Lijst van uitdrukkingen en gezegden uit de sport

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Bij sportwedstrijden wordt er altijd commentaar gegeven. Bij deze commentaren wordt de Nederlandse taal verrijkt met nieuwe woorden. De meeste woorden worden maar tijdelijk gebruikt, gedurende een seizoen.

Niet alleen de commentatoren doen roemruchte uitspraken. Wie herinnert zich de uitspraak van Ernst Happel niet? Kein geloel, Fussballen! Dit artikel gaat niet over memorabele uitspraken, zoals Kein geloel, maar om woorden, termen en uitdrukkingen die voor een periode zijn ingeburgerd in de Nederlandse taal.

Termen bedacht door commentatoren en analisten[bewerken]

Autosport[bewerken]

K[bewerken]

  • Kamelengras - Kamelengras is een term die voortkomt uit de Dakar-rally en is een van de grootste obstakels die de deelnemers aan de rally onderweg kunnen tegenkomen. Het komt vooral veel voor in Mauritanië en is een grassoort waarmee kamelen zich voeden. De wortels van het kamelengras liggen diep in de zanderige ondergrond. Wanneer banden van auto's, trucks of motoren in contact komen met kamelengras rijdt het voertuig niet vloeiend door over het zand, maar vangt het voertuig een enorme klap op, waarmee de controle over het voertuig verloren kan gaan.

T[bewerken]

  • Trullitrein - Voormalig Formule 1 coureur Jarno Trulli stond erom bekend zich goed te kunnen kwalificeren voor een race. Tijdens de race echter presteerde hij minder goed. Hierdoor veroorzaakte hij een opstopping waardoor verschillende bolides kort op elkaar rijden en als het ware een trein vormden.

Schaatsen[bewerken]

K[bewerken]

  • Klunen - Klunen is een Fries leenwoord dat lopen op schaatsen betekent. Bij schaatstochten is het niet altijd mogelijk de gehele tocht op de schaats af te leggen. Zo is het ijs onder bruggen vaak te dun of afwezig of heeft de scheepvaart wateren open gehouden. In dat geval dienen de schaatsers over land hun tocht voort te zetten, dit lopen op schaatsen noemt men klunen.

S[bewerken]

  • Schaatsbelg - Iemand met een andere dan de Belgische nationaliteit die, om de selectiecriteria van de bond uit het land van herkomst te ontwijken, voor de Belgische schaatsbond uitkomt. De Nederlandse schaatser Bart Veldkamp was de eerste die het predicaat "schaatsbelg" ontving. Hans van Helden maakte eerder gebruik van deze constructie en kwam in de jaren 80 voor Frankrijk uit, maar werd geen schaatsfransman genoemd.

Snowboarden[bewerken]

S[bewerken]

  • Een Sauerbreijtje lopen - Een term die werd gebruikt ten tijde van de Olympische Winterspelen 2002 toen Nicolien Sauerbreij haar snowboard tijdelijk afstond aan een Oostenrijkse waxer en daardoor het board verkeerd gewaxt terugkreeg. Het gevolg was een zeer slechte run met uitschakeling als gevolg. Ze liep dus min of meer een blauwtje, oftewel een Sauerbreijtje. Vier jaar later liep ze wederom tegen een Sauerbreijtje op toen ze na een val van tegenstandster Amelie Kober alsnog de opgebouwde voorsprong van 1,5 seconde verspeelde. Er werd toen echter in de media niet gesproken over een Sauerbreijtje lopen. (herkomst 2002)

Voetbal[bewerken]

A[bewerken]

  • Aansluitingstreffer of ook wel Anschlusstor is een doelpunt waardoor het verschil tussen twee teams weer tot één doelpunt wordt teruggebracht.
  • Advocaatwissel - In het leven geroepen, nadat bondscoach Dick Advocaat tijdens het EK 2004 Arjen Robben wisselde in de wedstrijd van het Nederlands elftal tegen Tsjechië, bij een 2-1-voorsprong. Robben was op dat moment de beste speler op het veld. Nederland verloor de wedstrijd uiteindelijk met 3-2. Met een Advocaatwissel wordt derhalve een onbegrijpelijke wissel bedoeld. (herkomst 2004)
  • Avondje NAC - In de Jaren 90 speelde NAC Breda de thuiswedstrijden op de zaterdagavond. De tegenstander kon daar maar moeilijk winnen. De wedstrijden werden dan ook soms Avondje NAC genoemd.

B[bewerken]

  • De bal is rond - "Maar ja, de bal is rond"; slotzin na uitgebreide voorbeschouwing door journalist en/of speler, aangevende, dat het toch allemaal anders kan gaan lopen, dan verwacht.
  • Boekje van Jan Reker - Met het boekje van Jan Reker wordt een vermeend notitieboekje bedoeld dat in het leven werd geroepen door voormalig voetbaltrainer Jan Reker. In het boekje zouden de namen van voetballers zijn opgenomen, met daarbij de voorkeurshoek waar die speler een strafschop in zou schieten. Het werkelijke bestaan van het boekje is nooit door iemand anders dan Jan Reker en Hans van Breukelen bevestigd. Na de finale van het EK 1988, waarin doelman Hans van Breukelen de strafschop van Ihor Bilanov wist te stoppen, werd gezegd dat hij vast in het boekje van Jan Reker had gekeken. Voorafgaand aan de bewuste strafschop liet Van Breukelen aan Ihor Bilanov weten waar ie zou gaan schieten door naar zijn oog te wijzen. Hij zou vóór elke wedstrijd bestudeerd hebben hoe tegenstanders gewoonlijk een strafschop namen. Volgens Reker zelf heeft het boekje nooit bestaan, maar was het een kaartenbak.[1]
  • Een Van Breukelen-moment - Edwin van der Sar wilde bij de strafschoppenserie tussen Manchester United en Chelsea FC tijdens de Champions League-finale 2008 zijn Van Breukelen-moment hebben. Hiermee bedoelde hij dat hij de beslissende strafschop van Chelsea wilde tegenhouden. Hij verwees hiermee naar de finale van de Europa Cup I in 1988 tussen PSV en SL Benfica, waarbij Hans van Breukelen de beslissende strafschop van Benfica stopte.
  • Brilletje van Van Daele - Toen Feyenoord in 1970 om de Wereldbeker speelde tegen Estudiantes de la Plata scoorde Joop van Daele het beslissende doelpunt. Tijdens de vreugdedans daarna werd zijn ziekenfondsbril afgerukt door de Argentijn Oscar Malbernat. Die gaf hem aan zijn ploeggenoot Carlos Pachame, die op zijn beurt de bril platstampte. Het brilletje werd in een aantal liederen bezongen. (herkomst 1970)
  • Brilstand/Briluitslag - Bij een wedstrijd, waarbij de (eind-)stand 0-0 is, wordt vaak gesproken van een brilstand of briluitslag. Dit, omdat 0-0 doet denken aan de glazen van een bril.

C[bewerken]

  • Categorie Luc Nilis - Naar Luc Nilis als er een zeer mooi doelpunt wordt gemaakt met de hak. Naar aanleiding van een goal die hij scoorde voor PSV tegen FC Utrecht.

G[bewerken]

  • Grandelletje - Verwijzend naar Franck Grandel, de doelman van FC Utrecht, die in het seizoen 2005/2006 opmerkelijk vaak opzichtig in de fout ging en daarmee deze term in het leven riep. (herkomst 2005)
  • Grobbelaarshow - Doelend op de strafschoppenserie in de finale van de UEFA Champions League 2004/2005, waarin doelman Jerzy Dudek van Liverpool FC dansend op de doellijn de spelers van de tegenpartij AC Milan uit de concentratie probeerde te krijgen. Hij had succes en stopte enkele strafschoppen waardoor Liverpool de wedstrijd won. Bruce Grobbelaar, eveneens een doelman van Liverpool maakte deze bewegingen reeds in een ver verleden. Dudek verklaarde na afloop ook daadwerkelijk aan de capriolen van Grobbelaar te hebben gedacht en er gebruik van te hebben gemaakt onder het motto van "Ik dacht laat ik het eens proberen". (herkomst 2005)

H[bewerken]

I[bewerken]

  • Op zijn Italiaans - Verwijzend naar de Italiaanse manier van verdedigen van een 1-0-voorsprong. PSV won op 12 november 2006 van Ajax met 1-0 en speelde deze wedstrijd op de Italiaanse wijze uit. Op de Italiaanse manier verdedigt de ploeg met de hele ploeg de voorsprong en probeert daar waar mogelijk, de wedstrijd kapot te maken en loerend op de counter.

J[bewerken]

  • Een Jan van Grinsven - Verwijzend naar een keeper die scoort, veel gebruikt op een site over keepers. Vernoemd naar Jan van Grinsven die in op 8 juli 1985 in de slotminuut de 2-2 scoorde in de wedstrijd van FC Den Bosch tegen Roda JC.

K[bewerken]

  • Kopbal á la Beb Bakhuys - Verwijzend naar Beb Bakhuys, voor een vallende kopbal. Een goal, waarmee Beb Bakhuys beroemd is geworden in 1934.

O[bewerken]

  • Omam-Biyik - Een voetbalterm, genoemd naar de voormalige Kameroense voetballer François Omam-Biyik. Een Omam-Biyik is een doelpunt dat is gescoord middels een geweldige kopkracht, in combinatie met een hoge sprong. (herkomst 1990)

P[bewerken]

  • Panenka-penalty - Tijdens de strafschoppenserie van het EK 1976 schoot Antonin Panenka een strafschop binnen door middel van een stiftje in het midden van het doel. Het was de eerste keer dat een strafschop op deze manier werd benut.

R[bewerken]

  • Op zijn Romario's. Dominique van Dijk scoorde namens RKC Waalwijk tegen SC Heerenveen in 2006 de 1-0 op zijn Romario's. Romario was een voetballer die in de jaren negentig bij PSV furore maakte en was bekend om zijn balbeheersing en effectiviteit.
  • Remontada. Bijna onmogelijk geachte terugkomst vanuit een (grote) achterstand. In 2017 won Paris Saint-Germain met 4-0 van FC Barcelona in de achtste finales van de Champions League. De terugwedstrijd won Barcelona wonderbaarlijk met 6-1 en bekerde verder. Dit begrip wordt soms ook vertaald naar de taal van de clubs waarvan een terugkomst vereist wordt, zoals de italiaanse Rimonta toen AS Roma in 2018 in de kwartfinales tegen Barcelona terugkwam van een 4-1 achterstand en zich plaatste voor de halve finales.

S[bewerken]

  • Schwalbe - Uit het Duits overgenomen (letterlijk: zwaluw) en is zeer ingeburgerd in de Nederlandse Taal. Een schwalbe is een fopduik, ofwel theatraal laten vallen, voornamelijk binnen de lijnen van het strafschopgebied. Spelers hopen hiermee een vrije trap of een strafschop te versieren.
  • Scorebordjournalistiek - Term die werd gebruikt door Co Adriaanse in 2005, toen zijn ploeg AZ met 5-1 van Roda JC verloren had. Scorebordjournalistiek wil zeggen dat er puur en alleen naar de resultaten wordt gekeken, en niet naar de inhoud. Volgens Co Adriaanse had AZ wel een goede wedstrijd gespeeld.
  • Seedorfjes, Seedorfen of Op zijn Seedorfs - Bij de eerste twee worden meerdere spelers van een team bedoeld. Bij de laatste wordt het voor een enkele speler gezegd. Er wordt bedoeld, dat de speler een penalty op groteske wijze mist, of hoeveel spelers een penalty voor een team missen. Naar aanleiding van de gemiste penalty's van Clarence Seedorf tegen Frankrijk in 1996, Turkije in 1997 en Juventus in 2003.[2][3][4]

T[bewerken]

  • Totaalvoetbal - De typisch Nederlandse stijl van voetballen die Nederland toepaste op de WK's van 1974 en 1978. Het Nederlands voetbalelftal imponeerde hiermee de wereld en nog altijd wordt er vaak naar die periode en dat voetbal verwezen. (herkomst 1974)

Overig[bewerken]

  • Trainer-X-effect - Sommige uitdrukkingen komen op hetzelfde neer, maar veranderen in de loop der jaren van naam, of krijgen meerdere varianten. Het trainer-X-effect duidt op een opmerkelijke opleving bij de spelers van een club na het aanstellen van een nieuwe trainer, waarna ook de prestaties toenemen. Ook komt het voor dat een trainer-X-effect uitblijft. Voorbeelden van een trainer-x-effect zijn :
  1. Fritz-Korbach-effect (jaren 90)
  2. Jan-van-Staa-effect (2005-2006)

Volleybal[bewerken]

B[bewerken]

  • Bankrasmodel - Het Bankrasmodel is de naam voor de revolutionaire aanpak waarbij een groep getalenteerde volleyballers, onder bezielende leiding van de coach Arie Selinger, zich volledig inzette om het hoogst bereikbare in hun sport te bereiken. De selectie voor het Nederlands volleybalteam speelde niet in de nationale competitie, maar trainde uitsluitend voor internationale wedstrijden. De aanpak resulteerde in het behalen van olympisch zilver in Barcelona 1992 en goud in Atlanta 1996.

Wielrennen[bewerken]

H[bewerken]

T[bewerken]


Termen en uitspraken door sporters en/of coaches[bewerken]

  • Ajax-systeem - Het Ajax-systeem stamt uit het verleden en doelt op de formatie die Ajax in het veld inneemt en tot uitvoering probeert te brengen. Wanneer een trainer van Ajax de besprekingen met de spelers en/of de media voert, spreekt hij niet over een spits, maar over "de 9", voor een schaduwspits wordt "de 10" gebruikt. Louis van Gaal was de trainer die deze benummeringen het meest gebruikte en deze zelfs gebruikte bij de andere clubs waar hij trainer was.

Zie ook[bewerken]

Voetnoten[bewerken]