Alsem

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

Alsem (Artemisia) is een geslacht uit de composietenfamilie (Asteraceae).

Diversen soorten van dit geslacht komen in Nederland en België voor:

Daarnaast worden citroenkruid (Artemisia abrotanum) en dragon (Artemisia drancunculus) gekweekt.

Zomeralsem (Artemisia annua), zoete alsem of qing hao wordt in China al heel lang gebruikt, maar sinds kort wordt ze ook in de moderne geneeskunde gebruikt als bron van artemisinine, een antimalariamiddel.

De naam alsem verwijst in het bijzonder naar de absintalsem (Artemisia absinthium). Aan de knoppen van deze plant wordt vanouds een geneeskrachtige werking toegeschreven. Het bittere aftreksel van deze knoppen vormt een belangrijk bestanddeel van de dranken vermout en (klassieke) absint. De smaakstof die daarbij een rol speelt is het naar menthol ruikende terpeen Thujon.

[bewerk] Bijbel

De spreekwoordelijke bitterheid van alsem komt ter sprake in een passage uit het Bijbelboek Openbaring, (hoofdstuk 8):

"10 En de derde engel heeft gebazuind, en daar is een groote ster, brandende als een fakkel, gevallen uit den hemel, en is gevallen op het derde deel der rivieren, en op de fonteinen der wateren."
"11 En de naam der ster wordt genoemd Alsem; en het derde deel der wateren werd tot alsem; en vele mensen zijn gestorven van de wateren, want zij waren bitter geworden."

Na de kernramp van Tsjernobyl in 1986, ontstond de theorie dat deze tekst een voorspelling van die ramp was. Met name een aflevering van Michael Palins reisprogramma Pole to pole zorgde voor de verspreiding van dit verhaal. De naam Tsjernobyl zou volgens deze theorie het Oekraïense woord zijn voor de bittere soorten alsem. Dit laatste is niet helemaal juist: Tsjernobyl is het Oekraïense woord voor bijvoet, een andere soort uit het geslacht.

[bewerk] Externe link

 
Persoonlijke instellingen