Aaltje Noordewier-Reddingius
Aaltje Noordewier-Reddingius (Deurne, 1 september 1868 - Hilversum, 6 april 1949), telg uit een Nederlands patriciërsgeslacht, was een klassiek zangeres (sopraan). Zij huwde op 11 juli 1893 te Delft met de classicus en kunstschilder dr. Michiel Noordewier (Dordrecht 23 jan. 1868 - Hilversum 14 jan. 1942), zoon van dr. Hendrik Jan Noordewier en Anne Helder (Hilversum).
Aaltje Reddingius werd in 1868 te Deurne geboren in de hervormde pastorie aan de Helmondseweg. Zij was de dochter van de Ned. Herv. predikant Wibrandus Gerardus Reddingius en Louisa Justina Margaretha Sibinga. Behalve twee doodgeboren broertjes (Deurne, 6 juli 1867 en Deurne, 23 aug. 1872) had Aaltje nog één broer, de dichter Joannes Reddingius.
Zij volgde van 1886 tot 1890 een opleiding aan het Amsterdamsch Conservatorium, eerst bij Jean-Baptiste Charles de Pauw (piano), maar ze stapte al snel over op zang bij Johannes Messchaert. Al in 1888 debuteerde zij als liedzangeres in Hoorn en kort daarna trad ze in Utrecht op als soliste in het oratorium Paulus van Mendelssohn onder leiding van Richard Hol. Zij toerde met een vriendin en trad ook met familieleden op.
Vanaf 1893 nam haar carrière een grote vlucht in binnen- en buitenland. Vooral in het oratorium-repertoire maakten haar vertolkingen grote indruk. Zij zong vaak de Missa Solemnis en de Negende symfonie van Beethoven en de grote werken van Bach en Händel. Zij was een vaste gast tijdens de jaarlijkse uitvoeringen van de Matthäus-Passion in het Amsterdamse Concertgebouw onder Willem Mengelberg. Bij recitals werd ze begeleid door onder meer Julius Röntgen. Tot haar kennissenkring behoorden Arthur van Schendel, die zij in zijn zomerverblijf in Domburg bezocht, en Alphons Diepenbrock.
In de jaren dertig trok ze zich terug uit het concertleven, maar ze leidde nog vele zangers en zangeressen op. Een van haar laatste leerlingen was Aafje Heynis. In 1949 overleed ze in haar landhuis 'Nieuw-Deurne' te Hilversum.
Het echtpaar Noordewier-Reddingius kreeg twee zonen. De jongste, de jonggestorven Michiel (1903-1930), was fluitist in het Concertgebouworkest en trad een enkele keer met zijn moeder op. De oudste zoon, Hendrik Jan (1894-1968), emigreerde naar de Verenigde Staten, waar hij een Amerikaanse tak stichtte van het geslacht Reddingius. Leden van het geslacht Reddingius wonen ook in Nederland.
[bewerken] onderscheidingen
- Ridder in de orde van de Nederlandse Leeuw
- Officier in de orde van Oranje-Nassau
- Gouden medaille van Kunst en Wetenschap
- Huisorde van Oranje
[bewerken] Externe link
[bewerken] bronnen/te raadplegen litteratuur
- Nederland's patriciaat, één van de uitgaven van het Centraal Bureau voor de Genealogie (CBG) te Den Haag: Jaargangen 3 (1912) en 30 (1944)
- 'Onze Musici': Auteur en jaartal van uitgave onbekend. Uitgever: Nijgh & Van Ditmar's Uitgevers-maatschappij
- Hans Schouwman: Aaltje Noordewier-Reddingius en haar zangkunst. Uitgeverij Servire N. V., 1958