Enver Pasja

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Enver Pasja

Enver Pasja (Istanboel, 22 november 1881 - Doesjanbe (Tadzjikistan), 4 augustus 1922) was een nationalistisch Turks leider en militair die droomde van één groot Turks en islamitisch rijk, de Turan, en die tevens de alliantie samenstelde tussen het Duitse Rijk en het Osmaanse Rijk tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Hij bestreed als militair de Grieken en de Macedoniërs en in 1906 maakte hij deel uit van de nationalistische groepering Jong-Turken, die twee jaar later na een machtsgreep de grondwet van 1876 in ere herstelde. Enver weerhield een jaar later (in 1909) nog een contrarevolutie van Sultan Abdülhamit II en hij streed ook nog in de Italiaans-Turkse Oorlog en tijdens de Balkanoorlog. Hij heroverde Edirne op de Bulgaren. In 1911 was hij een van de hoofdopdrachtgevers van de Armeense Genocide[1][2][3] en is dus verantwoordelijk voor de dood van 800.000 tot 1,8 miljoen Armenen.[4][5][6][7]

Op 23 januari 1913 pleegde hij een staatsgreep waardoor het constitutionele bewind moest wijken voor een feitelijke dictatuur van het driemanschap Enver, Djemal en Talaat Pasja. Hij werd in 1914 in de regering-Talaat minister van Oorlog en opperbevelhebber van het leger.

In 1918 zette hij het panturkistische Leger van de Islam op dat vocht in de Zuidelijke Kaukasus. Na de overwinning van de geallieerden vluchtte hij naar Centraal-Azië. Daar wierp hij zich op als de verdediger van de emir van Boechara en organiseerde er de nationalistisch-islamitische Basmatsjiopstand tegen de Bolsjewieken, uitgaande van zijn panturkistische idee. Hij werd emir van Turkestan, dat tot 1921 zelfstandig bleef.

Enver Pasja sneuvelde tegen de Russen op 40-jarige leeftijd. Op welke manier en waar hij precies om het leven kwam is onbekend. Volgens de Armenen zou hij zijn gedood met een pistoolschot door een Armeniër die een Basjkiers sovjetregiment leidde in een verrassingsaanval. Sommige Armeense bronnen spreken daarbij van de Karabachse commandant Hakob Melkumian (Yakov Melkumov/Agop Melkumian/Jakob Melkoemjan). Volgens andere bronnen werd hij doodgeschoten terwijl hij een aanval leidde op een mitrailleurnest. Weer andere bronnen spreken dit tegen omdat Enver zoiets roekeloos nooit zou doen.

In 1996 werden zijn beenderen vervoerd naar Turkije, waar ze werden begraven in Istanboel.


  1. , The Criminal Law of Genocide: International, Comparative and Contextual Aspects, Ashgate, Farnham, 2009. ISBN 978-1-40949591-8 “The guilty main architects of the genocide Talaat Pasaha [...] and Enver Pasha...”
  2. , The Armenian Genocide, 1st, Rosen Pub, New York, 2009. ISBN 978-1-40421825-3 “Enver Pasha, Mehmet Talat, and Ahmed Djemal were the three men who headed the CUP.”
  3. Jones, Adam, Genocide: A Comprehensive Introduction, Repr., Routledge, London, 2006. ISBN 978-0-41535385-4 “The new ruling triumvirate – Minister of Internal Affairs Talat Pasha; Minister of War Enver Pasha; and Minister of Navy Jemal Pasha – quickly established a de facto dictatorship. Under the rubric of the so-called Special Organization of the CUP, they directed, this trio would plan and oversee the Armenian genocide...”
  4. , Denial of violence : Ottoman past, Turkish present and collective violence against the Armenians, 1789–2009, Oxford University Press, 2015, p. 1. ISBN 0-19-933420-X.
  5. Auron, Yair, The banality of indifference: Zionism & the Armenian genocide, Transaction, 2000, p. 44. ISBN 978-0-7658-0881-3.
  6. Forsythe, David P., Encyclopedia of human rights (Google Books), Oxford University Press, 11 August 2009, p. 98. ISBN 978-0-19-533402-9.
  7. , The history and sociology of genocide: analyses and case studies, Institut montréalais des études sur le génocide, Yale University Press, 10 September 1990, p. 270–. ISBN 978-0-300-04446-1.