Henri Boot

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Henri Frédéric Boot (Maastricht, 8 februari 1877 - Haarlem, 3 maart 1963) was een Nederlandse kunstschilder die het overgrote deel van zijn werkzame leven in Haarlem woonde. Hij gold als de nestor van de Haarlemse School van de twintigste eeuw en maakte deel uit kunstenaarsvereniging De Brug. Tot zijn leerlingen behoorden onder anderen Kees Verwey, Jules Chapon, Rob Clous en Louis Ferron.

Voordat Boot zich in 1907 vestigde in Haarlem, woonde en werkte hij in Breda, Rotterdam, Nes op Ameland, Spaarndam en Amsterdam. Zijn oeuvre bestaat uit portretten, stillevens, interieurs en landschappen, geschilderd in een tonale stijl onmiskenbaar schatplichtig aan de negentiende eeuw. Zijn werk, dat behalve olieverfschilderijen en aquarellen ook tekeningen, litho's en houtsneden omvat, is opgenomen in verschillende collecties, waaronder die van het Frans Hals Museum in Haarlem, het Gemeentemuseum Den Haag, het Singer Museum in Laren en de Rijkscollectie. Boot overleed op hoge leeftijd te Haarlem in 1963. Ondanks zijn oorlogsverleden werd hij, bij wijze van postuum eerbetoon, opgebaard in de Renaissancezaal van het Frans Hals Museum. Zijn graf is te vinden op Westerveld.

Oorlogsverleden[bewerken]

Hoewel Boot een collaborateur was, bleek de Haarlemse culturele en politieke elite na de oorlog bereid zijn verleden toe te dekken. De ene eretentoonstelling volgde de andere op. Op zijn 85ste verjaardag in 1962 werd hij zelfs uitgebreid bejubeld en gehuldigd in de Vishal, waarbij burgemeester Cremers hem 'een van de geestelijke steunpilaren van Haarlem' noemde. De houding van de stad veranderde pas toen de directeur van het Frans Halsmuseum, Derk Snoep, in de aanloop naar een overzichtstentoonstelling in 1998, aandrong op een publicatie waarbij 'het politieke verleden van Boot niet opnieuw onder tafel zou worden geschoven'. Tegelijk met de expositie verscheen een boek over Boot, geschreven door kunsthistoricus Michael Huig, dat duidelijkheid verschafte over het verleden van de Haarlemse schilder.

Al in 1937 reisde Boot naar Duitsland waar hij in München de beruchte tentoonstelling Entartete Kunst bezocht, een verzameling van alles wat in de ogen van de nazi's afkeurenswaardig was. De inval van de Duitsers in Nederland, enkele jaren later, werd door Boot enthousiast begroet. Volkomen vrijwillig trad hij in 1941 toe tot de Kultuurraad, een adviescollege van de bezetter, ingesteld door rijkscommissaris Seyss-Inquart. Op aandringen van Boot trad de Haarlemse kunstenaarsvereniging Kunst Zij Ons Doel (KZOD) toe tot de Kultuurkamer, wat de uitsluiting van de Joodse leden tot gevolg had. Na de oorlog kreeg de Boot als straf een expositieverbod opgelegd van zeven jaar. Daarmee was hij de zwaarst gestrafte collaborerende beeldend kunstenaar van het land.

Beeldje[bewerken]

In januari 1999 ontstond een rel, toen de gemeente Haarlem een klein bronzen beeld van Boot, gemaakt door beeldhouwer Mari Andriessen, wilde plaatsen in de buurt waar de schilder had gewoond en gewerkt. Het voormalig verzet vond het eerbewijs misplaatst, zo liet de Bond van Oud-Illegale Werkers (BOIW) aan Haarlems Dagblad weten. Ook verschillende kunstenaars keerden zich in de krant tegen het plan. Een van hen dreigde zelfs het beeldje 'in de plomp' te gooien. Kunstschilder Jules Chapon, een oud-leerling van Boot die in de oorlog bijna zijn hele familie verloor was tegen plaatsing van het beeld. Toch was hij mild in zijn oordeel. "Hij heeft geheuld met de moffen, maar hij heeft niets gedaan in zijn eigen voordeel."

Schrijver Louis Ferron, die in zijn jonge jaren korte tijd droomde van een schildersbestaan en bij Boot in de leer ging, was vóór plaatsing. "Zet dat beeld gewoon neer met de tekst: Henri Boot 1877-1963, lid van de Kultuurraad 1941-1945. Dan kunnen de mensen zelf hun conclusie trekken."

Het beeldje is uiteindelijk niet geplaatst.

Bronnen, noten en/of referenties
  • Leven en werk van H.F. Boot, door J.F. Heijbroek, Van Spijk, Venlo,1977.
  • Ontmoetingen en gesprekken met H.F. Boot, 1947-1963, door Barend Rijdes, Lenie Peetoom, Haarlem 1986.
  • H.F. Boot. Legendarisch leermeester van Kees Verwey, door Michael Huig, Thoth Bussum, 1998.
  • Hier ligt Boot, door Louis Ferron, J.H. Gottmer/H.J.W. Becht, Bloemendaal, 1998.
  • Bijna vergeten, niet vergeven en Verzet tegen plaatsing van beeld Boot in binnenstad, Haarlems Dagblad, 30 januari 1999