Structuralisme (architectuur)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Burgerweeshuis in Amsterdam-Zuid, "Esthetica van het aantal", 1960 (Aldo van Eyck)
De Kasbah, experimentele woningbouw in Hengelo, 1973 (Piet Blom)
Oude Haven in Rotterdam, Kubus-huizen en drie andere projectdelen, 1985 (Piet Blom)
Centraal Beheer, kantoorgebouw in Apeldoorn, "Participatie", 1972 (Herman Hertzberger)
De Drie Hoven, bejaardentehuis in Amsterdam-Slotervaart, megastructuur 1974 (Herman Hertzberger)
Diagoon-huizen in Delft, 1971. Grondstructuur voor participatie (Herman Hertzberger)
Participatie van de bewoners: interieur, gevel en omgeving.

Het structuralisme in de Nederlandse architectuur en stedenbouw is een stroming die zich kenmerkt door gebouwen met een geometrische structuur samengesteld uit vaak kleine eenheden die gerelateerd zijn aan de menselijke maat. - Het begin van het structuralisme ligt in het midden van de 20ste eeuw en was een reactie op het CIAM-functionalisme (rationalisme),[1] dat geleid heeft tot een stedenbouw zonder identiteit van de bewoners en de gebouwde omgeving. De nieuwe stroming hoorde bij de avant-garde, terwijl de algemene stedenbouw zich tot in de 1970'er jaren volgens de oude CIAM-principes verder ontwikkelde. - Structuralisme in het algemeen is een denktrant in de 20ste eeuw, die op verschillende plaatsen, in verschillende tijden en in verschillende vakgebieden is ontstaan. Het is onder andere te vinden in de linguïstiek, antropologie, filosofie, kunst en architectuur. Een definitie, die voor al deze vakgebieden bruikbaar is, is aan het begin van het Engelstalige artikel als volgt geformuleerd:

"Structuralisme is een theoretisch paradigma met het grondprincipe, dat elementen van de menselijke cultuur in relatie staan tot een overkoepelend systeem of een structuur."

Verder is een citaat van de filosoof Simon Blackburn opgenomen: "Het structuralisme gaat ervan uit dat de verschijnselen van het menselijk leven niet begrijpelijk zijn zonder hun onderlinge relaties. Deze relaties vormen een structuur, en achter iedere lokale variatie van verschijnselen zijn er constante wetten van een abstracte cultuur."

Ontstaan - Team Ten (Team 10)[bewerken]

In de internationale vakwereld wordt het jaar 1959 als begin van de architectuurstroming structuralisme gezien.[2][3][4][5] Maar het begrip structuralisme verscheen in de vakliteratuur pas 1969, in een Nederlandse architectuurtijdschrift.[6] In de 1960'er jaren werd de nieuwe stroming met andere termen omschreven. In Nederland werd bij voorbeeld over "Forum-architectuur" of over het "Configuratieve ontwerpen" gesproken.

De nieuwe stroming is opgekomen in de internationale architectenvereniging CIAM (Congrès Internationaux d'Architecture Moderne) na de Tweede Wereldoorlog. Van 1928-59 was de CIAM een invloedrijk discussieforum voor vragen over architectuur en stedenbouw. In deze vereniging waren verschillende groepen actief met soms tegenstrijdige opvattingen: aanhangers van een wetenschappelijke architectuur zonder esthetische premissen (rationalisten), aanhangers van een architectuur als bouwkunst (Le Corbusier), aanhangers van hoog- of laagbouw (Ernst May), aanhangers van vernieuwing na de Tweede Wereldoorlog (Team Ten), aanhangers van de oude garde enz.

Het waren enkele leden van de kleine internationale groep Team Ten,[7] die de basis legden voor het structuralisme. De grote invloed van deze groep werd later aangeduid door Herman Hertzberger, een van de toonaangevende structuralisten van de tweede generatie. Hij omschreef de uitwerking van zijn leerschool met de volgende zin: "Ik ben een product van het Team Ten."[7] Het Team Ten als avantgarde groep was actief van 1953 tot 1981, waarbij twee verschillende architectuurstromingen uit deze groep voortkwamen. Aan de ene kant was dat het New Brutalism van de Engelse leden (Alison and Peter Smithson) en aan de andere kant het Structuralisme van de Nederlandse leden (Aldo van Eyck en Jaap Bakema).[7]

Ook van buiten het Team Ten kwamen belangrijke impulsen voor het structuralisme zoals van Louis Kahn in Amerika, Kenzo Tange in Japan of van de Nederlander John Habraken met zijn theorie over de gebruikersparticipatie. Bij het realiseren van participatieprojecten leverden Herman Hertzberger en Lucien Kroll belangrijke architectonische bijdragen. In deze samenhang gebruikte Herman Hertzberger het volgende statement: "Structuralisme gaat over het onderscheid tussen een kader of structuur met een lange levenscyclus en een invulling met een minder lange cyclus."[8]

De Japanse architect Kenzo Tange ontwierp in 1960 het bekende Tokyo-Bay-Plan. Later vertelde hij over het ontstaan van dit project: "Het was geloof ik rond 1959 of in het begin van de jaren zestig dat ik begon na te denken over wat ik later structuralisme zou gaan noemen."[9] Verder schreef Tange het artikel "Functie, structuur en symbool, 1966", waarin hij de overgang van het functionalistische naar het structuralistische denken uitlegt. Voor Tange stond de tijd van 1920-60 onder het teken van het functionalisme en de tijd van 1960- onder het teken van het structuralisme.[9]

Van Le Corbusier bestaan verschillende vroege projecten en gebouwde prototypen voor het structuralisme, sommigen zelfs uit de 1920'er jaren. Ondanks het feit, dat de leden van het Team Ten bepaalde aspecten in het werk van Le Corbusier bekritiseerden in de 1950'er jaren (stedenbouwkundig grondconcept zonder "Sense of Place", donkere binnenstraten van de Unité), zo zagen ze hem toch als groot voorbeeld van een creatieve architectenpersoonlijkheid.

Manifest[bewerken]

Een van de meest spraakmakende manifesten voor de structuralistische beweging werd samengesteld door Aldo van Eyck in het tijdschrift Forum 7/1959.[10] Het was tegelijkertijd het programma voor het congres van CIAM in Otterlo in 1959.

De kern van het manifest is een frontale aanval op de Nederlandse vertegenwoordigers van het CIAM-rationalisme, die grotendeels verantwoordelijk waren voor de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog (uit tactische redenen werden de namen Van Tijen, Van Eesteren, Merkelbach e.a. niet genoemd). Het manifest bestaat uit vele statements en voorbeelden voor een meer humane stedenbouw.

Otterlo-congres, deelnemers[bewerken]

Enkele presentaties en discussies van het Otterlo-congres in 1959[2] worden gezien als het begin van het structuralisme in de architectuur en stedenbouw. Deze presentaties hadden een internationale invloed. In het boek van Oscar Newman met de titel CIAM '59 in Otterlo zijn de 43 deelnemende architecten genoemd:

L. Miquel, Alger / Aldo van Eyck, Amsterdam / José A. Coderch, Barcelona / Wendell H. Lovett, Bellevue-Washington / Werner Rausch, Berlin / W. van der Meeren, Bruxelles / Ch. Polonyi, Budapest / M. Siegler, Genf / P. Waltenspuhl, Genf / Hubert Hoffmann, Graz / Chr. Fahrenholz, Hamburg / Alison Smithson, London / Peter Smithson, London / Giancarlo de Carlo, Milano / Ignazio Gardella, Milano / Vico Magistretti, Milano / Ernesto Rogers, Milano / Blanche Lemco van Ginkel, Montreal / Daniel van Ginkel, Montreal / Callebout, Nieuport / Geir Grung, Oslo / A. Korsmo, Oslo / Georges Candilis, Paris / Alexis Josic, Paris / André Wogenscky, Paris / Shadrach Woods, Paris / Louis Kahn, Philadelphia / Viana de Lima, Porto / F. Tavora, Porto / Jacob B. Bakema, Rotterdam / Herman Haan, Rotterdam / J.M. Stokla, Rotterdam / John Voelcker, Staplehurst / Ralph Erskine, Stockholm / Kenzo Tange, Tokyo / T. Moe, Trondheim / Oskar Hansen, Warszawa / Zofia Hansen, Warszawa / Jerzy Soltan, Warszawa / Fred Freyler, Wien / Eduard F. Sekler, Wien / Radovan Niksic, Zagreb / Alfred Roth, Zürich

Uitgangspunten[bewerken]

In visueel opzicht kent het structuralisme twee verschillende verschijningsvormen, die soms in combinatie optreden. Aan de ene kant is er de esthetica van het aantal,[10] die Aldo van Eyck in het tijdschrift Forum 7/1959 formuleerde. Deze verschijningsvorm is vergelijkbaar met celstructuren. De "esthetica van het aantal" wordt ook "configuratieve architectuur" of "architectuur van de configuraties" genoemd.[11]

Aan de andere kant is er de architectuur van de montere veelvormigheid (structuur en toeval),[12] die John Habraken in 1961 introduceerde. Deze tweede verschijningsvorm is het resultaat van de gebruikersparticipatie. Bij de "architectuur van de montere veelvormigheid" wordt ook over "pluralistische architectuur", "twee-componenten-bouwwijze" of "open structures" gesproken. - Veel bekende utopische projecten uit de 1960'er jaren zijn eveneens gebaseerd op het principe "structuur en toeval".[13]

Yamanashi Cultuur Instituut in Kofu. Prototype van een interpreteerbare, aanpasbare en uitbreidbare architectuur, 1967 (Kenzo Tange)

De volgende aspecten hebben minder betrekking tot de visuele kant van de architectuur en worden vaak als ideologische uitgangspunten omschreven:

  • Gebouwde structuren als contravorm van de sociale structuren volgens het Team Ten, dat zich "Werkgroep voor het onderzoek naar de relaties tussen sociale en gebouwde structuren" noemde.[6,9,11]
  • Archetypisch gedrag van de mensen als uitgangspunt voor de architectuur (vgl. Antropologie, Claude Lévi-Strauss). In tegenstelling tot deze opvatting geloofden de rationalisten, die door bepaalde groepen van de Russische avant-garde beïnvloed waren, dat de mens en de maatschappij maakbaar en te manipuleren zouden zijn.
  • Samenhang, groei en verandering op alle niveaus van de stedenbouw. Geleding van de bouwmassa. Stedenbouwkundig grondconcept met het principe Sense of Place. Herkenningstekens in de stedenbouw.
  • Polyvalente vorm en individuele interpretatie (vgl. Langue et Parole, Ferdinand de Saussure). Gebruikersparticipatie. Integratie van professionele en alledaagse bouwcultuur met als resultaat de pluralistische architectuur.

Het principe "structuur en toeval" is tot nu toe actueel gebleven, zowel in de architectuur van de woningbouw als ook bij de stedenbouw. Voorbeelden voor de pluralistische woningbouw waren: de perspectieftekening van het project "Fort l'Empereur" in Algiers van Le Corbusier (1934) en de isometrietekening van de veranderbare woonwijk "Diagoon" in Delft van Herman Hertzberger (1971). Bekende projecten op het niveau van de stad waren: het Tokyo-Bay-Plan van Kenzo Tange (1960) en de fascinerende maquettefoto's van de Vrije Universiteit Berlijn van Candilis Josic & Woods (1963-73). Verder zijn de utopieprojecten van onder andere Archigram en Yona Friedman te noemen. In het algemeen wordt bij de stedenbouw met de volgende structuurmiddelen gewerkt: verkeerslijnen (onder andere gridironplannen), symmetrieën, pleinen, opvallende gebouwen, rivieren, zeeoevers, groenzones, heuvels enz. Dit is ook bij vroegere stadsstructuren het geval.

Bij het principe "esthetica van het aantal" is gebleken, dat het voor de structurering en geleding van een hele stad minder bruikbaar is. Maar zowel in de architectuur als ook bij woonwijken zijn voorbeeldig gelede gebouwen en configuraties ontstaan. De eerste invloedrijke illustraties voor deze richting leverde Aldo van Eyck met luchtfoto's van zijn weeshuis in Amsterdam (1961). Het weeshuis en de latere configuratie bij het ruimtevaartcentrum Estec in Noordwijk (1989) horen bij de mooiste "ikonen" van het structuralisme.[10]

Woonwijken, gebouwen en projecten[bewerken]

Kimbell Art Museum in Fort Worth, 1972 (Louis Kahn)
  • Atelier 5: Woonwijk Halen bij Bern, 1961
  • Jaap Bakema e.a.: Woonwijken bij Rotterdam, Pendrecht project 1949, Alexanderpolder projecten 1953 en 1956
  • Piet Blom: Woningbouw Kasbah Hengelo, 1973 / Stadsgebied Oude Haven Rotterdam, 1985
  • Candilis Josic & Woods: Vrije Universiteit Berlijn, 1963-73
  • Giancarlo De Carlo: Studentenhuisvesting Collegio del Colle Urbino, 1966
  • Adriaan Geuze e.a.: Woonwijk Borneo-Sporenburg Scheepstimmermanstraat Amsterdam, 2000 (participatie)
  • Herman Hertzberger: Kantoorgebouw Centraal Beheer Apeldoorn, 1972 (participatie interieur) / Woningbouw Diagoon Delft, 1971 (participatie)
  • Louis Kahn: Joods Gemeentecentrum Trenton, project 1954 / Kimbell-Art-Museum Fort Worth, 1972
  • Lucien Kroll: Studentencentrum St. Lambrechts-Woluwe Brussel, 1976 (participatie)
  • Le Corbusier: Perspectieftekening woonwijk "Fort l'Empereur" Algiers, project 1934 (participatie) / Weekendhuis Parijs, 1935
  • Moshe Safdie: Woonwijk "Habitat 67", Wereldtentoonstelling van Montreal, 1967
  • Alison and Peter Smithson: Woonwijk "Golden Lane" Londen, project 1952 / "Hierarchy of Association", schema stedenbouw 1953
  • Kenzo Tange: Tokyo-Bay-Plan, project 1960 / Yamanashi Cultuur Instituut in Kofu, 1967
  • Aldo van Eyck: Burgerweeshuis Amsterdam, 1960 / Ruimtevaartcentrum ESTEC, restaurant congreszalen bibliotheek, Noordwijk, 1989
  • Jan Verhoeven e.a.: Woonwijk in Berkel-Rodenrijs, 1973
  • Stefan Wewerka: Woonwijk "Ruhwald" Berlijn, project 1965
  • David Zuiderhoek en Henk Klunder: Woonwijk 'Europarkstad Leusden', 1970.

Verdere configuraties in architectuur en stedenbouw[bewerken]

Historische steden – Overkoepelende stadsstructuren[bewerken]