Maarten Boudry

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Maarten Boudry
Maarten Boudry
Persoonsgegevens
Geboren 15 augustus 1984
Land Vlag van België België
Functie Filosoof
Oriënterende gegevens
Discipline Wetenschapsfilosofie, epistemologie, bestudeert pseudowetenschap
Stroming Wetenschappelijk scepticisme
Levensbeschouwing Geen (atheïst)[1]
Website
Portaal  Portaalicoon   Filosofie
Vista-kmixdocked.png De stem van Maarten Boudry
Opgenomen juni 2015 (download·info)

Maarten Boudry (Moorslede, 15 augustus 1984) is een Vlaams filosoof en scepticus. Hij was van 2006 tot begin 2018 werkzaam als wetenschappelijk onderzoeker van de vakgroep Wijsbegeerte en Moraalwetenschap aan de Universiteit Gent.[2][3] Eind 2019 werd hij daar voor 4 jaar aangesteld als leerstoelhouder, al was er controverse over de gevolgde procedure.[4] Hij was ook kernlid van de onafhankelijke liberale denktank Liberales.

Academische achtergrond[bewerken | brontekst bewerken]

In 2002 startte Boudry aan de Universiteit Gent met de studie filosofie waar hij in 2006 cum laude afstudeerde. Tussen 2007 en 2011 deed hij wetenschappelijk onderzoek aan de Universiteit Gent (Logic, History and Philosophy of Science) middels een onderzoeksbeurs van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) in Vlaanderen. Na het behalen van zijn doctoraat werd hij in 2011 als postdoc (research fellow) aangesteld bij de Universiteit Gent, wederom middels fondsen van het FWO. In 2013 was hij tevens een half jaar postdoc bij het Konrad Lorenz Instituut in Wenen, alwaar hij zich bezighield met irrationaliteit vanuit evolutionair en epistemologisch oogpunt. Boudry heeft verschillende buitenlandse studiebezoeken volbracht. Daarnaast is hij regelmatig spreker op internationale conferenties en geeft hij gastcolleges aan academische instellingen.

Boudry is lid van een aantal wetenschappelijk georiënteerde organisaties: Society for the Scientific Study of Religion (SSSR),[5] het Center for Inquiry[6] en het Imperfect Cognition research network van het Epistemic Innocence-project.[7] Hij is ook een van de initiatiefnemers van Het Denkgelag,[8] dat sceptische conferenties in Vlaanderen organiseert. Hij was lid van de Vlaamse sceptische organisatie SKEPP.[9][10]

Diverse debatten[bewerken | brontekst bewerken]

Herhaling Sokal-affaire[bewerken | brontekst bewerken]

In 2011 herhaalde Maarten Boudry de Sokal-affaire. De oorspronkelijke hoax uit 1996 van Alan Sokal, hoogleraar in de natuurkunde aan de New York University, was bedoeld om te testen of postmodernisten zin en onzin wel konden onderscheiden als de tekst overeen leek te komen met wat zij al vonden. Hij stuurde een nepartikel, doorspekt met onzinnige redeneringen en pseudowetenschappelijk jargon, naar het Amerikaans academisch tijdschrift Social Text, die het publiceerde. De daaropvolgende onthulling bracht een storm van kritiek jegens het postmodernisme teweeg.[11]
Boudry wilde christelijke filosofen op dezelfde wijze op de proef stellen en schreef een volstrekt onzinnige abstract, vol met theologisch jargon, onder de titel "The Paradoxes of Darwinian Disorder. Towards an Ontological Reaffirmation of Order and Transcendence".[12] Het bevatte zinnen als ‘In het darwiniaanse perspectief is orde niet immanent aanwezig in de werkelijkheid, maar een zichzelf bevestigend aspect van de werkelijkheid, in zoverre dat het wordt ervaren door gesitueerde subjecten'.[11] Onder het anagram-pseudoniem Robert A. Maundy van het fictieve College of the Holy Cross te Reno in Nevada stuurde hij het aan de organisatie van het Christelijk Filosofisch Congres "The Future of Creation Order" van de Vrije Universiteit Amsterdam en het Centre of Theology and Philosophy aan de Universiteit van Nottingham, waar het door beide universiteiten zonder reserve aanvaard werd.[12][13] De hoax, die Boudry half 2012 onthulde op Facebook maar pas eind september 2012 algemeen bekend werd toen Amerikaans wetenschapper Jerry Coyne erover blogde,[13][14] kreeg aandacht in een aantal Nederlandse protestants-christelijke kranten zoals het Reformatorisch Dagblad, Trouw en het Nederlands Dagblad.[1][15][16][17]

Over de reden achter deze hoax zei hij zelf in een interview met Filosofie Magazine het volgende:

...In de eerste plaats was dit voor mij een satirische schelmenstreek, een vingeroefening in grammaticaal correcte onzin, doorspekt met holle frasen en theologisch jargon. In dat opzicht lijk ik wel geslaagd, want de tekst was geloofwaardig genoeg voor twee theologische annex godsdienstwijsgerige congressen: het congres aan de VU dus, en de conferentie ‘What is life’, georganiseerd door het Centre of Theology and Philosophy van Nottingham University

— Maarten Boudry[13]

Niemand ontdekte dat "Robert A. Maundy" en het "College of the Holy Cross" niet bestonden. Gerrit Glas, destijds voorzitter van het Congres, vond de tekst "bevreemdend" en zei dat men lang geaarzeld had, maar "Maundy" toch het voordeel van de twijfel had gegeven.[1] Glas gaf toe dat hij kritischer had moeten zijn[11] en verdedigde zich dat 'procesfilosofische, negatief theologische of postmoderne teksten wel vaker ondoordringbaar zijn'.[1][18] Godsdienstfilosoof Taede Smedes van de Radboud Universiteit Nijmegen vond Boudry's actie een academicus onwaardig, maar vond het tevens verbijsterend dat de Congresorganisatie de tekst doorliet: "Wie ook maar eventjes de moeite neemt om de eerste zinnen van Boudry/Maundry’s [sic] abstract tot zich te laten doordringen (als dat al mogelijk is), die zal direct merken dat het onbegrijpelijke onzin is."[17]

Scepticisme[bewerken | brontekst bewerken]

Boudry modereert een debat tussen Pigliucci, Dennett en Krauss (Het Denkgelag 2013).

Maarten Boudry is vooral bekend om zijn scepticisme en kritische houding tegenover pseudowetenschap. Als wetenschapsfilosoof richt hij zich met name op de studie van de pseudowetenschap in al haar vormen en voorkomens. Hij bestudeert de feilbaarheid van het menselijk redeneervermogen die aan de basis zou liggen van pseudowetenschap en irrationaliteit. Boudry typeert pseudowetenschap als "een imitatie van echte wetenschap". In zijn proefschrift genaamd De naakte Keizers van de Psychoanalyse legt hij uit waarom hij de psychoanalyse schaart onder de categorie pseudowetenschap en welke immunisatiestrategieën deze stroming in de loop der jaren heeft ontwikkeld om kritiek te weerstaan. Samen met de filosoof Johan Braeckman schreef hij De ongelovige Thomas heeft een punt, waarin ze argumenten bieden tegen para- en pseudowetenschap, blind geloof, wensdenken, astrologie, irrationaliteit, telekinese en aardstralen, want deze opvattingen zijn volgens hen gebaseerd op drogredenen. De titel verwijst naar de houding van de apostel Thomas die niet geloofde dat Jezus uit de dood was herrezen. In een interview zei hij dat het...

...ook voor filosofen interessant is om de pseudowetenschap van naderbij te bekijken omdat het ons ook iets leert over het verschil tussen goede en pseudowetenschap en dus indirect ook iets over hoe wetenschap werkt

— Maarten Boudry[8]

Boudry levert in publicaties en debatten tevens kritiek op religie, intelligent design en theologie. In 2014 debatteerden Maarten Boudry en Herman Philipse tijdens Nationale Religiedebat met Stefan Paas en Rik Peels over de redelijkheid van het geloven in een god en de invloed op moraliteit (Boudry: "Stel nooit dat iemand almachtig is, voordat je hem hebt gezien"). Boudry heeft ook een debat aangegaan met christelijk filosoof Emanuel Rutten tijdens het Denkcafé: Bestaat God? in december 2012, waar hij het volgende zei:

Uiteraard kunnen we het bestaan van God niet uitsluiten. Maar hetzelfde kun je zeggen over het monster van Loch Ness. We kunnen bij wijze van spreken ook een ander alwetend wezen introduceren: de eenhoorn, een schrander hoefdier. Dat dier weet alles, ook dat God niet bestaat. Of misschien is God slachtoffer van een kwaadaardige demon. Hij kan zelf wel weten dat Hij bestaat, maar er kan een demon zijn die Hem heeft wijsgemaakt dat Hij de schepper van hemel en aarde is.

— Maarten Boudry[19]

Tegen links en milieubeweging[bewerken | brontekst bewerken]

Boudry is een bekend criticus van de PVDA en beweert dat ze te weinig afstand hebben genomen van hun marxistische verleden.[20] In het klimaatdebat bepleit hij het ecomodernisme[21] en zet zich sterk af tegen dat deel van de klimaatbeweging die het gebruik van "hernieuwbare energie" en economische krimp als enige toegestane oplossing zien.[22] Om die reden wordt hij soms een “klimaatontkenner light” genoemd.[23]

Boudry zelf schrijft echter dat geen weldenkend mens ontkent dat klimaatverandering door de uitstoot van CO2 als gevolg van menselijk handelen een enorm probleem is, maar dat dit niet betekent dat je de problemen van het gebruik van zon en wind als energiebron moet ontkennen, laat staan het sluiten van CO2-vrije kerncentrales en de bouw van gascentrales als klimaatneutraal moet verdedigen.[24]

Bij de Europese vluchtelingencrisis ondersteunde hij de activiteiten van toenmalig staatssecretaris Theo Francken.[25] Hij is een vocale criticus in het dekolonisatiedebat en vindt veel maatregelen die bedoeld zijn om de samenleving te dekoloniseren overdreven.[26]

Politieke correctheid[bewerken | brontekst bewerken]

Boudry verzet zich vaak tegen een "politieke correctheid," die volgens hem het academisch en nationaal debat zou beheersen.[27] Volgens Jef Verschueren is er echter in de Belgische politiek geen sprake van zo'n correctheid en betrapt hij links zelfs eerder op hypercorrecties, waarbij ze hun taalgebruik aanpassen aan rechtse partijen en zo het politieke centrum steeds meer naar rechts beweegt.[28]

Na de renovaties in het Afrikamuseum in Brussel schreef Boudry een opiniestuk, waarin hij de tendens bekritiseerde om verouderde koloniale termen te vervangen door nieuwe eufemismen.[26] Hierop kwam veel experts, waaronder antropologe Bambi Ceuppens die stelde dat de hele discussie een storm in een glas water was en meneer Boudry duidelijk niet het document, waar hij naar verwees in zijn opinie, gelezen had.[29]

Leerstoel Etienne Vermeersch[bewerken | brontekst bewerken]

In september 2019 kreeg meneer Boudry de eer om als eerste de nieuwe Etienne Vermeersch leerstoel aan de UGent de bekleden, die werd opgericht ter ere van de overleden filosoof. Vooral uit academische hoek kwam er veel kritiek op deze beslissing. Enerzijds kwam er kritiek op de aanstelling van meneer Boudry, omdat hij geen ervaring heeft in de ethiek (in het teken waarvan de leerstoel werd opgericht), zijn gebrek aan academische ervaring en dat Boudry niet maatschappijkritisch genoeg is ingesteld.[4][30]

Er kwam ook kritiek op de wijze waarop hij de stoel verkregen had. Er zouden geen alternatieve kandidaten overwogen zijn en volgens velen was er sprake van favoritisme ten opzichte van Boudry.[4] Boudry zelf reageerde op de controverse door te stellen dat hij zich zou terugtrekken als de correcte procedure niet gevolgd was.[31]

Mogelijk extreemrechts taalgebruik[bewerken | brontekst bewerken]

Boudry wordt ervan beschuldigd extreemrechtse terminologie te normaliseren. Zo ontstond er op 2019 een hevige discussie over de term 'haatbaard', die Boudry gebruikte om te verwijzen naar Mohamed Toujgani, toenmalig hoofdimam van de al Khalil moskee in Molenbeek.[32] Critici noemden deze term islamofoob en vooral gepopulariseerd door Geert Wilders.[33] Boudry reageerde hierop door te stellen dat deze kritiek niet meer was dan een ad hitlerum.[34]

Ook gebruikt Boudry regelmatig de term 'cultuurmarxisme' om te verwijzen naar een reeks politieke stromingen die een gelijkaardige structuur zouden hebben als het marxisme, maar zich toespitsen op culturele in plaats van economische ongelijkheid. Volgens critici komt deze theorie echter neer op een samenzweringstheorie, aangezien het twijfelachtige linken zou leggen tussen verscheidene politieke bewegingen en intellectuelen. Boudry stelt zelf zich te distantiëren van zo'n mogelijke samenzweringstheorie, maar stelt wel dat het 'een korrel van waarheid' bevat.'[35]

Prijzen[bewerken | brontekst bewerken]

Publicaties (selectie)[bewerken | brontekst bewerken]

Cover van Philosophy of Pseudoscience.

Maarten Boudry heeft een aantal publicaties op zijn naam staan, zowel in peer-reviewed wetenschappelijke tijdschriften als in de publiek beschikbare bronnen (kranten en tijdschriften). Daarnaast is een aantal van zijn presentaties op congressen openbaar beschikbaar.[39]

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie Maarten Boudry van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.