Tibetaanse geneeskunde

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Tibetaanse geneeskunde
Medicijnboeddha
Medicijnboeddha
Tibetaans བོད་སྨན
Wylie bod sman
Andere benamingen gSowa Rigpa
Portaal  Portaalicoon   Tibet

De Tibetaanse geneeskunde is een alternatief geneeswijzesysteem dat als basis de Indiase ayurveda heeft. De ziekteleer en in het bijzonder de voorstelling, dat de belangrijkste oorzaken van ziekte terug te voeren zijn op drie vergiften van de menselijke geest (begeerte, aversie en onwetendheid), rusten op de leer van Gautama Boeddha.

In de westerse geneeskunde wordt ziekte en genezing vanuit een geheel andere wijze van diagnose en therapie benaderd. Zo is deze gebaseerd op wetenschappelijk bewijs, terwijl de Tibetaanse geneeskunde wordt onderbouwd met de boeddhistische filosofie. De werking en mechanismen van de Tibetaanse geneeskunde zijn begin 21e eeuw voor een deel niet wetenschappelijk bewezen of onderzocht. De werking van verschillende geneeskrachtige kruiden heeft wel een wetenschappelijke basis gekregen en de farmaceutische industrie heeft er haar voordeel mee gedaan.

De Tibetaanse geneeskunde wordt niet alleen in de huidige Chinese provincie Tibet toegepast, maar ook in bijvoorbeeld de aangrenzende provincies Sichuan, Qinghai, Gansu, Yunnan, de Indiase deelstaten Ladakh en Sikkim en de buurlanden Bhutan en Nepal. Na de Tibetaanse diaspora in de jaren '50 van de 20e eeuw breidde de toepassing van de Tibetaanse geneeskunde zich uit over de wereld, in het bijzonder over India, Europa en de Noord-Amerika.

Geschiedenis[bewerken]

Zes gebruikelijke kruiden in de Tibetaanse geneeskunde

In Tibet bestond al rond 1000 v.Chr. een magische geneeswijze die voortkwam uit oude sjamanistische tradities. In de voor-boeddhistische periode in de eerste helft van het 1e millennium kende Tibet een naam op het gebied van geneeskrachtige kruiden waarvan de kwaliteit werd genoemd in vroege farmacologische teksten in het antieke China.

In de 7e eeuw kwam in Tibet een meer systematische geneeskunde van de grond. In deze tijd was er een levendige uitwisseling van culturen in het Tibet, Tang-China, India, Nepal, Perzië en de oasesteden van Centraal-Azië.

De ontwikkeling van ayurveda, dat de basis vormt van de huidige Tibetaanse geneeskunde, gaat duizenden jaren terug en werd aanvankelijk mondeling aan volgende generaties doorgegeven. Sinds de Vedische tijd (rond 1500-1000 v.Chr.) zijn gedetailleerde geschriften van de ayurveda overgeleverd.

Intrede van het boeddhisme[bewerken]

De grootste invloed op de Tibetaanse cultuur werd de intrede van het boeddhisme. Missionarissen kwamen uit India, China en Centraal-Azië en met het boeddhisme kwam ook de nauw daarmee verbonden ayurveda mee naar Tibet.

In de geschiedenis van Tibet had het Chinees Keizerrijk meermaals eeuwenlang een invloedrijke rol, wat ook tot uitdrukking kwam in een vruchtbare uitruil van cultuur en wetenschap. Hierdoor kent de Tibetaanse geneeskunde eveneens sterke invloeden van de traditionele Chinese geneeskunde. Vooral de toepassing van de polsdiagnose en de Tibetaanse astrologie vallen in grote mate terug op de invloeden vanuit China. Niettemin zijn beide geneessystemen fundamenteel verschillend van elkaar. Terwijl bijvoorbeeld de geesteshistorische fundamenten van de Chinese geneeskunst wortelen in het taoïsme en het confucianisme, stoelt het Tibetaanse systeem op de uit India stammende boeddhistische filosofie en op de ayurveda, die in Tibet een eigen vorm kreeg.

Een overeenkomst tussen de beide medische systemen met spirituele grondslag is de zorgvuldige opleiding van artsen die in Tibet niet alleen een grondige medische opleiding kregen, maar eveneens op geestelijk-spiritueel vlak werden opgeleid om tegemoet te komen aan het geestelijk welzijn van patiënten. Een andere overeenkomst tussen beide systemen is de zorgzame gemoeds- en geestelijke zorg voor de patiënt en de sociaal-medische dimensie.

Standaardwerken[bewerken]

Oude poster in de Tibetaanse geneeskunde

De standaardwerken van de Tibetaanse geneeskunde zijn de vier medische tantra's (Ghvü Shi) die vanuit India naar Tibet kwamen. Zijn dertiende opvolger, Yutog Sarma Yönten Gönpo (geboren 1126) voltooide zijn werk.

Als grondlegger van de Tibetaanse geneeskunst wordt Yutog Yönten Gönpo gezien die het standaardwerk Vier wortels schreef in de 12e eeuw en daarin de verschillende buitenlandse invloeden samenbracht tot een samenhangend geheel. Dit werk is ook aan begin 21e eeuw nog het belangrijkste werk voor Tibetaanse medische studie.

Belangrijk in de ontwikkeling van de Tibetaanse geneeskunde was onder meer Sanggye Gyatso, een van de eerste regenten in historisch Tibet tijdens en na de regering van de vijfde dalai lama. Hij was oprichter van de School voor Geneeskunst en Astrologie op de heuvel Chogpori (ook wel IJzerberg) in 1694 en schreef de verhandeling Blauwe beril.

Grondslagen[bewerken]

De grondslagen van de Tibetaanse geneeskunde gaan terug naar de Indiase geneeskunde ayurveda, aldaar ook wel de wetenschap van lang leven genoemd. Sinds de intrede van het boeddhisme in Tibet in de tweede helft van het 1e millennium kwam ook de ayurvedische geneeskunde naar Tibet.

De aanmerkelijke invloed van het boeddhisme gaat terug naar Gautama Boeddha zelf, die de hoogste waarheid als een geneeskundige analogie inkleedde. In zijn tijd was hij bekend als de Grote arts. In het vroege Indische boeddhisme werd Boeddha ook wel Bhaishajyaraja (koning van de genezers) genoemd. Zijn gehele leer draait om de vraag, hoe het lijden verhinderd dan wel overwonnen wordt. De geneeskunst die Boeddha voorschrijft om het lijden en de verblinding te overwinnen, is zijn leer van de Dharma.

Dosha[bewerken]

De basiseigenschappen van het lichaam in de Tibetaanse geneeskunde zijn de dosha's, dat vertaald fouten, vlekken of onbalans betekent. Tot de dosha's worden elke fout gecreeert door een verstoring van de balans/levensritme dat prana wordt genoemd. Prana ontstaat door de samenkomst van Shiva ((=yang) en Parvati (=yin). Een samenkomst van een ongelijke hoeveelheid van deze twee veroorzaakt onbalans.

Er wordt gerekend dat iemand die zich niet in de normtoestand bevindt, het lichaam schade berokkent. Tegengesteld is iemand die in harmonie leeft, gezond. Wanneer deze lichaamsprincipes zich in een toestand van een tekort of overvloed bevinden, dan storen ze elkaar en is volgens de filosofie ziekte het gevolg.

Elk van de lichaamsenergieën treedt in vijf verschillende vormen met verschillende functies en lokalisaties op. Er is een gedifferentieerd systeem van lichaamskanalen, waarin de verschillende vormen van energie en vloeibare stoffen getransporteerd worden, wat de Tibetaanse geneeskunde een complex geneessysteem maakt met een overeenkomstige diagnostiek.

De drie dosha's zijn actieve verdichtingen van de vijf grote elementen: metaal, hout, water, vuur en aarde. Belangrijk in de filosofie is het harmonische evenwicht tussen de elementen, waarbij wordt uitgegaan dat het met voeding in balans blijft. Ze hebben als taak deze elementen in de microkosmos van het lichaam te beïnvloeden:

Wind - energie van beweging
Rlung, Sanskriet: vayu, vatta, staat voor het bewegelijke element van in lichaam en geest en is bij alle fysiologische processen betrokken die naar hun aard dynamisch zijn. Rlung is de drijvende kracht achter de vegetatieve functies ademhaling, hartslag en peristaltiek. Rlung staat echter ook voor zintuiglijke waarneming en psychische activiteit.
Gal - vuur van het leven
Mkhrispa of tripa, Sanskriet: pitta, staat voor de verschillende soorten van warmte in het lichaam en neemt aan de stofwisseling deel, in het bijzonder aan de spijsvertering, en wordt met het koken van voeding vergeleken.
Slijm - het vloeibare element
Badkan, Sanskriet: Kapha staat voor alle factoren van vloeibaarheid in het lichaam en vervult functies van mechanische natuur: cohesie, ondersteuning, smering, enz.

Vier nobele waarheden[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Vier nobele waarheden voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In het boeddhisme wordt gesproken van vier nobele waarheden:

  1. De eerste nobele waarheid is de waarheid van het lijden, het feit, dan geluk voortdurend daar naartoe verdwijnt. geboorte, ouderdom, ziekte en dood is lijden. Alles dat we hebben is aan de onbestendigheid onderworpen.
  2. De tweede nobele waarheid toont de oorzaak, ook wel de drie giffen van onophoudelijke lijden:
    • Hechting, begeerte en verlangen
    • Woede, haat en agressie
    • Onwetendheid en verblinding
  3. Het subject-objectdualisme of het vasthouden aan de voorstelling van een duurzaam, vooral gescheiden bestaande Ich (ti-mug) is de basisverblinding, waar alle andere uit voortkomen. Volgens de boeddhistische filosofie, psychologie en oosterse geneeskunde is het vasthouden aan het Ego de oorzaak van alle lijden en ziektes.
  4. De derde nobele waarheid gaat over het eindigen van het lijden, door wortel van het lijden eruit te trekken door middel van de tegengiffen medeleven, meditatie en wijsheid.
  5. De vierde nobele waarheid luidt, dat er een pad is die naar het beëindigen van het lijden leidt. Het pad naar de bevrijding bestaat uit het uitoefening van vrijgevigheid, zedelijkheid, geduld, inspanning, concentratie en wijsheid.

Het boeddhistische geneessysteem gaat ervan uit, dat het leiden inherent met de mens is verbonden. Ziekte wordt niet als een vreemde grootheid gezien die het lichaam van buiten aantast, maar als een principe dat in wezen deel uitmaakt van het leven zelf.

De volgende tabel toont de geneeskundige overeenkomsten met betrekking tot de vier waarheden:

Vier nobele waarheden Westerse geneeskunde Tibetaanse geneeskunde Leer van Gautama Boeddha
1. Waarnemen van het lijden het leven het lijden
2. Oorzaak van het lijden (etiologie) uiterlijke, somatische factoren onbalans van lichaamsprincipes begeerte, haat, woede, verblinding
3. Opheffing van het lijden (therapie) eliminatie somatische oorzaken herstel innerlijk evenwicht tegengiffen: medeleven, meditatie en wijsheid
4. Pad, therapeutische werkwijze geneesmiddelen, chirurgie, radiotherapie geneesmiddelen, voeding, levenswijze het Achtvoudige Pad

Ziekteleer[bewerken]

In de vier hoofdwerken van de Tibetaanse geneeskunst is sprake van 84.000 verstoringen die in 404 ziektes worden ingedeeld. Daarvan zijn vervolgens 101 ziektes karmisch bepaald en eindigen, indien onbehandeld, met de dood. 101 ziektes stammen uit het huidige leven en kunnen met geneesmiddelen worden genezen. 101 ziektes worden door de menselijke geest veroorzaakt. 101 ziektes zijn van oppervlakkige natuur, wat wil zeggen dat ze door juist gedrag en houding worden genezen.

Ti-mug, de onwetendheid over het niet bestaan van een Ich is naar Tibetaans inzicht de belangrijkste oorzaak van alle lijden. Zolang de mens het Ich-bewustzijn bezit, draagt hij ziekte inherent met zich mee. Uit deze Ich-bewustzijn ontstaat hechting en afwijzing.

De directe uitwerking van de drie giffen (tweede nobele waarheid) leidt tot een verstoorde balans van de drie lichaamsenergieën c.q. dosha's. Hierdoor ontstaat een verbinding van het lichaamsenergetische naar het spirituele niveau: de ziekte als verstoring van de lichaamsenergie wordt overeenkomstig door het foutieve gedrag bepaald. Volgens de Tibetaanse ziekteleer wordt elke onbalans van de drie energieën door de drie giffen van de menselijke geest veroorzaakt. De geestelijke grondhouding geeft voornamelijk de doorslag over gezondheid en ziekte.

Verborgen of indirecte oorzaken Directe oorzaken
Onwetendheid, verblinding, aanname van het bestaan van een Ich (ti-mug) Slijm (badkan)
Begerigheid (Begeerte zonder hechting) (dö-chag) Wind (rlung)
Haat (toorn, agressie of nijd) (she-tang) Gal (mkhrispa)

Toepassing[bewerken]

Diagnostiek[bewerken]

De diagnostiek in de Tibetaanse geneeskunde moet via de onbalans in de drie lichaamsenergieën opheldering geven. Door middel van observatie van uiterlijke tekens bij de patiënt stelt een Tibetaans arts (amsi) een verstoring vast, waarbij de diagnose vooral gericht is op onderzoek van de pols, tong en urine. Met bevraging over de voorgeschiedenis en de toestand van het moment onderzoekt hij verder hoe het lichaam in de toestand van de ziekte terecht is gekomen en wat de ziekteveroorzakers zijn.

Het voelen van de polskwaliteit wordt in de Tibetaanse geneeskunde tot de hoogste vaardigheid verheven. Zo wordt door het voelen van de polskwaliteit conclusies getrokken over verstoringen die disharmonie hebben gebracht in de drie lichaamsprincipes. De mogelijke oorzaak van gezondheidsstoornissen wordt toegerekend aan de negatieve invloed van de menselijke geest.

Therapie[bewerken]

Tibetaans wierookstaafjes (middenste schaaltje)

Therapieën in de Tibetaanse geneeskunde hebben zowel preventief als genezend doel en richten zich in beide gevallen op herstel van de balans van binnen en van buiten. Gezondheid wordt als een toestand van optimale balans gedefinieerd. Er zijn vier methodes die dienen tot genezing.

De eerste methode richt zich op de juiste voeding die aangepast is op de tijd van de dag en het jaargetijde.

De tweede betreft de juiste houding of gedrag, gezien de belangrijkste ziekteoorzaak vanuit boeddhistisch perspectief ligt in de juiste geestelijke houding, waar begeerte, woede, haat, maar ook illusie leiden tot onbalans.

De derde therapeutische methode bestaat uit het voorschrijven van medicamenten in de vorm van kruidenpillen. Deze pillen bestaan overwegend uit plantbestanddelen. In een klein deel worden bestanddelen van dierlijke herkomst gemengd en in uitzonderingsgevallen worden mineraalsubstanties toegevoegd. Ook bestaan er zogenaamde juwelenpillen die edel- en halfedelstenen bevatten. Ook wordt Tibetaans wierook gebruikt als medicament.

De laatste methode bestaan uit een uitwendige behandeling, waartoe onder meer cupping, aderlaten, massage, rookbehandeling, moxibustie en cauterisatie worden gerekend. Om juiste tijdstippen te berekenen rondom een therapie, worden Tibetaanse astrologie en getallenmystiek ter hand genomen.

Onderscheid met westerse geneeskunde[bewerken]

De fundamenten van de westerse natuurwetenschappelijke geneeskunde zijn de scheikunde, natuurkunde, anatomie, fysiologie en de pathologie van het menselijk lichaam. Het is een somatische, ofwel lichaamsgerichte wetenschap en houdt zich bezig met bewijs- en meetwerkzaamheden van de werking van medische methoden en secundair de verklaarbaarheid ervan. De westerse geneeskunde hecht er grote waarde aan, dat behandelingsmethoden bewijsbaar werkzamer zijn dan de behandeling met een placebomiddel.

De Tibetaanse geneeskunde richt zich niet zozeer op de anatomie, de substantie van het menselijke wezen of de meet- en bewijsbare effecten van het somatische lichaam, echter veel meer op patronen, relaties en functies en het samenspel ertussen. Het organisme wordt als een zelfregelend open systeem begrepen dat met zijn omgeving in verbinding staat en er materie en informatie mee uitwisselt.

De natuurwetenschappelijke geneeskunde richt het onderzoeksveld primair op de ziekteoorzaak, het ziekteverloop en de bijdragende pathogenetische mechanismen.

De Tibetaanse geneeskunde richt zich in hoge mate op de omgeving van de zieke en de invloed die deze heeft op de zieke. Ze neemt daaruit aan, zonder dat het bestaan of de waarheid is bewezen, dat er sprake is van een onbalans in de lichaamsfuncties en -energieën die de klachten veroorzaken bij de patiënt. De belangrijkste therapie bestaat eruit de denk-, leef- en voedingswijze te veranderen, terwijl het gebruik van geneesmiddelen op de tweede plaats komt. Bovendien bestaan de medicamenten in de Tibetaanse geneeskunde altijd uit een groot aantal substanties, waardoor de neveneffecten beperkt zouden moeten blijven, aangezien elke substantie slechts in een kleine dosis toegevoegd wordt.