Hallenhuisgroep

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Links een Langsdeeltype, rechts een Langgevelboerderij met hun kenmerkende indeling:
deel (1), tas (2), stallen (3) en het woondeel (4)

De hallenhuisgroep (vroeger: hallehuisgroep) is een verzameling bouwwijzen van boerderijen die voorkomt in bijna geheel Nederland, onder andere in de provincies Drenthe, Overijssel, Gelderland, Utrecht, Zuid-Holland en Noord-Brabant. De hallenhuisgroep is daarmee de grootste groep in Nederland. De groep is onder te verdelen in zes subgroepen: het langsdeeltype, de langgevelboerderij, het dwarsdeeltype, de ontwikkeling onder invloed van de dwarsdeelschuur, de ontwikkeling van een voergangtype en de ontwikkeling onder invloed van het Zeeuwse schuurtype (zie ook: hallenhuis).

De gebruikte constructie bij deze boerderijen is een ankerbalkgebint, bij dit gebint is de liggende balk iets verlaagd tussen de staanders aangebracht met een uitstekende pen die met houten wiggen wordt verankerd. Dit type komt op sommige plaatsen ook voor met een variant op het ankerbalkgebint, zoals het kopbalkgebint waarbij de liggende balk door middel van een inkeping op de gebintstijl wordt bevestigd, of het tussenbalkgebint waarbij de liggende balk iets verlaagd wordt aangebracht met pennen die vast worden gezet met houten toognagels.

  • Langsdeeltype

Dit type komt voor in de provincies Overijssel, Gelderland en Utrecht. Het is te herkennen aan de deeldeuren die zich in de achtergevel van de boerderij bevinden. In welvarende gebieden rond de rivieren, heeft men het woongedeelte vaak uitgebreid naar links of naar rechts, waardoor een krukhuisboerderij ontstaat. Wanneer deze naar beide zijden is uitgebreid wordt het een T-huis boerderij genoemd.

Dit type komt voor in bijna geheel Brabant en in het noorden van Limburg. Deze boerderijen behoorden tot de langsdeelboerderijen uit de hallehuisgroep, maar in de loop van de tijd zijn de voordeur en deeldeur naar de zijgevel verplaatst en heeft men bij uitbreidingen en nieuwe boerderijen geen ankerbalkgebinten meer gebruikt. Hierdoor heeft H.C. Hekker ze in de Zuidelijke huisgroep geplaatst, maar tegenwoordig plaatsen we deze boerderij bij de hallehuisgroep.

  • Invloed van dwarsdeelschuur

Dit is ongeveer eenzelfde type boerderij als het langsdeeltype, maar bij dit type is er schuin tegen het bestaande gebouw een nieuwe bedrijfsruimte gebouwd maar wel met de deeldeuren in de zijgevel.

Door de golf van moderniseringen is in de 20e eeuw het zogenaamde los hoes (open huis) verdwenen. Hierbij woonde en werkte men in een ongedeelde middenbeuk, met in het midden een open stookplaats. Het los hoes kwam voor in de Achterhoek en Twente.

  • Dwarsdeeltypes

Deze zijn onder te verdelen naar gebieden waar ze voorkomen en dit zijn:

    • Stellingwerfse en Staphorstse dwarsdeeltypen
    • Goois dwardeeltype
    • Overmase en Alblasserwaardse dwarsdeeltypen
    • Drentse en Noordwest Overijsselse dwarsdeeltypen

Deze hebben allen gemeen dat de deel zoals de naam al doet vermoeden dwars op de boerderij staat, en dus zitten de deeldeuren in de zijgevel.

  • Ontwikkeling voergangtype

Het voergangtype komt alleen voor in het gebied tussen de Maas en de Waal. Dit type heeft de deeldeuren net zoals een langsdeel boerderij in de achtergevel, maar bij deze boerderij bevindt zich de hooi- of oogstberging niet boven de deel maar achter de boerderij onder een kapberg, daarom ligt er een voergang vanaf de deeldeuren naar deze kapberg.

Dit type boerderij komt voor op de Zuid-Hollandse eilanden, en bevat veel invloeden van het Zeeuwse schuurtype, zoals de zelfstandige woonruimtes en de dwarsdeel schuren. Later werd er onder invloed van het Vlaamse schuurtype vooral een langsdeel toegepast.

Externe links[bewerken]