Neusaap

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Neusaap
IUCN-status: Bedreigd[1] (2008)
Portrait of a Proboscis Monkey.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Orde: Primates (Primaten)
Familie: Cercopithecidae (Apen
van de Oude Wereld)
Geslachtengroep: Pygatrichini (Stompneusachtigen)
Geslacht: Nasalis (Neusapen)
E. Geoffroy, 1812
Soort
Nasalis larvatus
(Wurmb, 1787)
Nasalis larvatus range map.png
Afbeeldingen Neusaap op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Neusaap op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren

De neusaap (Nasalis larvatus) is de enige soort in het geslacht neusapen (Nasalis), uit de wouden van Borneo. Het meest opvallende kenmerk van de soort is de grote uitstekende neus van het mannetje, waaraan het dier zijn naam dankt. Het is de grootste Aziatische slankaap.

Uiterlijke kenmerken[bewerken]

De neusaap heeft een lichtoranje vacht met grijze ledematen en een witte staart. De kruin is oranjerood, terwijl de rest van het hoofd bleker gekleurd is. Het gezicht is beige van kleur, bij jonge dieren blauw. De buik is door het lange spijsverteringskanaal zeer dik.

Het volwassen mannetje heeft een grote, naar beneden hangende neus, vrouwtjes hebben een kleine stompneus, en jonge dieren een wipneus. De aap heeft een rudimentaire duim. Een verklaring voor de grote neus van het mannetje is seksuele selectie: volgens deze theorie zouden vrouwtjes een voorkeur hebben om te paren met een mannetje met een grotere neus, waardoor de apen met een grotere neus een grotere kans hadden om hun genen door te geven.

Mannetjes worden 66 tot 76,2 centimeter lang en wegen tussen 16 en 22 kilogram. Vrouwtjes worden 53,3 tot 60,9 centimeter en wegen tussen 7 en 12 kilogram.[2][3] De staart wordt bijna net zo lang als de rest van het lichaam, 50 tot 75 centimeter. Mannetjes worden veel groter dan vrouwtjes.

Leefgebied en leefwijze[bewerken]

De neusaap komt voor over het grootste deel van Borneo, met uitzondering van Centraal-Sarawak en mogelijk ook Noordoost-Kalimantan. Hij leeft over het algemeen in bossen nabij water, als rivierbossen en kustbossen, waaronder mangroves. Deze bossen overstromen regelmatig, waardoor de neusaap geregeld moet zwemmen om zich te verplaatsen tussen de bomen. De neusaap is een uitstekende zwemmer, heeft zwemvliezen tussen de tenen en zwemt vaak tussen eilandjes. Ook kan hij rechtopstaand door laag water waden. Het is een gespecialiseerde eter, die enkel van bladeren, vruchten en bloemen leeft. Vooral de groene blaadjes van mangrovebomen uit het geslacht Sonneratia zijn van belang. Ander voedsel, zelfs fruit, is dodelijk voor hem. Neusapen kunnen hun voedsel herkauwen, mogelijk om zo meer te kunnen eten.[4][5]

Neusapen leven in gemengde groepen van tot wel zestig dieren. Het woongebied van een groep kan wel 130 hectare beslaan. Ook groepen van vrijgezelle mannetjes komen voor.

Een bronstig vrouwtje zoekt oogcontact met een mannetje, waarbij zij haar lippen tuit. Als ze oogcontact heeft, schudt ze haar hoofd, waarna het mannetje pruilt. Als de twee naar elkaar toegaan, toont het vrouwtje haar anogenitale regio aan het mannetje, waarna de paring volgt. Tijdens deze paring blijven de dieren pruilen en het vrouwtje schudt haar hoofd nog steeds.

Relatie met de mens[bewerken]

De Maleise bevolking noemt dit dier Orang Belanda ofwel de "Mens die lijkt op Nederlanders", waarmee ze de eerste scheepslui en missiepaters bedoelden die op Borneo voet aan wal hadden gezet. Zij hadden net zo'n grote lange neus en een bolle buik als de neusaap.[bron?]

Door zijn gespecialiseerde dieet is de neusaap lastig in gevangenschap te houden. Buiten Zuidoost-Azië wordt de soort dan ook nauwelijks gehouden. Wel heeft jarenlang een groepje neusapen geleefd in de Bronx Zoo van New York City en sinds juni 2011 leeft in Apenheul in Nederland een groepje neusapen.

De neusaap is tegenwoordig een bedreigde diersoort. Het belangrijkste gevaar is de boskap. Tegenwoordig wordt veel bos gekapt voor oliepalmplantages, waardoor veel van het leefgebied van de neusaap en andere inheemse dieren (waaronder de Borneose orang-oetan en de Borneodwergolifant) is verdwenen. De grootste afnemer van deze palmolie is Nederland, maar ook Engeland importeerde zo'n 94.000 ton. Ook wordt er op de soort gejaagd.[bron?] In 1976 woonden er 7500 neusapen langs de kust van Sarawak, in 2006 waren dit er nog maar 1000. In Sabah leven er nog naar schatting 2000 en nog wat meer verspreid over de rest van Borneo. Hij wordt in het gehele verspreidingsgebied beschermd, en staat tevens in Appendix I van CITES.

Een organisatie, ProboscisMonkey (opgericht door dr. Kristina Medicine uit Bologna), zet zich in voor het behoud van dit dier. Begin 2006 werden er vanuit deze organisatie enkele maanden lang expedities gemaakt door de Maleise jungle, op zoek naar dit steeds zeldzamer wordende dier.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. (en) Neusaap op de IUCN Red List of Threatened Species.
  2. Nasalis larvatus. Encyclopedia of Life Geraadpleegd op 7 juni 2013
  3. (en) Nowak, Ronald M., Walker's Mammals of the World, Volume 1, JHU Press, 1999, p. 595 ISBN 9780801857898.
  4. Oh My! This Monkey Acts Like a Cow. LiveScience (29 maart 2011) Geraadpleegd op 30 maart 2011
  5. Matsuda, I., Murai, T., Clauss, M., Yamada, T., Tuuga, A., Bernard, H., Higashi, S. (2011). Regurgitation and remastication in the foregut-fermenting proboscis monkey (Nasalis larvatus). Biology Letters online preprint . DOI:10.1098/rsbl.2011.0197.