Auslautverhärtung

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Auslautverhärtung (Duits), final devoicing (Engels), finale verscherping ofwel eindklankverscherping is in de fonologie het verschijnsel dat stemhebbende medeklinkers aan het einde van een woord stemloos worden.

Auslautverhärtung is een veelvoorkomend maar niet universeel proces. Het Nederlands, Limburgs en Duits kennen het verschijnsel bijvoorbeeld wel, maar het Engels en Frans niet of nauwelijks. De geschiedenis ervan binnen de West-Germaanse talen is niet geheel duidelijk. Het Oudhoogduits kende het verschijnsel oorspronkelijk niet, maar de recente vondst van de runeninscriptie van Bergakker suggereert dat het Frankisch het al heel vroeg had. Het verschijnsel is daarmee in het Nederlands erg oud. Het Fries heeft daarentegen pas recentelijk eindklankverscherping ondergaan. Andere talen waarin eindklankverscherping een belangrijke rol speelt zijn het Catalaans, Gotisch, Pools, Russisch, Bulgaars, Tsjechisch en Turks.

Inhoud


[bewerken] Nederlands

Aan de hand van het volgende voorbeeld kan het bestaan van eindklankverscherping aannemelijk worden gemaakt;

  • Het Nederlandse woord wand, dat ongeveer hetzelfde betekent als "muur", wordt uitgesproken als /wɑnt/, met een stemloze dentaal aan het eind. Het meervoud hiervan wordt echter uitgesproken als /wɑndən/, met een stemhebbende dentaal voor het meervoudssuffix /-ən/. Hiervoor zijn twee verklaringen mogelijk:
  1. Het woord is in zijn onderliggende vorm /wɑnt/. Als gevolg van regressieve assimilatie verandert de stemloze coda van de stam voor het suffix /-ən/ in een stemhebbende /d/. Probleem is dan echter dat het meervoud /wɑntən/ - afkomstig van het enkelvoud want, dat "handschoen" betekent - niet te verantwoorden is; waarom immers zou een regel in exact dezelfde fonologische context de ene keer wel gelden en de andere keer niet? Taalkundigen gaan daarom uit van een alternatieve verklaring:
  2. Het (fonetisch gespelde) woord /wɑnt/, "muur", heeft de onderliggende vorm /wɑnd/, zonder verscherping van de eindklank. Hiervan kan het meervoud, /wɑndən/, worden afgeleid door er het suffix /-ən/ achter te plaatsen. Als gevolg van eindklankverscherping ondergaat de vorm in het enkelvoud de verandering die ervoor zorgt dat /wɑnd/, "muur" in het enkelvoud exact hetzelfde klinkt als /wɑnt/, "handschoen".

[bewerken] Voorbeelden van eindklankverscherping

  • b → p (heb /hɛp/, mv. hebben /hɛbə(n)/)
  • d → t (hand /hɑnt/, mv. handen /hɑndə(n)/)
  • v → f (dief /dif/, mv. dieven /divə(n)/)
  • ʋ → f (murw /mʏrf/, verbogen murwe /mʏrʋə/)
  • z → s (dwaas /dʋa:s/, mv. dwazen /dʋa:zə(n)/)
  • ɣ → x (dwerg /dʋɛrx/, mv /dʋɛrɣə(n)/)

[bewerken] Problemen

1rightarrow.png Zie ook 't Kofschip

Eindklankverscherping levert in het Nederlands met name problemen op bij de spelling van zwakke werkwoorden. Ten eerste eindigt als gevolg van de verscherping van de eindklank bij een aantal werkwoorden de vervoeging in het enkelvoud van de tegenwoordige tijd op /s/ of /f/, bijv.: ik leef. Maar omdat het hier een onderliggende /z/ of /v/ in de coda van de stam betreft — verg. de infinitief le-ven — krijgen de verleden tijd en het voltooid deelwoord de bijbehorende uitgangen -de(n) en -d : leefde- geleefd.

Met name het correct spellen van het voltooid deelwoord gaat bij deze werkwoorden heel vaak mis, doordat opnieuw als gevolg van eindklankverscherping de onderliggende /d/ in de coda in de gesproken taal altijd als een /t/ klinkt.

1rightarrow.png Zie ook Dt-fouten

[bewerken] Oudfrans

Ook het Oudfrans kende eindklankverscherping. Dit is tegenwoordig nog te zien aan de volgende woorden:

  • neuf [[nœf]?] "nieuw" (m.)' vs. vrouwelijke vorm neuve [[nœv]?]; bœuf [[bœf]?] "rund,os" en nef [[nɛf]?] "schip van een kerk", van het Latijnse novum, bovem en navem;
  • bij sommige andere woorden is de verscherping alleen nog in de geschreven vorm zichtbaar, doordat de eindklank niet meer wordt uitgesproken; cerf "hert"; nerf "zenuw", uit het Latijnse clavem, cervum bzw. nervum.
  • grand "groot" (uit het Latijn grandem) werd in het Oudfrans eerst als grant> geschreven, en later "gerelatiniseerd" tot grand> de stemloze uitspraak is nog te zien in moderne Franse zinnetjes als un grand homme [[œ̃ gʀãtɔm]?] "een grote man" en grand-oncle [[gʀãtõkl]?], "oudoom".

[bewerken] Russisch

In het Russisch heeft het optreden van eindklankverscherping in sommige gevallen tot fonemische neutralisatie geleid. Woorden als нож ('mes', [/noʐ/]?) en нош ('van lasten', [/noʂ/]?) klinken hierdoor in hun gerealiseerde vorm hetzelfde: [[noʂ]]?.

[bewerken] Gotisch

Eindklankverscherping in het Gotisch gebeurde vooral met de stemhebbende medeklinkers b <b>, d <d> en z <z>, wanneer deze in de coda aan het eind van een woord of voor s <s> staan:

  • Oergermaans: 2e per. enkelv. gebiedende wijs tegenwoordige tijd *ǥeƀe 'geef!' > Voorgot. *ǥiƀ > got. gif (vgl. inf. gib-an);
  • Oergerm. nominativus enkelvoud. *χlai̯ƀaz 'brood' > Voorgot. *χlai̯ƀz > *χlai̯ƀs > got. hlaifs (vgl. genitivus enkelv. hlaib-is)
  • Oergerm. nominativus enkelvoud *χau̯ƀiđa 'hoofd' > Voorgot. *χau̯ƀiđ > got. *χau̯ƀiþ (vgl. genitivus enkelv. haubid-is)
  • Oergerm. nominativus enkelvoud *ǥōđaz 'goed' > Voorgot. *ǥōđz > *ǥōđs > Voorgot. goþs (vgl. genitivus enkelv. god-is)
  • Oergerm. *mai̯z 'meer' > Voorgot. *mai̯z > got. mais

De stemhebbende medeklinker g <g> veranderde vermoedelijk in de klank die als χ wordt geschreven.

[bewerken] Talen met eindklankverscherping

[bewerken] Zie ook

[bewerken] Literatuur

  • Wilhelm Braune (Begr.), Frank Heidermanns (Bearb.): Gotische Grammatik. (= Sammlung kurzer Grammatiken germanischer Dialekte. Hauptreihe A, Bd 1). 20. Auflage. Max Niemeyer, Tübingen 2004, ISBN 3-484-10852-5, ISBN 3-484-10850-9
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen