Jan Hendrik Holwerda

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Jan Hendrik Holwerda (Schiedam, 3 december 1873 - Nijmegen, 3 maart 1951) was een Nederlandse archeoloog en museumdirecteur.

Loopbaan[bewerken]

Holwerda, zoon van de hoogleraar archeologie Antonie Ewoud Jan Holwerda, studeerde klassieke talen aan de Universiteit Leiden. In 1904 werd hij benoemd tot conservator van de afdeling Nederlandse oudheden van het Rijksmuseum van Oudheden (RMO), en daarna leidde hij verschillende opgravingen. Een stage in 1905 bij de Duitse archeoloog Carl Schuchhardt betekende voor Holwerda een keerpunt. Bij een opgraving van een Romeins castellum werd voor het eerst systematisch gezocht naar grondverkleuringen, tekens van compleet vergane bouwresten. Holwerda bracht de nieuwe archeologische methode over naar Nederland en introduceerde het zoeken naar paalgaten bij de opgravingen waarbij hij betrokken was.

In 1910 werd hij te Leiden benoemd tot lector in de prehistorische en Romeinse archeologie. Nadat Holwerda eveneens in 1910 onderdirecteur van het RMO was geworden, volgde hij in 1919 zijn vader op als directeur. Zijn vader had van 1896 tot 1918 leiding gegeven aan dit instituut. Popularisering was volgens hem de manier om het publiek te betrekken bij de archeologie en zo te doordringen van het belang ervan. Tot zijn pensionering in 1939 bleef hij de baas van het RMO. Daarnaast was hij van 1935 tot 1948 directeur van archeologisch Museum Kam in Nijmegen.

Bekende onderzoeken[bewerken]

In 1909 deed Holwerda onderzoek aan de De Hunenschans bij Uddel en in 1916 leidde hij een opgraving in de Hunenborg in Twente. In 1914-1921 deed hij archeologisch onderzoek naar Romeins Nijmegen. Van 1925-1930 waren er opgravingen bij Dorestad, het huidige Wijk bij Duurstede.

Conflict[bewerken]

Rond 1912 ontstond een conflict tussen Holwerda en zijn assistent, de latere Groningse hoogleraar Albert van Giffen over opgravingsmethoden. Hoewel Van Giffen goede resultaten bereikte met zijn kwadrantenmethode bij het afgraven van grafheuvels, waarbij een goed beeld ontstaat van de stratigrafie, hield Holwerda vast aan zijn sleuvenmethode. Hierdoor bleven zijn conclusies speculatiever, in tegenstelling tot de Groningse resultaten. Ondanks inmenging van de toenmalige minister-president Cort van der Linden bleven de twee elkaar mijden.

Bibliografie (een selectie)[bewerken]

  • De Holdeurn bij Berg en Dal: centrum van pannenbakkerij en aardewerkindustrie in den Romeinschen tijd (1946) uitgeverij Brill, Leiden (samen met Wouter Cornelis Braat)
  • Het in de pottenbakkerij van de Holdeurn gefabriceerde aardewerk uit de Nijmeegsche grafvelden (1944) uitgeverij Brill, Leiden
  • Het laat-Grieksche en Romeinsche gebruiksaardewerk uit het Middellandsche-zee-gebied in het Rijksmuseum van oudheden te Leiden (1936)
  • Een vondst uit den Rijn bij Doorwerth en Romeinsche Sarcophaag uit Simpelveld (1931)
  • Dorestad en onze vroegste middeleeuwen (1929) uitgeverij Sijthoff, Leiden
  • Geschiedkundige atlas van Nederland (1924) uitgeverij Nijhoff, 's-Gravenhage (samen met en onder leiding van Petrus Johannes Blok)
  • Arentsburg : een Romeinsch militair vlootstation bij Voorburg, (1923) uitgeverij v/h E.J. Brill, Leiden
  • Nederland's vroegste geschiedenis (1e druk 1918) uitgeverij Van Looy, Amsterdam
  • Een woerd te Rijswijk (gem. Maurik) : opgraving van eene Bataafsche nederzetting (1917) uitgeverij Quint, Arnhem
  • Die Niederlande in der Vorgeschichte Europa's: Ausgrabungen und Studien (1915) uitgeverij Brill, Leiden
  • Nederland's vroegste geschiedenis in beeld: oudheidkundige platen-atlas (1912) uitgeverij Van Looy, Amsterdam
  • De ontwikkeling der praehistorisch-romeinsche archaeologie (1910) uitgeverij Van Doesburgh, Leiden (openbare les in Leiden)
  • Nederland's vroegste beschaving: proeve van een archaeologisch systeem (1907) uitgeverij Brill, Leiden (met illustraties van zijn vrouw Petronella Nicolette Holwerda-Jentink)
  • Leerboek der oude geschiedenis: voor de hoogere klassen der gymnasia (1903) uitgeverij Van Doesburgh, Leiden (samen met A. Zeehe)
  • Hellas en Rome: Grieksche en Romeinsche archaeologie (1900) uitgeverij Van Doesburgh, Leiden (met een voorrede van zijn vader Antonie Ewout Jan Holwerda)
  • Quaestiones de re sepulcrali apud Atticos (1899) uitgeverij Brill, Leiden (proefschrift)

Literatuur[bewerken]

  • Biografie en bibliografie van dr. J. H. Holwerda, Johannes Ayolt Brongers en W.C. Mank, 1977, 28 p., ROB - Amersfoort, ISSN 0923-702X


Bronnen, noten en/of referenties