Carel Hendrik Ver Huell

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Carel Hendrik Ver Huell

Carel Hendrik graaf Ver Huell (ook: Verhuell) (Doetinchem, 4 februari 1764Parijs, 25 oktober 1845) was een Nederlands en later Frans vlootvoogd, admiraal, politicus. Hij stamde uit een Nederlandse patriciërsfamilie, maar dankte zijn Franse grafelijke titels aan Lodewijk Napoleon, koning van Holland en keizer Napoleon I. Vader was Q.M. Ver Huell, onder meer burgemeester van Doetinchem. Ver Huells moeder was Mevrouw J.E.A. Ver Huell- Barones van Rouwenoort. Enkele leden van de familie Ver Huell zijn door koning Willem I in de Nederlandse adelstand verheven (met predicaat Jonkheer/Jonkvrouw). Deze geadelde tak stierf uit in 1931.

Het begin van zijn loopbaan[bewerken]

Ver Huell nam als adelborst dienst bij de Nederlandse marine. Hij diende als marineofficier op verschillende schepen. In 1795 na de inval en de bezetting van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden door de Fransen nam hij afscheid. Ver Huell was van huis uit orangist en geen patriot. Na een aantal jaren als ambteloos burger geleefd te hebben, werd hij in 1802 burgemeester van de toenmalige stad Doetinchem (niet te verwarren met het toenmalige ambt Doetinchem). Toen in 1803 een oorlog tussen Frankrijk en Engeland dreigde uit te breken nam hij opnieuw dienst en werd benoemd tot commissaris-generaal voor de zaken der Bataafse Marine bij de eerste consul en kreeg het bevel over een Nederlands vlootdeel bij Texel.

In 1805 werd Ver Huell als viceadmiraal met een vlootdeel ter ondersteuning van een geplande Franse landing op de Britse kust naar Boulogne gestuurd. Op weg daar naar toe raakte de Nederlandse vloot op 18 juli 1805 bij Cap Gris-Nez in gevecht met een sterkere Britse vloot onder leiding van Sidney Smith. Ver Huell wist met steun van Franse geschut de Britten te verjagen. Bij het plannen van de invasie was hij onder de indruk en de invloed van Napoleon gekomen.

Ver Huell als politicus[bewerken]

Napoleon was ontevreden over het bestuur van de Bataafse Republiek door de raadpensionaris Rutger Jan Schimmelpenninck. Hij verzocht aan Schimmelpenninck in februari 1806 om een vertrouwd persoon, admiraal Ver Huell, naar Parijs te sturen om te overleggen over de duurzame ontwikkeling van de Bataafse staatsinrichting.

In werkelijkheid wilde Napoleon één van zijn broers als koning in Nederland benoemen. In maart 1806 kwam Ver Huell terug in Nederland. Daar was men uiteraard niet blij met de boodschap.

In april 1806 was Ver Huell hoofd van een deputatie die, uit naam van de Bataafse Republiek, bij Napoleon Bonaparte om instandhouding van de Bataafse Republiek moest vragen. Napoleon weigerde echter de delegatie te ontvangen. In plaats daarvan gaf hij opdracht aan de delegatie om te gaan praten met zijn broer Lodewijk Napoleon Bonaparte en hem te overreden Koning van Holland te worden.

Deze situatie was wat bizar, want eigenlijk wilde noch de delegatie, noch Lodewijk dit. Maar uiteindelijk bleek men met elkaar te kunnen werken en accepteerde Lodewijk het "vrijwillige" verzoek. Ver Huell speelde hierbij als aanhanger van Napoleon een grote bemiddelende rol. Op 23 mei 1806 tekende men de overeenkomst waarmee Lodewijk Napoleon Bonaparte als koning van Holland werd aanvaard. Hierdoor kwam Schimmelpenninck ten val.

Ver Huell was zich heel goed bewust dat zijn rol hierin niet bij iedereen goed zou overkomen. In het nationaal archief bevinden zich een aantal stukken die volgens hem zijn onschuld aan de val van Schimmelpenninck moeten aantonen. Hij noteerde eigenhandig het volgende:

Hoogst belangrijke stukken betreffende de komst van Lodewijk Napoleon in Holland, welke ten duidelijksten aantonen, hoe verkeer men mij zoude verdagt houden, als of ik niet alles soude aangewend hebben om deze gewigtige époque te hebben afgeweerd. En behoren tot mijnen historiesche beschrijving van mijne lotgevallen NA, Ver Huell, nr. toegang 2.21.004.04, inv.nr 227 Z

De nieuwe koning benoemde, op voorspraak van zijn broer, Ver Huell tot minister der Koninklijk-Hollandsche marine, maarschalk en graaf van Sevenaer (oude spelling voor Zevenaar).

Het huwelijk tussen Lodewijk Napoleon en zijn vrouw Hortense de Beauharnais was slecht. In deze tijd zou Ver Huell een verhouding met de koningin gehad hebben. Mogelijk is hij de vader van het derde kind van Hortense, de latere keizer Napoleon III. Maar ook de graaf de Flahault, een andere minnaar van Hortense, wordt wel als vader genoemd.

Ver Huell was als marineman en aanhanger van Napoleon een voorstander van een strikte invoering van het continentaal stelsel en een sterke vloot. Op dat punt botste hij met Lodewijk Napoleon, die van uit het Nederlandse belang dacht en de handel met Engeland niet te veel wilde verstoren en meer zag in een sterk leger.

Napoleon Bonaparte verhief Ver Huell tot het Légion d'honneur.

In Franse dienst[bewerken]

In 1807 ging Ver Huell als afgezant van Lodewijk naar Parijs. Hij gaf daarbij geheime informatie door aan Napoleon en speelde zo een rol bij de val van Lodewijk Napoleon, de vorst die hem nota bene in de adelstand verhief met toekenning van de titel graaf van Sevenaer met bijbehorend wapen. Na de inlijving van Nederland bij Frankrijk in 1810 trad Ver Huell in Franse dienst. Hij was voorzitter van de commissie die het geannexeerde koninkrijk Holland indeelde in departementen. Hierna werd hij benoemd tot commandant van het vlootdeel van het keizerrijk tussen de mond van de Eems en Danzig. Op 1 maart 1811 trok Napoleon Ver Heulls titel van graaf van Sevenaer in, onder gelijktijdige toekenning van de titel comte de l'Empire. Na de dood van Jan Willem de Winter in 1812 werd Ver Huell bovendien commandant van alle vlootdelen in het Zuiderzeedepartement.

Tussen 13 december 1813 en 4 mei 1814 verdedigde hij Den Helder vastbesloten tegen de Engelse en Nederlandse troepen. Pas toen Parijs gevallen was en de Coalitietroepen er waren binnen getrokken, gaf hij zich over. Napoleon was in april 1814 al verbannen naar Elba. Volgens Ver Huell had een te snelle overgave tot problemen geleid met het Franse garnizoen en had hij zo Den Helder voor verwoesting bewaard.

In 1814 liet hij zich naturaliseren tot Fransman. Een samenwerking met Willem I was na de hardnekkige verdediging van Den Helder uitgesloten. De nieuwe koning Lodewijk XVIII van Frankrijk benoemde hem tot opperbevelhebber van de Franse Noordkust. Tijdens de terugkeer van Napoleon en de daaropvolgende Honderd Dagen weigerde hij de kant van Napoleon te kiezen. Na de nederlaag bij Waterloo wilde Napoleon met twee fregatten door de Engelse blokkade breken om naar Amerika te ontsnappen. Als bevelhebber voor deze wilde actie had Napoleon Ver Huell in gedachten. Ver Huell had een reputatie opgebouwd als blokkadebreker, maar ging niet op Napoleons verzoek in.

Ver Huell werd jaren later wel door koning Willem II der Nederlanden beloond voor zijn diensten. Hij werd ridder 3e Klasse (officier) in de Militaire Willems-Orde. Die onderscheiding kreeg hij voor zijn rol bij de Slag bij de Doggersbank in 1781. De uiteindelijke toekenning van de onderscheiding vond pas in 1843 plaats, 62 jaar na de slag.

Voor een huidige lezer zal de keuze van Ver Huell om eerst met Napoleon tegen zijn eigen landgenoten te vechten en vervolgens niet de zijde van Napoleon te kiezen vreemd overkomen. Maar Ver Huell was trouw aan diegene bij wie hij in dienst was. Hij had in beide gevallen een eed gezworen. En die hield hij.

Arc de Triomphe[bewerken]

De trouw van Ver Huell werd goed beloond. In 1819 werd hij benoemd tot pair de France, waarmee Ver Huell werd opgenomen in de rangen van de hoogste adel van het Napoleontische Frankrijk, vergelijkbaar met het Engelse peer. Als Pair de France werd Ver Heull tevens van rechtswege lid van de Franse Senaat. In 1836 ging Ver Huell als Franse gezant naar Berlijn, maar hij werd al snel weer terug geroepen.

Carel Henrik Ver Huell stierf op 25 oktober 1845 in Parijs. Zijn naam staat vermeld op de Arc de Triomphe in Parijs als één van de 558 generaals van Napoleon (kolom 1 vierde van boven). Ver Huell is de enige Nederlander op de Arc de Triomphe.

Ver Huell werd begraven op Père Lachaise, in het Quartier des maréchaux du premier empire, divisie 28 dat Napoleon voor zichzelf en zijn maarschalken had bestemd.

Op het graf, dat kortgeleden is gerenoveerd met geldelijke steun uit zijn geboorteplaats Doetinchem[1], staat het opschrift: Concession à perpétuité de la famille de Mr. l'Amiral comte Ver Huell Pair de France. Ook twee zonen van Ver Huell en zijn broer Christiaan Anthonie Ver Huell liggen hier begraven. Een andere broer Everhart Alexander Ver Huell was de vader van Quirijn Maurits Rudolph Ver Huell en de grootvader van Alexander Ver Huell, beiden bekende Nederlandse schrijvers.

Bronnen, noten en/of referenties

Literatuur

  • prof. dr. L. Turksma, Admiraal van Napoleon. Het leven van Carel Hendrik graaf VerHuell" (Arnhem 1991)
  • Q.M.R. Ver Huell, ''Het leven en karakter van Carel Hendrik graaf Ver Huell. Bezorgd en ingeleid door prof. dr. L. Turksma" (Westervoort 1996)
  • Wilfried Uitterhoeve, "Koning, keizer, admiraal 1810. De ondergang van het Koninkrijk Holland" (Nijmegen 2010)

Externe links

Voorganger:
?
Burgemeester van Doetinchem
1802-1803
Opvolger:
?
Voorganger:
H. van Roijen
Secretaris van Staat van Marine
1805-1806
Opvolger:
-
Voorganger:
-
Minister van Marine
1806-1808
Opvolger:
P. van der Heim