zijn. Er zijn 17 doelstellingen en 169 onderliggende targets om deze doelen te operationaliseren. De lidstaten moeten zelf zorgen voor vertaling in nationaal beleid. Nederland heeft op het gebied van natuur en milieu al diverse doelstellingen en beleidsprogramma's die in lijn zijn met de SDGs, al hebben deze volgens het Planbureau voor de Leefomgeving nog de nodige aanpassing nodig. [1][2]

Om de voortgang te monitoren is in VN-verband een lijst van indicatoren opgesteld: de Sustainable Development Goals Indicators. Het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft in november 2016 een eerste meting uitgevoerd hoe Nederland ervoor staat met de SDGs. De aanleiding van dit onderzoek was een lijst van voorlopige indicatoren om de diverse subdoelstelingen van de SDGs te monitoren. Het globale beeld dat uit de tot nu toe beschikbare cijfers naar voren komt is dat het op veel terreinen goed gaat met Nederland, maar dat er ook belangrijke zorgpunten zijn.[3]

Alle officiële informatie rond de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen in het Nederlands kan gevonden worden op de pagina van de Verenigde Naties: De SDGs in het Nederlands[4]

Inhoud

Doelstellingen[bewerken]

In augustus 2015 bereikten 193 landen een akkoord over de volgende 17 doelstellingen: [5]

SDG 1: Geen armoede[bewerken]

Beëindig armoede overal en in al haar vormen[bewerken]

De eerste doelstelling gaat over het beëindigen van armoede. Volgens de Verenigde Naties ook meteen het belangrijkste doel. Niemand mag in 2030 nog in extreme armoede leven. Onder de millenniumdoelen betekende extreme armoede dat iemand minder dan 1,25 dollar per dag te besteden heeft. De Wereldbank heeft deze grens in 2015 verlegd naar 1,90 dollar per dag. In 2012 leefde 12,8 procent van de wereldbevolking onder de grens van 1.90 dollar. Dit zijn 896 miljoen mensen. In 1990 leefde nog 37 procent van de wereldbevolking, of 1,95 miljard mensen onder deze grens. De verwachting is dat dit aantal in 2015 is gedaald naar 9,5 procent of 702 miljoen mensen van de wereldbevolking. SDG 1

SDG 2: Geen honger[bewerken]

Beëindig honger, bereik voedselzekerheid en verbeterde voeding en promoot duurzame landbouw[bewerken]

Verzeker een goede gezondheid en promoot welvaart voor alle leeftijden. In 2030 mag niemand op de wereld meer honger lijden. Iedereen moet toegang hebben tot veilig, voedzaam en voldoende voedsel, het hele jaar door. Volgens het Wereldvoedselprogramma hebben op dit moment 795 miljoen mensen niet genoeg voedsel om een gezond en actief leven te leiden. Dit is ongeveer een op de negen mensen wereldwijd. In sub-Sahara Afrika lijden naar verhouding de meeste mensen honger, een op de vier mensen in deze regio is ondervoed. Ook sterft bijna de helft (45 procent) van de kinderen die voor hun vijfde komen te overlijden aan malnutritie. En wereldwijd gaan nog steeds 66 miljoen basisschoolkinderen met honger naar school. SDG 2

SDG 3: Goede gezondheid en welzijn[bewerken]

Verzeker een goede gezondheid en promoot welvaart voor alle leeftijden[bewerken]

Gezondheid is essentieel voor duurzame ontwikkeling”, stellen de Verenigde Naties. Doel drie gaat over gezondheid en welzijn voor iedereen van jong tot oud. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie daalde het kindersterftecijfer in 2015 met 53 procent ten opzichte van 1990. Toch sterven er elk jaar nog steeds zes miljoen kinderen voor hun vijfde levensjaar. Het merendeel van deze kinderen wonen in Azië en sub-Sahara Afrika. Vier van de vijf kinderen die voor hun vijfde levensjaar overlijden komen uit deze regio’s. Moedersterfte is in 2015 ten opzichte van 1990 met 44 procent gedaald, aldus de Wereldgezondheidsorganisatie. Maar ook hier kunnen nog stappen worden gezet. Moedersterfte is in ontwikkelingslanden nog steeds 14 keer hoger dan in ontwikkelde landen. SDG 3

SDG 4: Kwaliteitsonderwijs[bewerken]

Verzeker gelijke toegang tot kwaliteitsvol onderwijs en bevorder levenslang leren voor iedereen[bewerken]

Verzeker gelijke toegang tot kwaliteitsvol onderwijs en bevorder levenslang leren voor iedereen Met name door de millenniumdoelen is er op het gebied van onderwijs de laatste jaren veel verbeterd, vooral voor vrouwen en meisjes. Op dit moment gaat 91 procent van de kinderen in ontwikkelingslanden naar de basisschool. Het aantal kinderen dat niet naar school gaat is ten opzichte van 2000 gehalveerd: van 100 miljoen in 2000 naar 57 miljoen in 2015. Maar er valt nog veel winst te behalen. Vijftig procent van de kinderen met een basisschoolleeftijd die niet naar school gaan, wonen in conflictgebieden. En wereldwijd kunnen 103 miljoen jongeren nog niet lezen of schrijven. SDG 4

SDG 5: Gendergelijkheid[bewerken]

Bereik gendergelijkheid en empowerment voor alle vrouwen en meisjes[bewerken]

In de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens is vastgesteld dat mannen en vrouwen dezelfde rechten hebben. Toch is dit niet voldoende. “Gelijkheid tussen mannen en vrouwen is niet alleen een mensenrecht, maar ook de basis voor een vreedzame, welvarende en duurzame wereld”, aldus de Verenigde Naties. Maar in de praktijk blijkt dat vrouwen en meisjes nog vaak achtergesteld worden ten opzichte van mannen en jongens. Dit vijfde doel stelt dat in 2030 vrouwen en mannen ook in de praktijk gelijke rechten moeten hebben op faciliteiten als onderwijs, gezondheidszorg en werk. Daarnaast moeten vrouwen en mannen gelijk vertegenwoordigd zijn in politieke en conomische besluitvorming. SDG 5

SDG 6: Schoon water en sanitair[bewerken]

Verzeker toegang tot duurzaam beheer van water en sanitatie voor iedereen[bewerken]

Schoon drinkwater en goede en schone sanitaire voorzieningen hebben een positieve invloed op andere Global Goals zoals voedselveiligheid, onderwijs en gezondheid. Schoon drinkwater zorgt voor minder infecties en schone toiletten op scholen zorgen ervoor dat meer meisjes naar school gaan, ook als ze ongesteld zijn. Er is genoeg schoon drinkwater voor iedereen op de wereld, maar door problemen zoals een slechte infrastructuur of economie, sterven er elk jaar nog miljoenen mensen aan ziekten die veroorzaakt worden door vervuild drinkwater of slechte hygiëne. Sinds 1990 hebben 2,6 miljard mensen toegang gekregen tot schoon drinkwater, maar 1,8 miljard mensen halen hun drinkwater nog steeds uit vervuilde bronnen. Daarnaast kunnen 2,4 miljard mensen op de wereld nog geen gebruik maken van schone toiletten en ander sanitair. SDG 6

SDG 7: Betaalbare en duurzame energie[bewerken]

Verzeker toegang tot betaalbare, betrouwbare, duurzame en moderne energie voor iedereen[bewerken]

We hebben energie nodig voor onze welvaart en ons welzijn; om te leven, wonen en werken. De maatschappij zou zich niet zo kunnen ontwikkelen zoals het nu doet zonder energie. Daarom is het belangrijk dat iedereen gebruik kan maken van energie, vinden de Verenigde Naties. Een op de vijf mensen heeft op dit moment nog geen toegang tot energie. Maar tegelijkertijd is energie ook een van de grootste problemen van deze eeuw. We halen te veel energie uit kolen, olie en gas. Deze grondstoffen raken een keer op en de brandstof veroorzaakt klimaatverandering. Ten minste 60 procent van de uitstoot van broeikasgassen wordt veroorzaakt door energie. SDG 7

SDG 8: Eerlijk werk en economische groei[bewerken]

Bevorder aanhoudende, inclusieve, en duurzame economische groei, volledige en productieve tewerkstelling en waardig werk voor iedereen[bewerken]

In veel landen betekent het hebben van een baan niet automatisch dat je aan armoede kunt ontsnappen. Dit moet anders. Daarom richt doel acht zich op fatsoenlijk werk voor iedereen en duurzame en inclusieve economische groei. Dit betekent dat iedereen die kan werken de mogelijkheid moet hebben om te kunnen werken, onder goede werkomstandigheden. Deze banen moeten economische groei stimuleren zonder het milieu aan te tasten. SDG 8

SDG 9: Industrie, innovatie en infrastructuur[bewerken]

Bouw veerkrachtige infrastructuur, bevorder inclusieve en duurzame industrialisering en stimuleer innovatie[bewerken]

Bij infrastructuur moeten we denken aan transport, wegen, irrigatie, energie en informatie-, en communicatietechnologie. Om verbeteringen aan te brengen in onderwijs, gezondheidszorg of het drinkwater, is infrastructuur noodzakelijk. Zonder wegen of transport is het voor kinderen uit afgelegen dorpen bijvoorbeeld veel moeilijker om naar school te gaan. In veel ontwikkelingslanden ontbreekt deze fundamentele infrastructuur. Zonder infrastructuur is het moeilijker om een baan te krijgen, zaken te doen, informatie te ontvangen en brood te halen. Oftewel, door een betere infrastructuur is het makkelijker om andere doelen te bereiken en gaat de levenskwaliteit omhoog. SDG 9

SDG 10: Ongelijkheid verminderen[bewerken]

Dring ongelijkheid in en tussen landen terug[bewerken]

Inkomensongelijkheid tussen landen is de laatste jaren verminderd. Maar ongelijkheid binnen landen is alleen maar groter geworden. Tussen 1990 en 2010 is de inkomensongelijkheid binnen ontwikkelingslanden met 11 procent toegenomen. Maar ook binnen ontwikkelde landen is de inkomensongelijkheid toegenomen. Het idee dat economische vooruitgang niet genoeg is om armoede te bestrijden, wordt wereldwijd steeds meer ondersteund. Economische groei moet inclusief zijn. Oftewel, iedereen moet er bij betrokken worden. En als we het hebben over economische groei, moeten we ook aandacht hebben voor sociale aspecten en het milieu. SDG 10

SDG 11: Duurzame steden en gemeenschappen[bewerken]

Maak steden en menselijke nederzettingen inclusief, veilig, veerkrachtig en duurzaam[bewerken]

De helft van de wereldbevolking, zo’n 3.5 miljard mensen, woont in de stad. En de verwachting is dat dat aantal alleen maar toeneemt: in 2030 woont mogelijk bijna 60 procent van alle mensen wereldwijd in stedelijk gebied. Vrijwel al deze verstedelijking, 95 procent, vindt plaats in ontwikkelingslanden. Helaas bevat die groei van ‘stedelijk gebied’ ook sloppenwijken. Nu wonen er al 823 miljoen mensen in die sloppenwijken, maar dat aantal zal blijven groeien. SDG 11

SDG 12: Verantwoorde consumptie en productie[bewerken]

Verzeker duurzame consumptie-, en productiepatronen[bewerken]

Zorg voor duurzaam beheer en efficiënt gebruik van natuurlijke hulpbronnen. Het produceren van onze goederen moet met het oog op de groeiende wereldbevolking veel handiger: ‘meer produceren met minder’. SDG 12

SDG 13: Klimaatactie[bewerken]

Neem dringend actie om klimaatverandering en haar impact te bestrijden[bewerken]

Ieder land op ieder continent heeft te maken met klimaatverandering. De opwarming van de aarde heeft nu al invloed op het dagelijks leven en het inkomen van miljoenen mensen wereldwijd en dat zal in de toekomst alleen maar toenemen. SDG 13

SDG 14: Leven in het water[bewerken]

Behoud en maak duurzaam gebruik van de oceanen, de zeeën en maritieme hulpbronnen.[bewerken]

Oceanen zijn met hun temperatuur, hun stromingen en hun onderzeese leven de motor van mondiale systemen die de aarde bewoonbaar maken voor mensen. Ze bedekken drie kwart van het aardoppervlak. Ons drinkwater, ons weer, klimaat, de kusten, veel van ons eten en zelfs de lucht die we inademen zijn afhankelijk van de zee. SDG 14

SDG 15: Leven op het land[bewerken]

Bescherm, herstel en bevorder het duurzaam gebruik van ecosystemen, beheer bossen duurzaam, bestrijd woenstijnvorming en landdegradatie en draai het terug en roep het verlies aan biodiversiteit een halt toe.[bewerken]

Bossen bedekken 30 procent van het landoppervlak van de aarde. Naast dat ze belangrijk zijn voor de voedselveiligheid en het bieden van onderdak, zijn ze ook essentieel voor het vechten tegen klimaatverandering, het beschermen van de biodiversiteit en vormen ze het leefgebied van inheemse bevolkingsgroepen. We verliezen jaarlijks 13 miljoen hectare bos, terwijl de landaantasting zorgt voor woestijnvorming van 3,6 miljard hectare aan land. SDG 15

SDG 16: Vrede, justitie en sterke publieke diensten[bewerken]

Bevorder vreedzame en inclusieve samenlevingen met het oog op duurzame ontwikkeling, verzeker toegang tot justitie voor iedereen en creëer op alle niveaus doeltreffende, verantwoordelijke en open instellingen.[bewerken]

Binnen de millenniumdoelstellingen was er nauwelijks aandacht voor, maar nu is vrijwel iedereen het erover eens dat zonder er vrede, veiligheid en rechtvaardigheid bijna geen ontwikkeling mogelijk is. Corruptie, diefstal en belastingontwijking kost ontwikkelingslanden 1,26 miljard dollar per jaar. Geld dat goed gebruikt kan worden voor armoedebestrijding of om kinderen naar school te laten gaan. En de helft van basisschoolleerlingen in conflictgebieden verlaat school zonder diploma. Vrede, justitie en sterke publieke diensten zorgen voor ontwikkeling, en andersom. Ze versterken elkaar. SDG 16

SDG 17: Partnerschap om doelstellingen te bereiken[bewerken]

Versterk de implementatiemiddelen en revitaliseer het wereldwijd partnerschap voor duurzame ontwikkeling.[bewerken]

“De duurzame ontwikkelingsdoelen zijn een to-do lijst voor mensen en de planeet, en een blauwdruk voor succes”, zei VN-Secretaris-Generaal Ban ki-Moon bij de lancering van de SDGs. “We zullen ook een nieuw mondiaal partnerschap nodig hebben”, aldus Ban ki-Moon. “We hebben actie nodig van iedereen, overal. Zeventien Duurzame Ontwikkelingsdoelen zijn onze gids.” SDG 17

Achtergrondinformatie[bewerken]

De onderhandelingen over de Post 2015 Ontwikkelingsagenda vonden plaats in de periode van januari tot augustus 2015. Het resultaat van de onderhandelingen is op de UN Sustainable Development Summit, die liep van 25 tot 27 september, in New York gepresenteerd onder de naam: Transforming our world: the 2030 Agenda for Sustainable Development[6]