Running mate

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Running mate is in de Verenigde Staten de aanduiding voor de kandidaat voor een tweede positie, bijvoorbeeld vicepresident, luitenant-gouverneur of viceburgemeester.

Vooral de running mates van presidenten en presidentskandidaten (die dus kandidaat zijn voor vicepresident van de Verenigde Staten) trekken veel aandacht. De running mate van voormalig president George W. Bush was tweemaal Dick Cheney. Die van zijn voorganger Bill Clinton ook tweemaal Al Gore. Beiden zijn na de gewonnen presidentsverkiezingen vicepresident geworden. Meestal wordt de vicepresident niet vervangen bij de daaropvolgende verkiezingen, zelfs als ze geen stemmentrekkers blijken te zijn (zoals in het geval van Dan Quayle, tweemaal de running mate van George H.W. Bush).

Het is nog nooit gebeurt dat de running mate een voormalig president is.[1] Gezien de vicepresident de eerste, rechtstreekse opvolger is van de president, is het niet duidelijk of een voormalig president die werd herverkozen überhaupt wel in aanmerking komt voor het vicepresidentschap omdat het Tweeëntwintigste amendement van de Grondwet van de Verenigde Staten verbiedt dat presidenten meer dan twee termijnen aan de macht zijn.

Running mates van de belangrijkste presidentskandidaten sinds 1900[bewerken | brontekst bewerken]

Verkiezingsjaar Running mate (vicepresidentskandidaat) Presidentskandidaat Herverkiezing Partij Uitslag
1900 Adlai E. Stevenson William Jennings Bryan ja Democratische Partij Verlies
1900 Theodore Roosevelt William McKinley Republikeinse Partij Winst
1904 Henry G. Davis Alton B. Parker Democratische Partij Verlies
1904 Charles Warren Fairbanks Theodore Roosevelt Republikeinse Partij Winst
1908 John Worth Kern William Jennings Bryan Democratische Partij Verlies
1908 James S. Sherman William Howard Taft Republikeinse Partij Winst
1912 Thomas Marshall Woodrow Wilson Democratische Partij Winst
1912 Nicholas Murray Butler William Howard Taft Republikeinse Partij Verlies
1912 Hiram Johnson Theodore Roosevelt PP Verlies
1916 Thomas Marshall Woodrow Wilson ja Democratische Partij Winst
1916 Charles Warren Fairbanks Charles Evans Hughes ja Republikeinse Partij Verlies
1920 Franklin D. Roosevelt James M. Cox Democratische Partij Verlies
1920 Calvin Coolidge Warren G. Harding Republikeinse Partij Winst
1924 Charles W. Bryan John W. Davis Democratische Partij Verlies
1924 Charles G. Dawes Calvin Coolidge Republikeinse Partij Winst
1924 Burton K. Wheeler Robert La Follette PP Verlies
1928 Joseph Taylor Robinson Al Smith Democratische Partij Verlies
1928 Charles Curtis Herbert Hoover Republikeinse Partij Winst
1932 John N. Garner Franklin D. Roosevelt Democratische Partij Winst
1932 Charles Curtis Herbert Hoover ja Republikeinse Partij Verlies
1936 John N. Garner Franklin D. Roosevelt ja Democratische Partij Winst
1936 Frank Knox Alf Landon Republikeinse Partij Verlies
1940 Henry A. Wallace Franklin D. Roosevelt Democratische Partij Winst
1940 Charles L. McNary Wendell Willkie Republikeinse Partij Verlies
1944 Harry S Truman Franklin D. Roosevelt Democratische Partij Winst
1944 John W. Bricker Thomas Dewey Republikeinse Partij Verlies
1948 Alben W. Barkley Harry S Truman Democratische Partij Winst
1948 Earl Warren Thomas Dewey Republikeinse Partij Verlies
1948 Fielding L. Wright Strom Thurmond / Verlies
1952 John Sparkman Adlai E. Stevenson II Democratische Partij Verlies
1952 Richard Nixon Dwight D. Eisenhower Republikeinse Partij Winst
1956 Estes Kefauver Adlai E. Stevenson II Democratische Partij Verlies
1956 Richard Nixon Dwight D. Eisenhower ja Republikeinse Partij Winst
1960 Lyndon B. Johnson John F. Kennedy Democratische Partij Winst
1960 Henry Cabot Lodge Richard Nixon Republikeinse Partij Verlies
1960 Strom Thurmond Harry F. Byrd Onafhankelijk Verlies
1964 Hubert Humphrey Lyndon B. Johnson Democratische Partij Winst
1964 William E. Miller Barry Goldwater Republikeinse Partij Verlies
1968 Edmund Muskie Hubert Humphrey Democratische Partij Verlies
1968 Spiro Agnew Richard Nixon Republikeinse Partij Winst
1968 Curtis LeMay George Wallace AIP Verlies
1972 Sargent Shriver George McGovern Democratische Partij Verlies
1972 Spiro Agnew Richard Nixon ja Republikeinse Partij Winst
1976 Walter Mondale Jimmy Carter Democratische Partij Winst
1976 Bob Dole Gerald Ford Republikeinse Partij Verlies
1980 Walter Mondale Jimmy Carter ja Democratische Partij Verlies
1980 George H.W. Bush Ronald Reagan Republikeinse Partij Winst
1984 Geraldine Ferraro[2] Walter Mondale Democratische Partij Verlies
1984 George H.W. Bush Ronald Reagan ja Republikeinse Partij Winst
1988 Lloyd Bentsen Michael Dukakis Democratische Partij Verlies
1988 Dan Quayle George H.W. Bush Republikeinse Partij Winst
1992 Al Gore Bill Clinton Democratische Partij Winst
1992 Dan Quayle George H.W. Bush ja Republikeinse Partij Verlies
1992 James Stockdale Ross Perot Onafhankelijk Verlies
1996 Al Gore Bill Clinton ja Democratische Partij Winst
1996 Jack Kemp Bob Dole Republikeinse Partij Verlies
2000 Joe Lieberman Al Gore Democratische Partij Verlies
2000 Dick Cheney George W. Bush Republikeinse Partij Winst
2004 John Edwards John Kerry Democratische Partij Verlies
2004 Dick Cheney George W. Bush ja Republikeinse Partij Winst
2008 Joe Biden Barack Obama Democratische Partij Winst
2008 Sarah Palin[3] John McCain Republikeinse Partij Verlies
2012 Joe Biden Barack Obama ja Democratische Partij Winst
2012 Paul Ryan Mitt Romney Republikeinse Partij Verlies
2016 Tim Kaine Hillary Clinton Democratische Partij Verlies
2016 Mike Pence Donald Trump Republikeinse Partij Winst
2020 Kamala Harris[4] Joe Biden Democratische Partij
2020 Mike Pence Donald Trump ja Republikeinse Partij