Etty Hillesum

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
'Het Verstoorde Leven'
Etty Hillesum monument aan de IJssel te Deventer

Esther (Etty) Hillesum (Middelburg, 15 januari 1914Auschwitz, Polen, ca. 30 november 1943), geboren in een Nederlands-joodse familie, kreeg bekendheid door de publicatie van haar dagboek, 38 jaar nadat zij in Auschwitz werd vermoord. In haar dagboek verwoordde ze haar persoonlijke, innerlijke ontwikkeling te midden van de turbulentie van de Tweede Wereldoorlog en de absurditeiten van de holocaust. Het boek is niet alleen een sterk persoonlijk document, maar geeft ook enig inzicht in de wijze waarop de anti-joodse maatregelen en deportaties in die jaren op joden zelf zijn overgekomen.

Biografie[bewerken]

Jeugd[bewerken]

Etty Hillesum werd op 15 januari 1914 geboren in Middelburg. In 1918 vertrok het gezin Hillesum naar Winschoten en ging daar aan de Oranjestraat wonen. In 1924 verhuisde men naar Deventer. Vader Louis (Levi) Hillesum, die leraar klassieke talen was, werd daar aangesteld als rector van het Stedelijk Gymnasium. Etty was leerling van deze school. Moeder Rebecca (Rivka) Hillesum-Bernstein, geboren in Rusland, vluchtte in 1907 na een pogrom met kaalgeschoren hoofd en in soldatenkleren naar Amsterdam. Hoewel Etty's overgrootvader opperrabbijn was geweest in Zwolle, kreeg ze tijdens haar jeugd weinig van het joodse geloof mee. De familie liet zich in 1937 uitschrijven als lid van de joodse gemeente.

In 1932 ging Hillesum in Amsterdam rechten studeren. Deze studie sloot ze op 4 juli 1939 met succes af en volgde hierna een studie Slavische talen in Leiden. Deze studie voltooide ze niet. Tot haar vertrek naar Kamp Westerbork voorzag ze in haar levensonderhoud door privé-lessen Russisch te geven. Etty had twee broers: Mischa, die een begaafd pianist bleek en Jaap (Jacob), die arts was.

Dagboek[bewerken]

In 1941 ontmoette ze de 54-jarige uit Duitsland gevluchte ex-bankier genaamd Julius Spier en ontstond een liefdesrelatie. Spier was handlijnkundige en had een kleine praktijk in zijn woning aan de Courbetstraat. Hij was verloofd met Hertha Levi, die in Engeland op hem wachtte. Op advies van Spier begon Etty op 9 maart 1941 met het schrijven van een dagboek. Het doel was dat ze hiermee door de oudere en nieuwere delen te vergelijken inzicht zou krijgen in haar persoonlijke ontwikkeling. In dit dagboek beschreef ze haar gevoelens, alledaagse ervaringen en gedachten. Haar minnaar werd in dit dagboek vermeld met de letter S.

Inmiddels had zij al verschillende malen joodse studenten geholpen en in juli 1942 kreeg ze een baan als administratief medewerkster bij de Joodsche Raad, de joodse organisatie die in opdracht van de Duitsers de joodse gemeenschap in Nederland moest besturen. Etty's broer Jaap bemiddelde voor het verkrijgen van dit werk. Na enige tijd kwam ze terecht op de afdeling 'Sociale Verzorging Doortrekkenden' in Westerbork. Omdat de medewerkers van de raad zelf joods moesten zijn voelde ze zich in eerste instantie zeker bij deze baan. Vanwege het werk genoot ze een uitzonderingspositie en mocht vrij het doorgangskamp in en uit. In het kamp, dat ze in haar dagboek als "de hel" omschrijft, probeerde ze haar joodse lotgenoten die wachtten op transport naar Polen te helpen. In augustus 1942 moest ze zelf verplicht verhuizen naar deportatiekamp Westerbork. Doordat haar uitzonderingsbewijs nog geldig was reisde zij zonder problemen nog een aantal malen naar Amsterdam. Vanuit zowel Amsterdam als Westerbork beschreef ze haar ervaringen in tientallen brieven. In 1943 werden twee brieven illegaal uitgegeven onder de misleidende titel "Drie brieven van den kunstschilder Johannes Baptiste van der Pluym (1843-1912)".

Ze besloot niet onder te duiken en ging op 6 juni 1943 opnieuw naar Westerbork. In juli 1943 verloor ze haar uitzonderingspositie en werd hierdoor een gewoon kampbewoonster. Op 7 september 1943 werd zij met haar ouders en haar broer Mischa door de nazi’s gedeporteerd naar concentratiekamp Auschwitz, waar ze op 30 november 1943 op 29-jarige leeftijd omkwam. Haar dagboek eindigt op 6 september 1943 met het bericht van een vriend. Eind september belandde ook haar broer Jaap in Westerbork, hij overleed tijdens een gevangenentransport.

De familie Smelik had de dagboeken in bewaring en deed vele tevergeefse pogingen om er een uitgever voor te interesseren. Tenslotte werden Etty's dagboeken, of althans een groot deel ervan, gebundeld en in 1981 uitgegeven door Jan Geurt Gaarlandt van uitgeverij De Haan onder de titel Het verstoorde leven - Dagboek van Etty Hillesum. Het boek werd onmiddellijk veel gelezen en is in veel talen vertaald.

Instellingen vernoemd naar Etty Hillesum[bewerken]

Etty Hillesum Centrum

In Deventer is sinds 5 mei 1996 het Etty Hillesum Centrum gevestigd in een voormalige Joodse school. Dit centrum hanteert als centrale leus een van de uitspraken van Hillesum:

"De omstandigheden, de goede en de slechte, moet men aanvaarden, wat niet belemmert dat men zijn leven eraan kan wijden de slechte te verbeteren." (Dagboek van Etty Hillesum, Vrijdag 3 juli 1942)

Het centrum organiseert activiteiten om de onderlinge verstandhouding in een multiculturele samenleving te bevorderen en de kennis over andere godsdiensten en culturen te vergroten.

De Deventer organisatie voor voortgezet onderwijs heet het Etty Hillesum Lyceum. Deze organiseerde van 2000 tot 2006 jaarlijks de Etty Hillesumlezing in samenwerking met onder meer de Saxion Hogescholen en het Etty Hillesum Centrum.

Aan de Universiteit Gent is in 2006 het Etty Hillesum Onderzoek Centrum (EHOC) opgericht dat zich bezighoudt met het onderzoek naar en de bevordering van de bekendheid van het werk van Etty Hillesum.

Publicaties[bewerken]

  • Etty: De nagelaten geschriften van Etty Hillesum 1941-1943. (red. Klaas A.D. Smelik). Amsterdam: Uitgeverij Balans 1986. (Er zijn naderhand een aantal verbeterde en aangevulde herdrukken verschenen.)
  • Twee brieven uit Westerbork van Etty (ingeleid door David Koning), Den Haag: Bert Bakker/Daamen N.V. 1962.
  • Het Verstoorde leven: Dagboek van Etty Hillesum 1941-1943 (ingeleid door Jan Geurt Gaarlandt), Haarlem: De Haan, 1981.
  • Het denkende hart van de barak. Brieven van Etty Hillesum (ingeleid door Jan Geurt Gaarlandt), Haarlem: De Haan 1982.
  • In duizend zoete armen: Nieuwe dagboekaantekeningen van Etty Hillesum (ingeleid door Jan Geurt Gaarlandt), Haarlem: De Haan 1984.

Literatuur[bewerken]

  • Jan Geurt Gaarlandt (e.a.), Men zou een pleister op vele wonden willen zijn. Reacties op de dagboeken en brieven van Etty Hillesum, Amsterdam: Balans 1989.
  • Gerrit van Oord (red.), L’esperienza dell’Altro: Studi su Etty Hillesum, Rome: Sant’Oreste 1990.
  • Brenner, Rachel Feldhay. Writing as Resistance: Four Women Confronting the Holocaust: Edith Stein, Simone Weil, Anne Frank, Etty Hillesum. Pennsylvania: Pennsylvania State University Press 1997.
  • Denise de Costa, Anne Frank & Etty Hillesum. Spiritualiteit, schrijverschap, seksualiteit, Amsterdam: Balans 1996.
  • Ria van den Brandt & Klaas A.D. Smelik (red.), Etty Hillesum in facetten, Budel: Damon 2003.
  • Coetsier, Meins G.S. Etty Hillesum and the Flow of Presence: A Voegelinian Analysis. Columbia (Missouri): University of Missouri Press 2008. (ISBN 978-0-8262-1797-4)
  • Ria van den Brandt en Klaas A.D. Smelik (red.), Etty Hillesum in context (Etty Hillesum Studies, deel 2), Assen: Van Gorcum 2008. (ISBN 978-0-8262-1797-4)

Film en Theater[bewerken]

Externe links[bewerken]