Jan Hanlo

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jan Hanlo
Afbeelding gewenst
Algemene informatie
Volledige naam Johannes Bernardus Maria Raphael Hanlo
Geboren 29 mei 1912, Bandung, Nederlands-Indië
Overleden 16 juni 1969, Maastricht
Land Vlag van Nederland Nederland
Beroep dichter, schrijver
Werk
Bekende werken Oote (1952)
Dbnl-profiel
Portaal  Portaalicoon   Literatuur
Het gedicht De mus op de zijmuur van het gebouw aan de Nieuwe Rijn 107, Leiden.

Johannes Bernardus Maria Raphael (Jan) Hanlo (Bandung, Nederlands-Indië, 29 mei 1912Maastricht, 16 juni 1969) was een Nederlandse dichter en schrijver.

Levensloop[bewerken]

Hanlo was een zoon van Bernardus Maria Josephus Hanlo, voorzitter van de Landraad te Bandung, en van Anna Lucretia Gerarda Maria Crobach, dochter van de Deurnese gemeentearts. Zijn ouders waren op 1 september 1909 te Deurne gehuwd. Jan had vermoedelijk een ouder, doodgeboren zusje, dat in 1910 in Bandung geboren moet zijn.

Nog in het jaar van zijn geboorte gingen zijn ouders uit elkaar en kwam zijn moeder met Jan terug naar Deurne, waar hij een gelukkige jeugd beleefde. Hij woonde in bij zijn grootvader Pieter Jan Hubert Crobach, gemeentearts te Deurne, en grootmoeder Lucretia Anna Maria Crobach-Fenseling, in landhuis Rozenberg op de hoek van de Stationsstraat en Lage Kerk. In 1927 verhuisde Hanlo naar Valkenburg nabij Maastricht.

In 1942 voerde een studie psychologie hem naar Amsterdam. Tot 1958 woonde hij voornamelijk in die stad. Ziekte van zijn moeder deed hem echter besluiten definitief naar Valkenburg terug te keren. Na haar overlijden bleef hij tot zijn dood in Valkenburg wonen, in het poortwachtershuisje van de Geerlingshof in Strabeek.

Hanlo wordt wel tot de Vijftigers gerekend, maar hij was binnen dat gezelschap een buitenbeentje, zoals hij eigenlijk op ieder gebied een buitenbeentje was.

Vanaf 1944 schreef Hanlo gedichten, waarvan met name 'Oote' de aandacht trok. Dit klankgedicht (Hanlo sprak zelf van 'kinderbrabbeltaal') verscheen in 1952 in het door het rijk gesubsidieerde tijdschrift Roeping. Het blad Elsevier besteedde daar aandacht aan en het VVD-Eerste Kamerlid Willem Carel Wendelaar stelde vervolgens Eerste Kamervragen over de subsidie aan het blad dat Hanlo's 'infantiel gebazel' publiceerde. Dat leverde de nodige publiciteit op.

De rest van Hanlo's oeuvre is over het algemeen minder avant-gardistisch dan Oote. Schoonheid en (kinderlijke) onschuld zijn terugkerende thema's. Vanaf het einde van de jaren vijftig legde hij zich vooral toe op proza.

Hanlo's bescheiden oeuvre werd postuum uitgebreid met onder meer Zonder geluk valt niemand van het dak, dat handelt over de periode in 1947 toen hij wegens een psychose was opgenomen in een psychiatrische kliniek. Ook verscheen het brievenboek Go to the mosk, waarin vooral zijn pedofiele geaardheid aan bod komt. Eind jaren zestig voerde die geaardheid hem naar Marokko, waar men volgens Hanlo wat makkelijker over die dingen dacht. Hij kreeg een relatie met de dertienjarige Mohamed en nam de jongen mee naar Nederland. Mohamed werd echter alweer snel naar Marokko uitgewezen.

Twee weken later botste Hanlo in Berg en Terblijt met zijn Vincent Rapide motorfiets tegen een plotseling van richting veranderende landbouwtractor. Hanlo overleed twee dagen later aan de gevolgen. De helm die hij bij zijn ongeluk droeg wordt permanent tentoongesteld in het Haags Letterkundig Museum. Zijn lichaam werd begraven op het kerkhof van Broekhem. Op de grafsteen stond aanvankelijk een verkeerde overlijdensdatum. Deze is zichtbaar hersteld. Hanlo zou dat vreselijk gevonden hebben: hij had een grote aandacht voor typografie.

Ongeveer twee derde van Hanlo's omvangrijke correspondentie werd in 1989 in boekvorm uitgegeven. Daaruit blijkt onder andere welke gewetensproblemen zijn seksuele geaardheid hem opleverde. Behalve homoseksueel pedofiel was Hanlo namelijk gedurende zijn gehele leven belijdend katholiek.

Trivia[bewerken]

  • Hans Renders publiceerde in 1998 een biografie van Hanlo, waarin hij bij de dichter een Peter-Pancomplex vaststelt. Ook stelt hij dat Hanlo tijdens zijn opname in 1947 gecastreerd zou zijn.
  • In 1997 besloten B&W van Valkenburg een hofje op de plek van het afgebroken poorthuisje, waar Jan Hanlo woonde, naar hem te noemen. De toekomstige bewoners protesteerden. De Jan Hanlohof is er nooit gekomen: de straatnamencommissie van Valkenburg durfde de confrontatie niet aan. Het hofje is vervolgens het Stiena Ruypers Park genoemd naar de Valkenburgse Stiena Ruypers, de eerste vrouwelijke wethouder van Nederland. De dichter Wiel Kusters gaf in 2002 een publicatie uit getiteld Jan Hanlohof, zodat het hofje er op een bepaalde manier toch gekomen is. In Den Haag en Almere is wel een Jan Hanlostraat.
  • De Boekenweek van 2009 kreeg het motto TJIELP TJIELP - de literaire zoo, naar aanleiding van het gedicht De Mus (1954) dat uit een herhaling van het woordje "tjielp" bestaat.
  • Componist Tom America bracht in 1997 de cd tjielp tjielp uit met daarop 17 gedichten van Hanlo tot lied bewerkt. De cd werd in 2009 opnieuw uitgebracht met 3 extra stukken, waaronder Notentijd, een op noten gezet gesprekje van Jan Hanlo met een Valkenburgs jongetje.
  • Hanlo's gedicht Zo meen ik dat ook jij bent staat op een van de muren van het Museum voor Natuurlijke Historie aan de Benkovskistraat in de stad Sofia. Die plaatsing gebeurde in juli 2004 en was het gevolg van een initiatief van Henriette J.C.M. van Lynden-Leijten, destijds Nederlands ambassadeur in Bulgarije. Diverse Europese landen zorgden in de periode daarop in Sofia voor een muurgedicht van een van hun dichters.

Bibliografie[bewerken]

Tijdens zijn leven verschenen:

  • Het vreemde land (1951)
  • Oote (1952)
  • Maar en toch (1957) (essay)
  • Verzamelde Gedichten (1958)
  • In een gewoon rijtuig (1966)
  • Moelmer (1967)

Postuum verschenen:

  • Go to the Mosk (1971)
  • Zonder geluk valt niemand van het dak (1972)
  • Mijn benul (1974)
  • Brieven 1931 - 1962 (1989)
  • Brieven 1963 - 1969 (1989)
  • Tjielp tjielp (2009)

Literatuur[bewerken]

  • Kusters, Wiel (2012). En de grote rodekolen en de rode kroten rooien : Jan Hanlo's moedertaal / red. Ben van Melick. Huis Clos/LCL, Rimburg/Roermond. 62 p. (Huis Clos ; 45). Uitg. t.g.v. de 100ste geboortedag van Jan Hanlo. Opl.: 300 ex. ISBN 978-907-902-018-8.
  • Renders, Hans (2007). Zo meen ik dat ook jij bent : biografie van Jan Hanlo. 2e, herz. dr. De Bezige Bij, Amsterdam. 671 p., [24] p.pl. ISBN 978-902-342-759-9. Oorspr. uitg.: De Arbeiderspers, Amsterdam, 1998. (Open domein ; nr. 34). Ook versch. als proefschrift Katholieke Universiteit Brabant, Tilburg, 1998.
  • Diepstraten, Johan (red.) (1984). Jan Hanlo / bijdr.: Jan G.M. Notten, Ser J.L. Prop, Aldert Warecht, ... e.a. Stichting BZZTôH, Den Haag. 120 p. Themanummer BZZLLETIN, jrg.12(1983/84)nr.116(mei). ISSN 0165-0858.

Externe links[bewerken]