Kabinet-Hitler

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Leden van het kabinet-Hitler na de eerste vergadering op 30 januari 1933. Zittend: Göring, Hitler, Von Papen. Staande: Seldte, Gereke, Schwerin von Krosigk, Frick, von Blomberg, Hugenberg

Het Kabinet-Hitler kwam op 30 januari 1933 aan de macht in het Duitse Rijk. Sinds het aannemen van de Machtigingswet op 23 maart 1933 bezat rijkskanselier Adolf Hitler dictatoriale volmachten. Hoewel dit kabinet aanvankelijk slechts vier NSDAP-leden telde, werd dit aantal in de loop der jaren gestadig uitgebreid.

Met de machtsovername van Hitler eindigde de periode van de Weimarrepubliek en begon die van nazi-Duitsland.

Men kan van een kabinet spreken omdat dit orgaan in 1933 en 1934 inderdaad 42 maal bijeenkwam. In de jaren daarna was er vrijwel geen enkele vergadering van de ministerraad meer. De laatste vergadering was op 5 februari 1938. Men vergaderde of dineerde wel met of drie ministers om praktische zaken af te stemmen maar verder bestond de regeringspraktijk uit audiënties bij Hitler waar instructies werden gegeven.

De "Führer" geloofde hardnekkig in het principe van leiderschap. Zijn ministers moesten zelfstandig leiding kunnen geven en hèm gehoorzamen. Door meerdere ministers dezelfde werkgebieden te geven zorgde Hitler voor animositeit en concurrentie. De keerzijde van deze "verdeel en heers" politiek was chaos, verspilling en verzwakking van de positie van de rijksregering ten faveure van de SS en de Gouwleiders van de NSDAP die als koninkjes regeerden en bevelen uit Berlijn soms negeerden.

In de door Albert Speer vergrote rijkskanselarij in Berlijn was een zaal voor de ministerraad ingericht. In zijn memoires schrijft Speer dat ministers hem soms vroegen of ze "hun" zetel eens mochten zien. Zij keken dan enige minuten zwijgend naar de blauwe map met hun naam. De met hout betimmerde zaal is nooit gebruikt[1].

De samenzweerders van de 20e juli 1944 zagen in het gebrek aan een politiek en administratief coördinerend orgaan een van de oorzaken voor de wanhopige toestand van Duitsland in het vijfde oorlogsjaar. In hun blauwdruk voor een nieuwe rijksregering zou de "Grote Generale Staf"[2] alle macht krijgen.

Functie Minister Partij Opmerking
Rijkspresident Paul von Hindenburg (1925-1934) partijloos
Karl Dönitz (1945) NSDAP volgens Hitlers testament
Rijkskanselier Adolf Hitler (1933-1934) NSDAP
Joseph Goebbels (1945) NSDAP Hitlers testament
Führer en Rijkskanselier Adolf Hitler (1934-1945) NSDAP Ambten Rijkspresident en Rijkskanselier verenigd
Leidend minister van de demissionaire Rijksregering Lutz Schwerin von Krosigk (1945) partijloos
Vicekanselier Franz von Papen (1933-1934) partijloos
Rijksminister van Buitenlandse Zaken Konstantin von Neurath (1933-1938) partijloos, later NSDAP reeds sinds 1932 in functie
Joachim von Ribbentrop (1938-1945) NSDAP
Arthur Seyss-Inquart (1945) NSDAP Hitlers testament
Lutz Schwerin von Krosigk (1945) partijloos Dönitzregering
Rijksminister van Binnenlandse Zaken Wilhelm Frick (1933-1943) NSDAP
Heinrich Himmler (1943-1945) NSDAP
Paul Giesler (1945) NSDAP Hitlers testament
Wilhelm Stuckart (1945) NSDAP Dönitzregering
Rijksminister van Financiën Lutz Schwerin von Krosigk (1933-1945) partijloos reeds sinds 1932 in functie
Rijksministers van Economische Zaken Alfred Hugenberg (1933) DNVP
Kurt Schmitt (1933-1935) NSDAP
Hjalmar Schacht (1935-1937) NSDAP
Hermann Göring (1937-1938) NSDAP
Walther Funk (1938-1945) NSDAP
Albert Speer (1945) NSDAP Dönitzregering
Rijksministers van Arbeid Franz Seldte (1933-1945) DVP, later NSDAP
Theodor Hupfauer (1945) NSDAP Hitlers testament
Franz Seldte (1945) NSDAP Dönitzregering
Rijksministers van Justitie Franz Gürtner (1933-1941) partijloos reeds sinds 1932 in functie
Franz Schlegelberger (1941-1942) NSDAP ad interim, secretaris-generaal
Otto Georg Thierack (1942-1945) NSDAP
Rijksminister van Defensie Werner von Blomberg (1933-1935) partijloos
Rijksminister van Oorlog (tussen 1938 en 1945 waargenomen door Hitler en de Wehrmacht) Werner von Blomberg (1935-1938) partijloos
Karl Dönitz (1945) partijloos
Rijksministers van Verkeer Paul Freiherr von Eltz-Rübenach (1933-1937) partijloos reeds sinds 1932 in functie
Julius Heinrich Dorpmüller (1937-1945) NSDAP
Rijksministers van Post Paul Freiherr von Eltz-Rübenach (1933-1937) partijloos reeds sinds 1932 in functie
Wilhelm Ohnesorge (1937-1945) NSDAP
Julius Heinrich Dorpmüller (1945) NSDAP Dönitzregering
Rijksministers van Voeding en Landbouw Alfred Hugenberg (1933) DNVP
Richard Walther Darré (1933-1944) NSDAP sinds 1942 met verlof
Herbert Backe (1944-1945) NSDAP sinds 1942 demissionair
Rijksminister voor Volksvoorlichting en Propaganda Joseph Goebbels (1933-1945) NSDAP
Werner Naumann (1945) NSDAP Hitlers testament
Rijksminister van Luchtvaart Hermann Göring (1933-1945) NSDAP
Rijksminister van Wetenschap, Opvoeding en Vorming Bernhard Rust (1934-1945) NSDAP
Rijksministers van Bewapening en Munitie Fritz Todt (1940-1942) NSDAP
Albert Speer (1942-1943) NSDAP
Rijksministers van Bewapening en Oorlogsproductie Albert Speer (1943-1945) NSDAP
Karl Saur (1945) NSDAP
Rijksminister van de Bezette Oostelijke Gebieden Alfred Rosenberg (1941-1945) NSDAP
Rijksminister van Kerkelijke Aangelegenheden Hanns Kerrl (1935-1941) NSDAP
Hermann Muhs (1941-1945) NSDAP
Staatsminister met de rang van Rijksminister en Hoofd van de Kanselarij van de Führer en Rijkskanselier Otto Meissner (1937-1945) partijloos
Rijksminister en Hoofd van de Rijkskanselarij Hans Lammers (1937-1945) NSDAP
Rijksministers zonder portefeuille Hermann Göring (1933) NSDAP
Rudolf Hess (1933-1941) NSDAP plaatsvervanger van de Führer
Ernst Röhm (1933-1934) NSDAP hoofd van de staf van de SA
Hanns Kerrl (1934-1935) NSDAP
Hans Frank (1934-1942) NSDAP sinds 1939 gouverneur-generaal van de bezette Poolse gebieden
Hjalmar Schacht (1937-1943) NSDAP tot 1939 ook president van de Rijksbank
Konstantin von Neurath (1938-1945) NSDAP 1939-1943 Reichsprotektor van Bohemen en Moravië
Arthur Seyss-Inquart (1938-1945) NSDAP voorheen bondskanselier van Oostenrijk, na 1940 ook rijkscommissaris van Nederland
Martin Bormann (1941-1945) NSDAP hoofd van de partijkanselarij van de NSDAP en secretaris van de Führer
Wilhelm Frick (1943-1945) NSDAP Reichsprotektor van Bohemen en Moravië
Herbert Backe (1943-1944) NSDAP dienstdoend Rijksminister van Voeding en Landbouw
Robert Ley (1945) NSDAP Hitlers testament, leider van het Arbeidsfront

Voetnoten[bewerken]

  1. Albert Speer, "Erinnerungen", 1969, kapitel 8. Blz 128.
  2. Albert Speer, "Erinnerungen",1969, kapitel 26. Blz 400.