Hans Lodeizen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hans Lodeizen
Lodeizen
Lodeizen
Algemene informatie
Geboren 20 juli 1924, Naarden
Overleden 26 juli 1950, Lausanne
Beroep dichter
Werk
Bekende werken Het innerlijk behang
Uitgeverij G.A. van Oorschot
Dbnl-profiel
Portaal  Portaalicoon   Literatuur
Het gedicht Wij zullen het leven... van Hans Lodeizen op een muur in Leiden

Hans Lodeizen (Naarden, 20 juli 1924 - Lausanne, 26 juli 1950) was een moderne Nederlands dichter, die al op zeer jonge leeftijd is gestorven. Hij was de auteur van één bundel gedichten en een hoeveelheid nagelaten werk. Niettemin had hij een grote invloed op de naoorlogse dichtergeneratie. Zijn werk bleef nadien ook bijzonder geliefd bij generaties jonge lezers, voor wie Lodeizen vaak de eerste dichter was met wie ze kennismaakten. Lodeizens enige bij zijn leven gepubliceerde bundel werd vijftien keer herdrukt, wat op zichzelf al zijn immense populariteit weerspiegelt.[1] Daar kwam later nog een bundel, 'Nagelaten werk' bij, die vijf keer werd herdrukt, alvorens pas in 2007 Lodeizens Verzamelde gedichten verscheen.[2]

Leven en werk[bewerken]

Johannes August Frederik Lodeizen, zoon van mr. A.F. Lodeizen, de in Wassenaar woonachtige, zeer vermogende directeur van de bekende internationale handelsmaatschappij Müller & Co, ging naar Het Haagsche Lyceum. Toen bleek dat hij de vijfde klas moest doubleren, liep hij van huis weg. Na een week kwam hij weer thuis. Hij slaagde voor zijn eindexamen in 1943 en ging in Leiden rechten studeren. Niet lang daarna ging hij over op biologie en liep college te Amherst, Massachusetts in de VS. Daar trof hij de dichter James Merrill en andere jonge talenten. Lodeizen leed echter aan leukemie en keerde voortijdig terug naar Europa, om de laatste maanden van zijn leven te verblijven in een sanatorium in Lausanne.

In de laatste ruim twee jaar van zijn leven schreef Lodeizen zo'n 500 gedichten.[3] Bij zijn leven verscheen er van hem slechts één bundel, Het innerlijk behang, in maart 1950 uitgegeven (met het jaartal 1949) door uitgeverij Van Oorschot in de poëziereeks 'De Vrije Bladen', en enkel na tussenkomst van de dichter en criticus Adriaan Morriën. Eerder, in april 1948, had de redactie van het literaire tijdschrift Het woord bij monde van Koos Schuur negen gedichten van Lodeizen geweigerd. Het debuut van Lodeizen kenmerkt zich volgens criticus Rein Bloem "door een romantisch verlangen en de ontoereikendheid ervan. Het besef van 'deze wereld is niet de echte' doet wel een greep naar werelden van de droom, maar bereikbaar blijken deze niet. Deze melancholie heeft Lodeizen in een beperkt aantal motieven (tuin, haven, zee) uitgewerkt in een vrije versvorm, qua beeldspraak verwant met de vroege surrealistische poëzie van Paul Éluard."

De associaties van Lodeizen noemt Bloem voor de Nederlandse poëzie omstreeks 1950 verrassend nieuw, al vindt hij het te ver gaan om in hem een voorloper te zien van de Vijftigers, een groep 'experimentele dichters' onder wie Lucebert. Lodeizens poëzie was te veel een dagboek, een verslag van een ontoereikend bestaan (mede door zijn homoseksualiteit), dat volgens Bloem ook later zijn zeggingskracht en ontroering volledig behouden blijkt te hebben. Postuum werd aan Lodeizen in 1951 de Jan Campertprijs toegekend.

Biografieën[bewerken]

Koen Hilberdink, die eerder promoveerde op een biografie van Paul Rodenko, publiceerde in 2007 zijn biografie van Hans Lodeizen.[4] In 2002 haalde hij het nieuws met de vondst van twintig brieven van Gerard Reve aan de vader van Lodeizen. Een eerdere biografie van de dichter door Gerard Bes was al in 2001 verschenen.[5]

Bibliografie[bewerken]

  • Het innerlijk behang (1949, verschenen in maart 1950), uitg. G.A. van Oorschot, Amsterdam; 74 blz.
  • Het innerlijk behang en andere gedichten, samengesteld door L.A. Ries (1952); 185 blz., 15e druk 1989
  • Gedichten (1952), samengesteld door J.C. Bloem, Jan Greshoff en Adriaan Morriën
  • Nagelaten werk (1969); 6e druk 1988
  • Verzamelde gedichten (1996), uitgeverij G.A. van Oorschot, Amsterdam; 682 blz.; tweede druk 2007

Literatuur[bewerken]

  • Peter Berger (1986), 'Hans Lodeizen 1924-1950', in: Anton Korteweg en Murk Salverda (red.), 't Is vol van schatten hier..., (2 dln). Amsterdam / 's-Gravenhage: De Bezige Bij / Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum. Ook op: [4]
  • Gerard Bes, Hans Lodeizen 1924-1950. Liever liefde dan gedichten (2001);
  • Hugo Brems, in De brekende sleutel (1972);
  • Bzzlletin 90 (november 1981), speciaal Lodeizen-nummer.
  • Koen Hilberdink, Hans Lodeizen. Biografie (2007);
  • Paul Rodenko, Over Hans Lodeizen (1954);
  • Frans C. de Rover, Over Het innerlijk behang van Hans Lodeizen (1978);
  • Frans C. de Rover, 'Hans Lodeizen', in Kritisch lexicon van de Nederlandstalige literatuur na 1945 (1980);
  • Willem Sinninghe Damsté & Rob Molin (1980), Hans Lodeizen. Grote Ontmoetingen 40, Literaire Monografieën; Gottmer, Nijmegen; Orion, Brugge.

Documentaire[bewerken]

  • Incognito. Het korte leven van Hans Lodeizen.(1998). AVRO/Theorema films. Regie: Ronald Bos.

Varia[bewerken]

  • Op zijn cd 'Schout bij Nacht' uit 1995 zette zanger Jan Rot drie gedichten van Lodeizen op muziek: 'Brief van Boord', 'Zij waren altijd samen' en 'Vandaag'.Ook de Nederlandse band de Kift verwerkte teksten van Lodeizen op muziek.

Noten[bewerken]

  1. Zie voor enkele van zijn meest bekende gedichten [1].
  2. Bron: Biblion recensie, T. van Deel.
  3. T. van Deel (2001), recensie van de biografie door G. Bes, in Trouw, 03/11/01.
  4. Deze biografie is besproken door Ewoud Kieft in de NRC [2].
  5. Deze biografie is zeer kritisch besproken door T. van Deel in Trouw, 03/11/01: 'Het is Hans voor en Hans na', [3]

Externe links[bewerken]