Joseph Schmidt

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Joseph Schmidt (Davidende/Davideni, 4 maart 1904 - Girenbad, 16 november 1942) was een Oostenrijks-Hongaarse tenorzanger en filmacteur. Hij werd geboren in het dorpje Davidende/Davideni onder de rook van Czernowitz in het hertogdom Boekovina, dat deel uitmaakte van Oostenrijk-Hongarije (thans Oekraïne). Hij stierf als gevolg van zijn behandeling in een interneringskamp te Girenbad, Zwitserland. Hij was het derde kind van Joodse ouders en had twee oudere zusters.

Hoewel hij gedurende het interbellum zeer bekend en geliefd was in Nederland, kent Nederland nu nog slechts het door hem vertolkte lied: "Ik hou van Holland", geschreven door de Rotterdamse componist Willy Schootemeijer.

Postzegel uitgegeven ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van Joseph Schmidt (Deutsche Post 2004)

Muziek voor het volk[bewerken]

De carrière van Joseph Schmidt is onlosmakelijk verbonden met het toenmalige maatschappelijke decor: een sterke politieke dynamiek, een confrontatie van verschillende culturen en grote technologische veranderingen.

Dat Joseph Schmidt wereldberoemd werd, had niet alleen met zijn zangkwaliteit te maken, maar ook met zijn repertoirekeuze en de opkomst van de grammofoon en de radio. Schmidt maakte klassieke muziek toegankelijk voor een groot publiek. Zijn kunst was niet elitair, het was kunst voor het volk. Hij wist precies de juiste toon te treffen. Letterlijk en figuurlijk. Hij zong op een vitale, stralende manier, -niet zang-technisch perfect, zo weten zijn critici te melden-, maar het bereik van zijn stem, en de bravoure waarmee hij die toppen nam, betoverden velen. En, figuurlijk, door zijn keuze voor goed in het gehoor liggende, romantische aria's en zijn authentieke uitvoering daarvan.

Op verschillende manieren droeg "de moderne techniek" bij aan zijn faam en bekendheid. De stem van Schmidt "was kissed by the mike". In werkelijkheid klonk deze heel wat heser en minder stralend dan op de plaat. Microfoons konden onvolkomenheden in een optreden verdoezelen, en de omvang van een stem aanzienlijk verbeteren. Er werden zelfs magische eigenschappen aan de moderne opnametechniek toegedicht. Ook radio en grammofoon waren iets totaal nieuws, iets revolutionairs, uniek in de geschiedenis. De naam en stem van Joseph Schmidt werd met dat bijzondere fenomeen geassocieerd. Zijn stem klonk uit luidsprekers en werd herkend, werd beroemd en hoorde bij het moderne leven. De stemmen van de zangers waren nu te beluisteren in ieders huiskamer en behoorden daarmee aan eenieder toe. Als vanzelf werden die stemmen "sterren". 'Sterrendom' - en de idolatrie van een schare bewonderaars - was een typisch product van de jaren 30.

Opkomst[bewerken]

Toen de carrière van Schmidt een aanvang nam, begin jaren twintig van de 20ste eeuw, bruiste de wereld van vitaliteit en verandering. Dit uitte zich in technische veranderingen maar ook in allerlei emancipatiebewegingen, die niet alleen muziek maar veel meer verworvenheden toegankelijk maakten voor grote groepen mensen. Oude patronen werden ter discussie gesteld, nieuwe inzichten ontwikkeld en uitgeprobeerd; in de politiek, in de psychologie en in de kunsten. Vooruitgangsoptimisme zinderde door Europa. Het communistisch experiment van de Sovjet-Unie oogstte alom bewondering. Het was emancipatie wat de klok sloeg; van vrouwen, van werkvolk, van joden, van homoseksuelen. Voor wie wat kon en wilde, leek alles bereikbaar. Als het niet thuis, dan verderop, zoals in Berlijn of nog verder, New York.

Ook Schmidt zou naar Berlijn verkassen. Hij doorliep echter eerst het gymnasium in Czernowitz (Oekraïens: Чернівці (Černivci), Roemeens: Cernăuţi, Russisch: Черновцы (Černovcy), Pools: Czerniowce) - toen in het uiterste oosten van Oostenrijk-Hongarije gelegen, in het hertogdom Boekovina. Dit kruispunt van Midden-Europese en Slavische geschiedenis en culturen was al eeuwenlang een smeltkroes van vele volkeren, die daar in broos evenwicht samenleefden. Roethenen, Roemenen, en Duitsers vormden het merendeel van de bevolking en daarnaast minderheden van Polen, Hongaren, Slowaken, Slovenen en Italianen. Daaronder zigeuners en Joden. Het is niet zo'n wonder dat Joseph Schmidt zich altijd zo gemakkelijk bewoog tussen de verschillende muziekstijlen, en zich later zo goed in allerlei talen kon uitdrukken. Hij sprak al Duits, Roemeens, Jiddisch en zong Hebreeuws in de synagoge van Czernowitz. Joden maakten 13 procent van de bevolking uit, er was een rijk joods cultureel leven, sommigen hadden zich -voorzichtig- vooraanstaande posities verworven. Toch had dit gebied de twijfelachtige primeur de eerste pogroms tegen de joodse bevolking te hebben gekend, aan het einde van de 19e eeuw. En ook na de Eerste Wereldoorlog was de situatie slecht voor de Joden. Nadat Roemenië in 1919 Boekovina mocht annexeren, verboden de als rabiaat antisemitisch bekendstaande Roemenen, ongeveer alles wat Jiddisch (en Duits) was; scholen, theaters, kranten.

Roem (1925-1933)[bewerken]

Joseph Schmidt, net 21 jaar oud, vertrok in 1925 naar Berlijn om zijn zangkunst te vervolmaken. Velen betreurden het vertrek van de jonge tenor, die volgens hen zo prachtig zong in de synagoge van Czernowitz. Sommige gelovigen verfoeiden zijn besluit omdat hij zich onvermijdelijk met wereldlijke muziek zou inlaten in Berlijn. Berlijn was dé bruisende culturele metropool van Europa en zou een opstap kunnen worden voor een internationale carrière. "Deze stad vrat talent en menselijke energie, vermaalde het, verteerde het, spuugde het desnoods uit", schreef een kritische observator over Berlijn. Maar ook: "Wie Berlijn veroverde, veroverde de wereld".

De directeur van het Berlijnse Conservatorium was zo onder de indruk van het natuurtalent van Schmidt, dat hij hem midden in het schooljaar aannam als student en ervoor zorgde dat -de armlastige- Joseph niets hoefde te betalen voor zijn zanglessen. Een jaar lang oefende Joseph het midden- en lage register van zijn stem. Het hoge register beheerste hij van nature.

Terug naar Roemenië[bewerken]

Na zijn Berlijnse opleiding keerde Schmidt terug naar Roemenië. Hij vervulde in Boekovina 20 maanden zijn dienstplicht in het Roemeense leger. Hij kreeg het voor elkaar deze periode bij de militaire kapel uit te dienen. Hoewel hij Later vertelde dat hij viool, piano en slagwerk had gespeeld had hij waarschijnlijk slechts op de grote trom mogen slaan. En dat vooral omdat het er zo 'komisch' uitzag; zo'n grote trom voortgedragen door zo'n klein joods mannetje. Schmidt wás klein. Goed geproportioneerd, knap, maar exceptioneel klein: 1m 42. Mogelijk speelde ondervoeding een rol in het straatarme gezin waarin hij opgroeide, maar feit is dat veel mensen uit de Balkan zeer klein waren.

Eind 1927 kwam hij uit dienst en kreeg meteen een aanbod van de joodse gemeente in Czernowitz, om in december tijdens de hoge feestdagen te komen zingen, tegen een vorstelijk honorarium. Bovendien zouden er vertegenwoordigers van de Israëlitische Gemeente -helemaal uit Antwerpen en Rotterdam- onder zijn gehoor zijn. Ook zij bleken onder de indruk, en in januari 1929 trad Joseph Schmidt voor het eerst op in niet-Duitstalig gebied, in Antwerpen.

Berlijn[bewerken]

Begin 1929 was hij opnieuw in Berlijn en ontmoette daar Cornelis Bronsgeest, een beroemde Nederlandse bariton, die hoofd was geworden van de muziekafdeling van de Radio Berlijn. En die voor het nieuwe medium voortdurend op zoek was naar muzikaal talent. Hij beschrijft zijn geestdrift als Schmidt bij hem komt voorzingen. "De nieuwe Caruso is opgestaan", constateerde hij verbijsterd; "En dan die hoge C -heerlijk. Ik wierp mij op de vleugel, greep het mannetje bij de schouders, boog mijn hoofd... het wás zo, die tonen kwamen uit hem, uit zijn keel, uit deze kleine mens, wiens hoofd nauwelijks tot mijn borst reikte. Wij waren met stomheid geslagen!"

Schmidt maakte zijn debuut voor de microfoon op 18 april 1929. En was op slag beroemd. Hij kreeg een contract bij Radio Berlijn. Zijn toekomst, financieel en artistiek, lachte hem tegemoet. Geen week ging voorbij of hij zong voor de radio.

Zijn faam kreeg mythische proporties. Omdat geen van de luisteraars hem ooit gezien had, deden de wildste geruchten de ronde. Achter deze stralende stem moest toch een stralende persoonlijkheid steken. En als deze zich niet in de openbaarheid vertoonde, moesten daar toch belangrijke redenen voor zijn. Hij zou vreselijke littekens hebben, of kreupel zijn, beweerde men. Of hij bediende zich van een pseudoniem en zou van koninklijke bloede zijn, zo werd gefluisterd. De waarheid was dat Schmidt zo verlegen was, dat hij vreesde een zenuwinzinking te krijgen als hij in het openbaar zou moeten optreden. Hij was inmiddels 25, kon zich niet meer voordoen als een jongetje; hij schaamde zich voor zijn postuur.

Op 31 augustus 1929 kwam het er toch van. De decorontwerper had een soort loopbrug diagonaal over de bühne van het Grosse Schauspielhaus laten bouwen, waarover Joseph Schmidt, verheven boven het koor, zich vrij kon bewegen als de wondertenor Laredo. Het werkte. De revue De Drie Musketiers van Ralph Benatzky was een doorslaand succes. Vanwege de top-bezetting in de bak en op de bok, evenzeer als op de planken. De enscenering was het gesprek van de dag, de balletten spectaculair. De recensenten juichten. Maandenlang stond Schmidt voor een uitverkocht huis. En dat in Berlijn, waar de concurrentie moordend was, met z'n 40 theaters, 20 concertzalen en drie beroemde opera-huizen.

Grammofoon[bewerken]

Tezelfdertijd debuteerde Schmidt op de grammofoonplaat met een duo uit Tosca op HMV. Zijn volgende grammofoonplatenfirma Ultraphon zorgde ervoor dat hij een van de meest beluisterde Duitstalige artiesten werd van zijn tijd.

Er werden in de loop der tijd ongeveer 125 officiële opnamen gemaakt maar er bestaan ook nog 40 live-opnames. Opera. Operette. Liederen. Geestelijke muziek. Canzonen. Film-liedjes. Schlagers. Hij kreeg drie- tot achthonderd Rijksmark per opname. Een flink bedrag, waarvoor hij zich nauwelijks interesseerde. Dus was hij wel blij met het aanbod van zijn oom Leo Engel (broer van zijn moeder Sarah) om zijn zakelijke belangen te behartigen. Voor een derde van Josephs gage wilde oom die taak wel op zich nemen. Een derde hield de naïeve zanger zelf. Een derde stuurde hij goedmoedig naar zijn moeder. En wie geld nodig had, kreeg het van hem.

Tournees en film[bewerken]

Schmidt bleef ook liveoptredens verzorgen al veranderde het karakter. In 1931 telde Duitsland vier en een half miljoen werklozen. De internationale financiële crisis had ook Duitsland bereikt, en verhevigd toegeslagen als gevolg van de gierende inflatie van de reichsmark, waardoor een brood tenslotte miljoenen reichsmark kostte. Schmidt trad steeds vaker gratis op in benefiet-concerten voor de armen. Met evenveel inzet als bij zijn reguliere optredens, zo verzekert ons zijn biograaf. Zijn succes hield aan.

Schmidt maakte niet alleen tournees door Duitsland. Hij zong in 1932 in Wenen en na enkele optredens voor de VARA-microfoon in Hilversum, ook in Nederland. Bij een openluchtconcert op de renbaan van Birkhoven bij Amersfoort op 5 juli 1936, tijdens het VARA-zomerfeest, stond hij voor een menigte van honderdduizend Nederlandse bewonderaars.[1]

Ondertussen speelde Schmidt ook in films. Hoewel hij slechts een bijrol zong in de geluidsfilm Der Liebesexpress (1931), werd die meteen verkocht naar Oostenrijk, en -Engelstalig- naar de Verenigde Staten. Enige tijd later werden opnieuw twee muziek-films met Schmidt opgenomen: Goethe lebt! en Gehetzte Menschen. Van de laatste film zou de Duitse versie later 'bereinigt' worden van joodse medewerkers. Schmidts stem zou vervangen worden door een uitvoering door orkest, de aftiteling weggelaten.

De ommekeer (1933-1938)[bewerken]

Op 30 januari 1933 werd Adolf Hitler tot Rijkskanselier benoemd. In de door de regering gevorderde zendtijd klonk de stem van Hermann Göring: "Deze 30ste januari zal de geschiedenis van het Duitse volk ingaan, als de dag waarin een nieuwe natie opstond en aan de smaad en schande van de afgelopen 14 jaar een einde maakte" . Refererend aan het zogenoemde "Dictaat van Versailles", waarin Duitsland tot onmogelijke herstelbetalingen was gedwongen, als straf voor zijn aandeel aan de Eerste Wereldoorlog. En hij beloofde het verarmde Duitse volk "Brood en werk voor de Volksgenoten. Vrijheid en eer voor de Natie" . Alleen de directie van de Süddeutsche Rundfunk was zo moedig geweest deze verplichte 'Fakkeloptocht-Reportage' niet uit te zenden. Drie weken later trad Schmidt voor het laatst op in de Wintergarten, een dag later voor het laatst voor een Duitse omroep. Een week later werd hem de toegang tot de studio's ontzegd.

Ere-Ariër[bewerken]

Nog ging in mei van dat jaar, een nieuwe film met Joseph Schmidt in de hoofdrol, "Ein Lied geht um die Welt", in première in Berlijn. Hitlers Minister voor Propaganda Joseph Goebbels was erbij en vond het prachtig. "Een mijlpaal voor de Duitse film.", noemde hij het, "Mooie propaganda." Ernst Neubach (de tekstschrijver van Schmidts liedjes) beweerde dat Goebbels Schmidt bij die gelegenheid een gigantisch honorarium bood, als hij maar zou blijven zingen voor de radio. En beloofde hem -het toppunt van cynisme- 'ere-Ariër' te maken. Dat is er nooit van gekomen. Natuurlijk deed Goebbels dat voorstel niet. Hij sprak zelfs nooit met Schmidt en beval de pers om de film af te kraken.

De nazi-krant Völkische Beobachter schreef hatelijk over Schmidt in de film: "Hij is te klein, de zanger, te lelijk. Maar hij is zoooo begááfd, zo edelmoedig, geen engel is zo rein. Maar wat niemand zegt en ieder ziet: het is een jood." Een dag na de première vonden de grote boekverbrandingen plaats op Opern Platz in Berlijn. "Tegen de onduitse geest !"

In december verhuisde Schmidt naar Wenen. Een toevluchtsoord voor steeds meer intellectuelen, kunstenaars, dissidenten, communisten en Joden. In Wenen waren de fascisten (antinazi omdat ze geen Anschluss wilden) van kanselier Dolfuss aan de macht en Schmidt maakte er geen probleem van om op het nieuwjaarsconcert van deze partij te zingen.

Wereldwonder[bewerken]

Hij bleef - "voortgedreven als een circuspaard", zoals hij zelf zei - op tournee door Europa gaan en ook ging hij naar de Verenigde Staten. In 1937 trad hij maandenlang op in New York en in San Francisco, waar ze zeiden: "Dit jaar hebben wij twee wereldwonderen mogen beleven: De opening van de Golden Gate Bridge en de première van Joseph Schmidt". Hij ging niet in op het aanbod om in de VS te blijven, hij miste zijn moeder in de Boekovina, waar als hij in Europa zou blijven, gemakkelijker heen kon reizen.

Terug in Wenen, nam hij voor zijn Nederlandse bewonderaars een grammofoonplaat op, met -in perfect gezongen Nederlands-: Ik hou van Holland, een liedje van de Nederlandse componist Willy Schootemeijer (1894-1953), die bekendheid genoot als componist van marsmuziek (de KNVB Mars was ook van zijn hand). Met aan de keerzijde het larmoyante Een vissersleven.

Op de vlucht (1938-1942)[bewerken]

In 1938, na de Anschluss, de annexatie van Oostenrijk door nazi-Duitsland, moest Schmidt echt op de vlucht. Eerst naar Nederland en België. (Waar zijn manager, Oom Leo, hem in 1940 in de steek liet). Na de Duitse bezetting daar kreeg hij van de Duitse bezettingsmacht een paspoort om te vertrekken naar het 'vrije' Frankrijk. Zijn manager in de Verenigde Staten zond hem een uitnodiging en de mogelijkheid een Cubaans visum te krijgen om de Atlantische Oceaan over te steken. Maar de toegang tot de VS was niet eenvoudig. Het lukte hem een visum voor Cuba te krijgen en een passagebiljet voor een schip daarnaartoe. Hij had een passagebiljet voor 20 december 1941 maar alle passagiersscheepvaart stopte toen Hitler op 11 december 1941 de oorlog aan de VS verklaarde.

Schmidt leefde heel de tijd op kosten van rijkere Joodse vrienden in een groezelig pension in Nice. Hij mocht één keer optreden en aria's in het Frans zingen (voor een Joodse organisatie). Midden 1942 kreeg hij het bevel zich naar een dorpje in het Centraal Massief te begeven. Hij moest zich steeds per 48 uur bij de Gendarmerie melden. Daar vernam hij tenslotte dat Vichy-Frankrijk niet-Franse Joden begon op te pakken om aan de Duitsers over te leveren in ruil voor het met rust laten van Franse Joden. Inmiddels was zijn Roemeense paspoort vervallen en officieel was hij stateloos. Hij moest en zou naar -het neutrale- Zwitserland, waar hij immers zou kunnen optreden.

Einde: interneringskamp Zwitserland[bewerken]

Joseph Schmidts grafsteen in het district Wiedikon van Zürich.

Langs de officiële weg lukte het niet Zwitserland te bereiken. Dit land had zijn grenzen bij het begin van de oorlog in 1940 gesloten voor de niet aflatende stroom vluchtelingen. Het lukte hem om tezamen met een groepje vluchtelingen na 6 dagen 's nachts marcheren om berooid (mensensmokkelaars vroegen veel geld) - met één klein handkoffertje - illegaal de Zwitserse grens over te steken bij Genève in de nacht van 7 op 8 oktober 1942. Uitgeput zakte hij op straat in elkaar. De politie ontfermde zich over hem. Hij werd overgebracht naar het kamp Girenbad. Schmidt liep een keelontsteking op. Hij werd naar het ziekenhuis in Zürich overgebracht, waar men hem te vroeg ontsloeg en verdacht van 'simuleren' toen hij hartklachten had. Hij werd teruggestuurd naar het kamp, werd onwel en werd overgebracht naar een verwarmde kamer in restaurant Waldegg op een paar honderd meter van het kamp. Een dag later kreeg hij een hartaanval en de Joodse kamparts kon alleen maar de dood constateren.

Eén dag na zijn dood werd hem een arbeidsvergunning verleend en zou hij het kamp hebben kunnen verlaten. Joseph Schmidt ligt begraven op de joodse begraafplaats Unterer Friesenberg in Zürich (graf 2331).

Nagedachtenis[bewerken]

  • Ter gelegenheid van zijn honderdste geboortedag gaf de Deutsche Post op 11 maart 2004 een postzegel uit ter waarde van 55 eurocent.
  • Ter gelegenheid van zijn honderdste geboortedag werd de lagere school in zijn geboortedorp Davidene Joseph Schmidt School genoemd. Niet omdat men hem sinds zijn jeugd in hoge ere hield, -integendeel, het gebied waar hij geboortig was, heeft een lange traditie van virulent antisemitisme- maar omdat een groeiend aantal bewonderaars van Schmidt uit West-Europa -overigens vergeefs- naar zijn sporen zocht in Davidene en Czernowitz, waardoor zijn naam daar weer enigszins bekend raakte, en men vermoedde een graantje van zijn vervlogen roem te kunnen meepikken.

Repertoire[bewerken]

Een greep uit zijn repertoire[bewerken]

Films[bewerken]

  • "Der Liebesexpreß" (1931)
  • "Goethe lebt" (1932)
  • "Gehetzte Menschen" (1932)
  • "Ein Lied geht um die Welt" (1933)
  • "Wenn Du jung bist gehört Dir die Welt" (1934)
  • "Ein Stern fällt vom Himmel" (1934)
  • "Heut' ist der schönste Tag in meinem Leben" (1936).

Externe links[bewerken]

Bronnen

  • Fassbind (Biograaf) "Ein Lied geht um die Welt"
  • discografie Hansfried Sieben: The Record Collector
  • [www.operanostalgia.be operanostalgia.be] - twee stukken over Joseph Schmidt in de sectie Profiles

Voetnoten

  1. Een registratie van dit optreden is te zien op YouTube