Tschinvali

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Tschinvali
Цхинвал
ცხინვალი
Stad in de jure Georgië Vlag van Georgië
Stad in de facto Zuid-Ossetië Vlag van Zuid-Ossetië
Tschinvali (Georgië)
Tschinvali
Situering
De jure
Regio Sjida Kartli

De facto Republiek Zuid-Ossetië
Coördinaten 42° 14′ NB, 43° 58′ OL
Algemeen
Oppervlakte 17,46 km²
Inwoners Gestegen 33.054 [1]
Hoogte 860 m
Historische
namen
Stalinir(i) (1934-1961)
Detailkaart
Tschinvali (Zuid-Ossetië)
Tschinvali
Locatie in Zuid-Ossetië
Foto's
Tskhinval.jpg
Portaal  Portaalicoon   Georgië

Tschinvali (Georgisch: ცხინვალი, Tschinvali; Ossetisch: Цхинвал, Tschinval; Russisch: Цхинвал, Tschinval) is de hoofdstad van de Georgische afscheidingsrepubliek Zuid-Ossetië met 33.054 inwoners, 58% van de Zuid-Osseetse bevolking (2022[1]). Bestuurlijk is de stad een apart hoofdstedelijk district, los van het gelijknamige rurale district Tschinvali. Het ligt op 90 kilometer ten noordwesten van de Georgische hoofdstad Tbilisi en 30 kilometer ten noorden van Gori. Voor de Georgische autoriteiten, die feitelijk geen controle hebben over de stad, ligt Tschinvali in de regio Sjida Kartli. De stad ligt op een hoogte van ongeveer 860 meter boven zeeniveau aan de Grote Liachvi, een linkerzijrivier van de Mtkvari.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Tschinvali omstreeks 1886

Volgens Georgische kronieken gaat de stichting van Tschinvali terug naar de 3e eeuw,[2] terwijl archeologische vondsten uit de bronstijd wijzen op eerdere menselijke bewoning in de directe omgeving.[3] In 1392 werd de nederzetting al als stad beschreven en kreeg het in de 15e eeuw een toponiem waar de hedendaagse naam van is afgeleid.[2] Het oud-Georgische Krtschinvali (Georgisch: ქრცხინვალი), betekent de 'plaats van de haagbeuk': rtschila (რცხილა) is het Georgische woord voor 'haagbeuk').[5]

In de 14e-16e eeuw werd Tschinvali bewoond door lijfeigenen. Van 1608 tot zijn dood in 1629 was Giorgi Saakadze de Mouravi (მოურავი, gouverneur) van Tschinvali. Hij was ook de mouravi van Tbilisi en de provincie Dvaleti en groeide uit tot de bekendste mouravi in de Georgische geschiedenis. Tegen de 18e eeuw was Tschinvali een kleine "koninklijke stad", met een prominent fort. Koning Erekle II van het koninkrijk Kartli-Kachetië zorgde voor de ontwikkeling en groei van diverse Georgische steden, waaronder Tschinvali.[7] Door de ligging aan een handelsroute door de Grote Kaukasus die Tbilisi en Gori verbond met Ratsja, Dvaleti en de Noordelijke Kaukasus, ontwikkelde Tschinvali zich geleidelijk tot een handelsstad met een gemengde Georgisch-joodse, Georgische, Armeense bevolking. In 1772 werd het door een invasie van Lezgiërs geplunderd. In 1801 werd de stad net als de rest van Kartli-Kachetië door het Russische Rijk geannexeerd, en viel het na verschillende bestuurlijke herzieningen onder het Gouvernement Tiflis. In 1886 woonden er bijna 4.000 mensen, waarvan 51% Georgische Joden, 30% Georgiërs en 19% Armeniërs.

In maart 1918 werd in Tschinvali een sessie gehouden van de in 1917 opgerichte Nationale Raad van Zuid-Ossetië, geheel bestaand uit bolsjewieken, die de oprichting van een Ossetische bestuurlijke eenheid eisten, waarna een opstand in de stad uitbrak die door de Georgische Nationale Garde werd onderdrukt. In 1920 werd door de Nationale Raad het Zuid-Osseetse Revolutionair Comité (Revkom) opgericht, die eenzijdig de autonomie van de Osseten in de Democratische Republiek Georgië uitriep met als hoofdstad Tschinvali.[8] In juni 1920 werd de stad kort ingenomen door Osseetse rebellen die met hulp uit Rusland een opstand in Dzjava waren begonnen om een Ossetisch Sovjet regime in te stellen. De Georgische strijdkrachten ontzetten de stad en verjoegen de rebellen terug naar Roki, tegen de Russische grens. Deze episode staat bij Osseten te boek als 'Osseetse genocide': er kwamen naar verluid circa 5.000 Osseten bij om.[9]

Nadat het Rode Leger in 1921 de Democratische Republiek Georgië veroverd had, werd de Zuid-Ossetische Autonome Oblast in 1922 opgericht. Tientallen Georgische dorpen en de Georgische gemeenschap in Tschinvali protesteerden tegen de voorgenomen inclusie in Zuid-Ossetië.[10] De Georgische gemeenschap in Tschinvali, die in 1921 in een grote meerderheid was, vond het onterecht dat het in de voorgenomen oblast werd getrokken. De Sovjet-autoriteiten zagen echter geen alternatief: Tschinvali was de enige plaats van formaat dat tot bestuurlijk centrum en hoofdstad van de oblast kon worden bestempeld.

In 1934 werd Tschinvali hernoemd in Stalinir (Russisch: Сталин) ter ere van Jozef Stalin,[11] om op 24 november 1961 tijdens de destalinisatie onder Sovjetleider Nikita Chroesjtsjov weer de oorspronkelijke naam terug te krijgen.[5]

Russisch-Georgische Oorlog[bewerken | brontekst bewerken]

Zie Russisch-Georgische Oorlog voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In de nacht van 7 op 8 augustus 2008 werd Tschinvali belegerd door Georgische troepen. Nadat Russische bommenwerpers tegenaanvallen deden zijn er Russische tanks de stad binnengetrokken.[12]

Demografie[bewerken | brontekst bewerken]

Begin 2022 had Tschinvali 33.054 inwoners,[1] een stijging van bijna 9% sinds de volkstelling van 2015.[13] Volgens deze census bestaat de stad voor ruim 94% uit Osseten en is 1,8% Georgisch. Andere etnische minderheden zijn Russen (1,6%), Armeniërs (1,1%) en enkele tientallen Oekraïners, Azerbeidzjanen, Tadzjieken en Pontische Grieken.[15].

Oorspronkelijk was Tschinvali een Georgisch bewoond dorp, met naast een substantiële groep Armeniërs een grote Georgisch-Joodse gemeenschap die volgens de volkstelling van 1886 een meerderheid in het dorp vormde. Pas in de 20e eeuw kwamen Osseten zich in Tschinvali vestigen,[16] wat in een versnelling raakte nadat het in 1922 tot hoofdstad van de Zuid-Ossetische Autonome Oblast werd bestempeld. In de jaren 1930 werd de Georgische gemeenschap getalsmatig ingehaald door de Osseten en werd het een minderheid. Door het Georgisch-Ossetisch conflict werd de Georgische gemeenschap feitelijk verdreven uit de stad, en is het nu een kleine minderheid in een praktisch mono-etnisch Osseetse stad.

Demografisch verloop van Tschinvali
1886 1922 1939 1959 1970 1979 1989 2009[18] 2015 2022
Aantal 3.832 Gestegen 4.543 Gestegen 13.810 Gestegen 21.641 Gestegen 30.311 Gestegen 34.791 Gestegen 42.333 Gedaald 17.000 Gestegen 30.432 Gestegen 33.054
Georgiërs 1.135 29,6% 1.436 31,6% 3.433 24,9% 4.652 21,5% 5.475 18,1% 5.584 16,1% 6.905 16,3% - 535 1,8% -
Georgische Joden 1.953 51,0% 1.651 36,3% 1.946 14,1% 33 0,1% - - 652 1,9% - - - - - -
Osseten 0 0% 613 13,5% 6.122 44,3% 12.432 57,4% 20.846 68,8% 25.319 72,8% 31.537 74,5% - 28.712 94,3% -
Armeniërs 744 19,4% 765 16,8% 826 6,0% 860 4,0% 768 2,5% 712 2,0% 734 1,7% - 339 1,1% -
Russen 0 0% 64 1,4% 1.185 8,6% 1.583 7,3% 1.180 3,9% 1.737 5,0% 1.836 4,3% - 479 1,6% -
Verantwoording data: 1886,[19] 1922,[20] 1939-1989,[21] etnische samenstelling 1970, 1979, 2002.[22] Zuid-Osseetse volkstelling 2015,[13] jaarstatistieken 2021[1]
De statistieken na 2002 namens Zuid-Ossetië worden niet door Georgië erkend.

Vervoer[bewerken | brontekst bewerken]

Wegblokkade ten zuiden van Tschinvali

Tschinvali is sinds 1986 verbonden met de Russische deelrepubliek Noord-Ossetië via de Transkaukasische hoofdweg (Transkam), de levensader van Zuid-Ossetië. Formeel is deze weg onderdeel van de Georgische 'route van internationaal belang' S10. Op de Russische grens ligt de bijna 4 kilometer lange Roki-tunnel, destijds de langste autotunnel in de Sovjet-Unie. Oorspronkelijk ging de Transkam vanaf Tschinvali in zuidwaartse richting door naar Gori, maar tussen Tschinvali en het nabijgelegen Georgisch gecontroleerde dorpje Ergneti is de weg afgesloten. Sinds de oorlog van 2008 wordt deze plek gebruikt voor conflictbemiddelingsbijeenkomsten en uitwisseling van gedetineerden waarbij internationale actoren zoals de EUMM-missie betrokken zijn.

Verder verbindt de Georgische nationale route Sh23 Tschinvali met alle belangrijke dorpen van het westelijke district Znaur / Tighvi. In oostelijke richting loopt de Sh140 die de toegangsroute was tot de Georgische dorpen in de Kleine Liachvi vallei van de gemeente Eredvi, maar die bovenal ook de verbinding is naar Achalgori (Leningor).

Tschinvali werd in 1940 per spoor verbonden vanaf Gori. Er waren al vanaf de 19e eeuw plannen voor een spoorverbinding door de Grote Kaukasus naar Rusland via een kilometers lange spoortunnel. Ondanks verschillende onderzoeken, laatstelijk in de jaren 1940, kwam deze er onder druk van de Georgische Sovjet-autoriteiten niet.[24] Tschinvali is sinds de burgeroorlog in 1991 niet meer per trein te bereiken, en het spoor tussen het laatste Georgisch gecontroleerde station in Nikozi en Tschinvali is grotendeels opgebroken. Een poging in 2004 deze verbinding te herstellen is destijds op niets uitgelopen.[25]

Stedenbanden[bewerken | brontekst bewerken]

Tschinvali heeft stedenbanden met:

Geboren in Tschinvali[bewerken | brontekst bewerken]

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Commons heeft mediabestanden in de categorie Tskhinvali.