Purusa

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Parama Purusha)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Purusa is in de vroege Veda's de Grootste (Kosmische) Persoon en ontwikkelde zich in de Upanishads tot de geest of het bewustzijn. In de samkhya-school van Kapila met zijn dualistische karakter staat het geestelijke passieve purusa tegenover het stoffelijke actieve prakrti.

In de Rig-Veda is de purusa nog een van de scheppende krachten. In mandala 10, hymne 90, Purusha Sukta, wordt de purusa beschreven waarbij in vers 12 wordt verhaald over hoe de vier varna's (sociale klassen) uit hem worden geboren. Purusha had duizend hoofden, duizend ogen en duizend voeten en heerste over de onsterfelijkheid. Zijn mond werd de brahmaan, de krijger ontstond uit zijn armen, het volk uit zijn dijen en de dienaren uit zijn voeten. De maan werd uit zijn gedachten geboren, de zon uit zijn oog. Indra en Agni kwamen uit zijn mond en de wind werd uit zijn levensadem geboren. Uit Purusha's navel kwam het middelste gebied van de ruimte op en uit zijn hoofd ontwikkelde zich de hemel. Van zijn voeten kwam de aarde en de hemelkwartieren van zijn oor. Ook het lichaam van Viswakarma, de Al-Maker en kunstenaar van de goden, werd aan zichzelf geofferd. Wendy Doniger ziet in de ontleding van Purusha een parallel met andere Indo-Europese ontledingshymnes, zoals die van Ymir.[1]

In de samkhya-school werd purusa uiteindelijk gelijkgesteld met Atman, maar gold niet meer als overkoepelend zelf, maar als een verzameling individuen. Daarmee verdween ook de noodzaak tot een godsbegrip. Tegenover purusa stond de prakrti, een reële werkelijkheid, dit in tegenstelling tot het monisme van de Upanishads en de vedanta-school waar de werkelijkheid een illusie is, de maya.

Noten[bewerken]

  1. Doniger, W. (1981): The Rig Veda, Penguin Classics, p. 29-31, 34-36